Cruijff, Jansen, en het verraad der klerken

Dit is de tijd van het jaar dat oorlogen almaar voortduren, de dijken bezwijken, de economische stagnatie bijna tastbaar in de lucht hangt, en de balans van een verpieterd tijdperk wordt opgemaakt. Dit is de tijd van het jaar dat de plechtige toon van bezinning en belofte tot beterschap de verplichte ATV-dagen vult. Dit is de tijd van het jaar dat in het tijdsbestek van één week twee vooraanstaande voetbaltrainers ons land bruusk de rug toekeren.

Het bericht dat Wim Jansen vrijwel op staande voet Feyenoord verlaat voor het nationale elftal van Saoedi-Arabië (NRC Handelsblad, 28 december), en de recente breuk tussen de beoogde bondscoach Johan Cruijff en de KNVB zijn in het licht van de wereldgeschiedenis weinig meer dan voetnoten. Toch mogen beide gebeurtenissen, gezien de samenhang die ze vertonen, in zekere zin symptomatisch worden genoemd voor de staat waarin de natie thans verkeert.

Het nieuws dat Cruijff het Nederlands voetbalelftal niet onder zijn hoede zal nemen tijdens het wereldkampioenschap voetbal in de Verenigde Staten is in brede kring met instemming en gemeesmuil ontvangen. Een peiling van het volksgevoel door het Algemeen Dagblad geeft een aardig beeld van de afschuw die Cruijff thans oproept. Sommige briefschrijvers reppen van “een voetbalpsychopaat”, andere van “een ordinaire, ongemanierde, onverstaanbaar sprekende, uiterst onvolwassen, irritante lummel”, weer anderen van “een geldwolf met een grote bek”.

En dat terwijl Cruijff niet meer vroeg dan een salaris plus 10 procent van de inkomsten die de KNVB verkrijgt tijdens het wereldkampioenschap. Dat zou ten hoogste vijf ton zijn. Een schijntje vergeleken met de 40 miljoen gulden die zo aanstonds op oudejaarsnacht in een uurtje verknald wordt. Een schijntje ook vergeleken met de prijs die Amsterdam betaalde voor de restauratie met een verfroller van een modern schilderij. Cruijff zou voor een wereldkampioenschap in feite weinig meer krijgen dan het bedrag dat Rudi Fuchs bij het Haags Gemeentemuseum kwijt maakte. Dat moet voor een voetbalbond die met een stuk of tien man naar de loting in Las Vegas afreisde, geen bezwaarlijke som gelds zijn om het hoogste te bereiken. Als men dat ten minste echt wil bereiken. En dan gaat het niet alleen om de eerste plaats in het sporttoernooi, maar ook om de wetenschap dat men z'n uiterste best heeft gedaan en zichzelf heeft weggecijferd om te winnen.

De KNVB koos voor bestuurlijk evenwicht, niet voor een onvoorspelbare tocht naar het nog nimmer behaalde, doch binnen handbereik verkerende levensdoel. Het lijkt alsof Cruijff met zijn dwangmatige, egocentrische wil tot winnen niet meer in het Nederlandse geestesleven past. Nadat het bestuur in bestuurlijke zin had beschikt, was gemeesmuil in ieder geval zijn deel. Want in meesmuilen is ons land goed. Gemeesmuil smoort iedere competitie en iedere ambitie tegen de stroom in te roeien. Gemeesmuil is baden in het eigen gelijk. Het is de vijand van verandering - erger nog: het is de wortel van de culturele stagnatie waaraan Nederland lijdt.

