Energieke Haenchen leidt Negende naar spectaculaire finale

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Hartmut Haenchen, Toonkunstkoor Amsterdam (koordirigent Winfried Maczewski), m.m.v. Alexandra Coku, sopraan, Hebe Dijkstra, alt, Henk Smit, bas/bariton, Hubert Delamboye, tenor. Programma: Beethoven: Ouverture Egmont; Scene en aria 'Ah, Perfido' voor sopraan en orkest; Negende Symfonie. Gehoord: 28/12 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 29/12, 2/1, 5/1 in Amsterdam; 3/1, 4/1 in Utrecht.

De Negende Symfonie van Beethoven, met het slotkoor op Schillers ode 'An die Freude', is een regelmatig terugkerend evenement op het programma van het Nederlands Philharmonisch Orkest. Chefdirigent Hartmut Haenchen dirigeerde er al eerder enkele uitvoeringen van, en in de zomer van 1991 vertolkte het Nederlands Philharmonisch Orkest Beethovens laatste symfonie onder leiding van Yehudi Menuhin. Werden slordigheden in de uitvoering van Menuhin destijds gecompenseerd door muzikale bezieling, onder de energieke leiding van Haenchen werden de minder geïnspireerde momenten grotendeels recht getrokken door technische ambachtelijkheid en architectonische helderheid.

'Ik ben zoals de blinde die voor de Kathedraal van Straatsburg staat. Ik hoor de klokken luiden maar ik kan de ingang niet ontwaren', verklaarde Schumann naar aanleiding van zijn eerste kennismaking met Beethovens Negende Symfonie. En hij eindigde zijn lofzang op de 'onbegrijpelijke genialiteit' van Beethoven met 'Laat uw scheppingen de duisternis rondom ons verlichten.'

Minder enthousiast karakteriseerde een tijdgenoot als Ludwig Spohr de Negende Symfonie bij de Weense première in 1824 als 'monsterlijk, smakeloos en triviaal', maar anderen vergeleken Beethovens werk met de Egyptische piramides of het begin van de Pentateuch (eerst was er chaos, toen schiep God het licht). De uitvoering van het Nederlands Philharmonisch Orkest wekte eerder associaties met de kathedraal van Straatsburg, dan met het bijbelse licht. In de nuchtere benadering van Haenchen won het monumentale het van het kolossale, en werd de goddelijke magie verdrongen door een humane dramatiek van vlees en bloed. Het grote gevaar bij een stuk van zo'n lange adem is dat de spanning verslapt, een valkuil die Haenchen tot aan het derde deel wist te vermijden. Tijdens dit lyrische adagio stokte de beweging en leken de orkestmusici welhaast in slaap gevallen. Maar na dit deel, dat als een nietszeggende stoplap werd vertolkt, klonk de spectaculaire finale des te overtuigender.

Het uit professionele amateurs samengestelde Toonkunstkoor Amsterdam leverde in samenspraak met het gedreven musicerende Nederlands Philharmonisch Orkest een schitterende prestatie. Minder overtuigend waren de solisten: de voor de zieke Romain Bisschoff ingevallen bas/bariton Henk Smit had aanzienlijk meer artistieke uitstraling dan de tamelijk schools solerende sopraan Alexandra Coku, en tenor Hubert Delamboye zong bijna te expressief vergeleken bij de wel mooi maar erg bescheiden opererende alt Hebe Dijkstra.

Beethovens Negende was voorafgegaan door een geanimeerde uitvoering van de Ouverture Egmont, en een weinig uitgesproken vertolking van de Scene en aria 'Ah, Perfido' voor sopraan en orkest. In de op stemkwaliteit gerichte lezing van Alexandra Coku kwam de dramatische inhoud absoluut niet tot zijn recht.