Irritatie over mutaties Griekse legertop

Een wisseling van de politieke macht in Griekenland wordt steevast gevolgd door een gedeeltelijke wisseling van de wacht in de legertop. Maar zo ingrijpend als de mutaties dit keer zijn, waren ze nog niet eerder. Zelfs tal van politiek loyaal geachte officieren zijn uit irritatie daarover opgestapt.

ATHENE, 29 DEC. De socialistische regering van Andreas Papandreou is bezig de gaten te dichten die zijn gevallen in de Griekse legertop, nadat deze het toneel is geweest van een aardverschuiving zoals zich sinds de jaren van de kolonelsdictatuur (1967-1974) niet meer had voorgedaan.

Het Griekse publiek is eraan gewend dat er na een machtswisseling op grote schaal mutaties worden doorgevoerd in het staatsapparaat, tot aan de schoonmaaksters van het parlementsgebouw toe. Ook de strijdkrachten zijn daar nooit vrij van gebleven. Elke nieuwe regering kondigt aan een systeem van "meritokratie' (bestuur op basis van persoonlijke capaciteiten) te zullen instellen, met eerlijke examens en wat niet al, maar in de praktijk lijkt de norm van politieke loyaliteit steeds meer alleen-zaligmakend te worden.

Dit is nu ook weer in de strijdkrachten gebleken. Minister van defensie Jerásimos Arsénis heeft, zelfs voor velen van zijn aanhangers onverwacht, op de vier belangrijkste posten in de strijdkrachten - generale staf, landmacht, vloot en luchtmacht - militairen benoemd die tijdens het vorige, rechtse bewind op non-actief waren gesteld. De nieuwe opperbevelhebber van de strijdkrachten, admiraal Libéris, geldt als een kundige chef, maar hij was nog maar enkele dagen te voren plaatsvervangend lid van het Centrale Comité van de socialistische PASOK, waarvoor hij zich ook in de verkiezingen had uitgesloofd.

Een dergelijke parachutering, ook al geldt zij lieden die tevoren om politieke redenen terzijde waren gesteld, veroorzaakt onrust onder het korps hoge officieren die op promotie wachten. Ook onder de voorgaande regering van Nieuwe Democratie (ND) was het - in twee gevallen in de luchtmacht - tot zulke parachuteringen gekomen, en de tegenwoordige oppositieleider Evert gaf toe dat dit een slecht precedent was geweest.

Maar de navolging daarvan leidde ditmaal tot een ware aardverschuiving. Maar liefst 35 hoge officieren dienden in de dagen erna hun ontslag in. De landmacht en vooral de vloot raakten zowat verweesd - van de acht admiraals was er nog maar één over. De meesten stonden bekend als rechts georiënteerd, maar er waren ook PASOK-gezinden bij die hun promotiekansen geblokkeerd zagen. De oppositie sprak van een “ontoelaatbare ondermijning van 's lands defensie juist in de periode dat de natie extra gevaar loopt” (maar de Turken vielen niet binnen). En zelfs het satirische weekblad Pondiki (muis), dat gewoonlijk de PASOK steunt, kwam nu met een felle aanval op minister Arsénis, die “volstrekt niet berekend voor zijn taak” werd genoemd.

Afzwaaiend vlootvoogd Deméstichos maakte van zijn afscheidsrede een fel requisitoir tegen de politisering van het leger: “Ver van de partijen, is de boodschap die ik u meegeef.” Regeringsgezinde bladen noemden dit een dictatoriaal geluid à la Papadopoulos: “Lidmaatschap van een partij is voor ieder een constitutioneel recht.”

De minister verklaarde dat verdere "terug-roepingen' - er staan nog 159 officieren te wachten - tot maart achterwege zouden blijven. Maar hij paste dezelfde tactiek nog wel op een lager pitje toe bij de mutaties in de leiding van de brandweer, die ook onder hem ressorteert.

De zaak heeft intussen internationale proporties aangenomen doordat in het informatiebulletin van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa een memo werd opgenomen waarin op nuchtere toon wordt geconstateerd dat de nieuwe Griekse legerleiding "PASOK-gezind' is en waarin terloops premier Papandreou een belangrijke rol in het mutatiebeleid wordt toegemeten. Van de nieuwe opperbevelhebber, Libéris, wordt gezegd dat hij waarschijnlijk tegenstander zal zijn van de oprichting van een NAVO-hoofdkwartier op Griekse bodem (die zich juist de laatste maanden eindelijk leek af te tekenen).

Onder het document prijkte de aanduiding "cincusnaveur', hetgeen staat voor de hoogste chef van de Amerikaanse vloot in Europa. Dat is admiraal Borda, die tevens opperbevelhebber van alle NAVO-strijdkrachten in Zuid-Europa is. “Inmenging van de NAVO in Griekse aangelegenheden”, riepen regeringsgezinde kranten verstoord, maar regeringswoordvoerder Venizelos herinnerde eraan dat de publikatie niets met de NAVO had uit te staan en dat de “warme Grieks-Amerikaanse” betrekkingen niet in het geding waren. Borda had reeds aangekondigd zijn collega Libéris protocollair te willen ontmoeten. Volgens Venizelos was de publikatie door boze ND-elementen "ingeblazen'. Maar Evert sprak van een absurde beschuldiging waarvoor geen bewijzen konden worden gegeven.

Nog niemand is op het idee gekomen in deze kwestie Turkije aan Griekenland ten voorbeeld te stellen - zoals men dat gewoonlijk al wel met de diplomatie doet. In Ankara worden eens per jaar volgens strikt hiërarchische normen de promoties en afvloeiingen voltrokken, zonder dat politici iets hebben in te brengen. Maar de militairen hebben in dat land nu eenmaal over de hele linie een veelvoud aan macht.