Er is een verschil tussen scepsis, ironie, en gemeesmuil. Het één kan gemakkelijk in het ander overslaan, en zo wordt spirituele scherpte haast ongemerkt tot een bot wapen van rigide conservatisme. Gemeesmuil valt aldus zowat iedereen ten deel die de consensus wil doorbreken, waaronder onze samenleving bescherming zoekt tegen de motregen van de werkelijkheid. Het wedervaren van de commissie Buurmeijer, die de kleffe deken van het maatschappelijk middenveld wilde trekken, maar sneefde in gemeesmuil alom, is wellicht te vergelijken met dat van Cruijff. Buurmeijer schikte zich in zijn lot, Cruijff niet. Ook degenen die waagden voor te stellen dat studenten in hun eerste jaar 50 procent van hun studiepunten moeten halen om hun beurs te behouden, gingen tenonder in gemeesmuil: 10 procent was immers alles wat de tere kinderzieltjes zouden kunnen verdragen. Zij schikten zich in hun lot, Cruijff niet. Vier jaar lang overlegden commissies voor vernieuwing in de Nederlandse politiek, maar uit angst voor gemeesmuil concludeerden zij dat vernieuwing niet aan de orde was. Zij schikten zich in hun lot, Cruijff niet.

De drie voorbeelden zijn symptomatisch voor een geestelijk klimaat: het lijkt of Nederland geen uitdaging meer aankan, niets meer wil verdragen dat buiten de gebaande paden gaat, niet meer uit de ijzeren kooi, om de woorden van Ben Knapen te gebruiken, van gevestigde belangen, vastgelegde procedures, heersende verwachtingspatronen, en ordentelijke, maar o zo dodelijk structuren wil breken waarin ze zichzelf heeft opgesloten. Dit geldt niet slechts voor de KNVB en de sociaal-economische belangengroepen, maar ook en vooral voor het culturele leven. Hier wordt sedert decennia de rust slechts verstoord door de onvergelijkbaar vele prijsuitreikingen waarmee de zittende generatie zichzelf bewierookt. Nederland heeft, geloof ik, meer literaire en culturele lauweringen dan enig ander naburig land, maar is nog nooit wereldkampioen voetbal geweest, en dat heeft ongetwijfeld met elkaar te maken.

De Nederlandse cultuur is gesmoord in een ijzeren kooi van subsidies, belangen, overlegstructuren, adviescommissies en jury's voor Belangrijke Prijzen. Op de drempel van het nieuwe jaar rijst de vraag hoe lang we nog meer van hetzelfde door dezelfden zullen krijgen, hoeveel dezelfde praatprogramma's met dezelfde praters, hoeveel dezelfde columns van dezelfde columnisten, hoeveel dezelfde recensies van dezelfde recensenten, en hoeveel dezelfde voorstellingen van dezelfde theatermakers we nog moeten verteren, voordat we roepen: Stop! Eerst wereldkampioen voetbal, en dan pas weer verder murmureren! Wie voor redding kijkt naar de universiteiten, die beoogde kweekplaatsen van ongebonden tegendraadsheid, weet dat hoop op snelle beterschap tevergeefs is. De ijzeren kooien van de Nederlandse samenleving zijn hier geworden tot gietijzeren labyrinten, waarbinnen ambtenaren levenslang ronddolen, tot de tanden bewapend met alle middelen van het moderne leven: financiële haalbaarheidsplaatjes, input- output-analyses, rendementsmodellen en organisatiestructuren. Om Julien Benda te parafraseren: hier is de humanistische wil tot kennis allang ingeruild voor de wil tot zelfbehoud.

Het is dit verraad der klerken dat momenteel op alle niveau's als een koude mist door Nederland trekt. Wij zijn een land geworden van, zoals de Engelsen dat uitdrukken, missed chances and lost opportunities. Nederland wil consensus, maar krijgt middelmaat, de natie wil lof, maar krijgt alleen felicitaties van zichzelf. Zoiets zullen Johan Cruijff en Wim Jansen op hun Franse wintersportadres tegen elkaar hebben gezegd.

Het is geen toeval dat beiden in dezelfde week Nederland de rug toekeerden. Een land dat niet per se wil winnen, is het niet waard om gecoacht te worden. En wie weet wat Jansen bij Feyenoord heeft bewerkstelligd, en hoe nauw zijn visie op voetbal aansluit bij die van Johan Cruijff, beseft dat Nederland in de voorronde van het WK een zeer harde dobber zal hebben aan Saoedi-Arabië.