Diamant is pijler onder Indiase economie; In de schaduw van België en Israel is de Indiase diamantnijverheid de laatste dertig jaar snel gegroeid

In de schaduw van traditionele diamantlanden als België en Israel is India de laatste jaren sterk opgekomen. Hoewel de Indiërs zich niet bezig houden met de spectaculaire grote stenen, bewerken ze toch zeventig procent van alle diamanten in de wereld.

BOMBAY, 29 DEC. In een ruimte van vier bij vier meter in het centrum van Bombay zitten twaalf arbeiders rond lage tafeltjes. In een gat in het midden staan snel ronddraaiende slijpmachines, die snerpende geluiden voortbrengen wanneer de mannen er een houder met een glinsterend voorwerp tegen aan brengen. In dit zweetkamertje worden diamanten geslepen en gepolijst die later zullen prijken in een ring om de vinger van een gegoede dame in Amsterdam of New York. Of misschien in een ketting om de slanke hals van een Japanse.

De Indiase diamantnijverheid is de laatste dertig jaar in hoog tempo gegroeid. Ongeveer zeven op elke tien diamanten ter wereld worden thans in India bewerkt. De omzet van de bedrijfstak zal dit jaar, ondanks de recessie in het Westen, naar verwachting tot ruim boven de drie miljard dollar stijgen. Daarmee vormt de branche een belangrijke pijler onder de Indiase economie. Ruim 700.000 Indiërs verdienen er hun brood in.

Het groeiende zelfvertrouwen van de Indiase diamantairs weerspiegelt zich in een kolossaal, futuristisch complex dat in 1996 de nieuwe diamantbeurs van Bombay en de kantoren van de handelaars moet herbergen. “Qua veiligheid en communicatie zal de nieuwe beurs het neusje van de zalm zijn”, zegt handelaar Vasant Mehta gezeten in een klein kantoortje in het onopvallende oude diamantcentrum van Bombay. De ironie wil dat het flonkerende nieuwe complex pal naast Dharavi, een van de grootste sloppenwijken van Azië, komt te staan.

India is door de eeuwen heen een belangrijk diamantcentrum geweest. Niet alleen kwamen er legendarische superdiamanten als de Koh-i-Noor vandaan, ook zorgden schatrijke maharadja's ervoor dat er altijd veel diamanten waren te bewerken. Aan de grote diamanten van de superrijken van onze tijd, komen de Indiërs echter niet te pas. “India speelt geen rol bij het soort diamanten dat Elizabeth Taylor graag koopt”, verklaart Rajan Ray van de ABN Amro Bank in Bombay.

Het almachtige Zuidafrikaanse concern De Beers, dat zo'n 80 procent van de werelddiamanthandel in handen heeft, besteedt de grotere stenen liever uit aan bewerkers in Antwerpen en Tel Aviv. Voor de Indiërs resten er de kleinere diamanten, waaraan beduidend minder valt te verdienen. De zeer arbeidsintensieve en daardoor relatief kostbare bewerking daarvan voor sieraden loont in het Westen nauwelijks. Het polijsten van één diamant van bescheiden omvang kan al gauw drie dagen werk kosten.

Vroeger ging dit 'afval' zelfs grotendeels door naar de industrie, die er onder andere diamantboren mee maakte voor de mijnbouw. De Indiërs, 's werelds koningen op het gebied van de recycling, wisten echter wel raad met deze min of meer afgedankte diamantjes. In hun land is immers weinig zo goedkoop als arbeid, bovendien was de oude diamanttraditie nooit helemaal verdwenen. Zo importeren de Indiërs sinds de jaren zestig via de grote diamantbeurzen van Antwerpen en Tel Aviv steeds grotere hoeveelheden kleine diamanten uit Zuid-Afrika, Australië, Angola en Rusland. Na bewerking worden die weer uitgevoerd naar de Verenigde Staten, Europa en het Verre Oosten.

Ook De Beers richt zich nu meer dan voorheen op India. Het heeft een netwerk van voortreffelijke diamantbewerkers opgezet dat samen goed is voor ongeveer veertig procent van de Indiase produktie. Een diamantair als Mehta is vol ontzag voor de professionele wijze waarop De Beers te werk gaat: “Al tientallen jaren zorgen ze ervoor dat de diamantbranche vertrouwen geniet.”

De Indiase diamantindustrie is geconcentreerd in het westen, vooral in Bombay en de provincie Gujarat. Ook binnen India bestaat er weer een rangorde van rijk en arm. Zo worden de iets grotere stenen meestal in het naar verhouding rijke Bombay bewerkt en de kleinste in ateliers in Gujarat. Met waar engelengeduld prutst men daar ook aan steentjes van minder dan één karaat (0,2 gram) net zo lang tot ze geschikt zijn om in sieraden te worden gebruikt.

De 45-jarige Ashwin Soni is eigenaar van het eerder genoemde zweetkamertje in Bombay. Hij houdt kantoor in een nog kleiner vertrek naast de werkplaats, dat vol hangt met kleurige afbeeldingen van hindoegoden. Af en toe komt een van de arbeiders even binnen om te laten zien hoe het met een bepaalde diamant gaat. Turend door een loupe geeft Soni aanwijzingen. Hij weet waarover hij het heeft, sinds zijn vijftiende zit hij in het vak. Zeventien jaar lang deed hij zelf slijpwerk, voor hij zijn eigen werkplaats begon.

Er heerst een strakke orde in de werkplaats. Eerst wordt zo nodig 'het venster' van de diamant geopend, dat wil zeggen dat er een klein stukje vanaf wordt gehaald om te kunnen vaststellen wat er het beste met de betreffende steen kan worden gedaan. Veel hangt hierbij af van de oorspronkelijke vorm van de ruwe diamant. Moet het een rond diamantje worden, kan er een hartje of misschien toch beter een ruitvormig briljantje van worden gemaakt? Dikwijls moet de eigenaar van de diamant, doorgaans een handelaar, hierover eerst nog worden geraadpleegd.

De man die zich met deze gevoelige beoordeling bezighoudt, de zogeheten brooder, is na de baas de best betaalde man van de werkplaats. Op een goede dag kan hij zo'n 300 rupees (ongeveer 18 gulden) verdienen. Het loon van de slijpers ligt lager: zit het tegen en bederven ze een diamant, dan krijgen ze niet meer dan 50 rupees (3 gulden) per dag, zit het mee dan kunnen ze vier keer zoveel verdienen. “Ik betaal mijn werknemers naar wat ze presteren”, zegt Soni.

Als er werk genoeg is, werken ze zes dagen per week. Is er geen werk, dan ook geen loon. Niemand is in vaste dienst. In de provincie liggen de lonen nog beduidend lager. Doordat de industrie zo versnipperd is, is er ook - anders dan bij voorbeeld destijds in Nederland - geen sterke vakbond van de diamantarbeiders ontstaan.

Een trapje hoger zitten entrepreneurs als Vasant Mehta. Hij heeft een bedrijfje met twaalf man, met een jaarlijkse omzet van ongeveer drie miljoen dollar. Hij is omringd door blauwe envelopjes met ruwe dan wel gepolijste diamanten. “Dit envelopje met ruwe diamanten is ongeveer 2700 dollar waard”, zegt een medewerker. Mehta doet veel zaken met zijn broer die een juwelierszaak heeft op Fifth Avenue in New York.

Zoals de meeste Indiase diamantairs wil Mehta zijn werkterrein uitbreiden van de zuivere diamanthandel naar de nog lucratievere fabricage van sieraden met diamanten. Indiase ondernemers hebben intussen contacten gelegd met vooraanstaande Westerse ontwerpers van sieraden en de eerste sieraden van Indiase makelij zijn al op de markt verschenen. “Dat is nog maar het topje van de ijsberg”, voorspelt Mehta blakend van zelfvertrouwen, “die tak heeft een grote toekomst hier in India.”