Belastingrechters op tweesprong

Zodra Vrouwe Justitia een belastingzaak op haar weegschaal legt, krijgt de toeschouwer een blinddoek om.

Belastingrechtspraak vindt van oudsher in beslotenheid plaats. Dat is een uitzondering op het principe dat rechtspraak openbaar is. Het Europese mensenrechtenverdrag gebiedt niettemin een minimale openbaarheid voor belastingzaken waarbij straffen in het geding zijn. De belastingrechters passen die bepaling evenwel zo toe dat de verdragsregel een wassen neus is geworden. Inmiddels heeft de nationale wetgever gekozen voor volledige openbaarheid van de belastingrechtspraak, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet. De kans is groot dat de rechterlijke macht ook nu weer moeite zal doen deze regel te omzeilen. Toen de Hoge Raad onlangs een omstreden wettelijke bepaling door een eigen regel verving, bevestigde dat de indruk dat de rechters gaandeweg meer moeite hebben met de wetten die er worden gemaakt. Ze zijn niet de enigen, maar het ontbreken van onvoorwaardelijke loyaliteit aan de wetgever geeft de beslissingen van de Hoge Raad al snel een politiek karakter. Een voor de hand liggend gevolg daarvan is dat de Tweede Kamer zich meer bemoeit met de benoeming van leden van de Hoge Raad; een zaak waarin de Kamer voorheen steevast de voordracht van de Raad zelf volgde. De toenemende spanning tussen de wetgevende en de rechterlijke macht uit zich ook in de vragen die het CDA-Kamerlid Van der Burg aan de minister van justitie stelt over omstreden commerciële nevenactiviteiten van medewerkers van de Hoge Raad. Eerder ontstond wrevel over het optreden van een Arnhemse rechter die informatie alleen tegen betaling op zijn privé-rekening wilde verstrekken.

Een andere kant van de beslotenheid van de belastingrechtspraak is dat lang niet alle uitspraken van belastingrechters bekend worden. De belastingrechters bepalen namelijk zelf welke uitspraken de (vak)pers krijgt en welke niet openbaar worden. Bij de gerechtshoven hebben rechters een leuke bijverdienste aan het uitvoeren van die selectie. De Nationale ombudsman heeft kanttekeningen bij deze praktijk geplaatst. Het PvdA-Kamerlid Vermeend verlangt van de minister van justitie dat voortaan alle belastinguitspraken openbaar worden, waarbij de namen van de belastingbetalers weggelakt mogen worden. Hij wil bovendien dat de Tweede Kamer inzicht krijgt in alle belastingzaken die de Hoge Raad heeft berecht. Dat is nu niet het geval.

Het zijn overigens niet alleen de rechters die moeite hebben met de openbaarheid van hun werk. Ook sommige belastingadviseurs zijn er zeer op gesteld dat hun tuchtrechtspraak binnenskamers blijft. Anders dan bijvoorbeeld advocaten, notarissen en accountants, wil de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) zelf bepalen wat zij over haar tuchtrechtspraak kwijt wil. De processtukken zijn voor de pers niet toegankelijk. Dat is jammer want het publieke vertrouwen in een beroepsgroep wordt er niet sterker op als de geschillenafhandeling en de normen die daarbij gelden, onzichtbaar is. Uit de flarden van de uitspraken die wel naar buiten komen, blijken zaken die zeker ruimere aandacht verdienen. Zo gaven de tuchtrechters van de NOB geen oordeel over de klacht van een faillissementscurator die zich gedupeerd voelde door het optreden van een belastingadviseur. Die leerde zijn klanten niet alleen hoe zij de fiscus een loer konden draaien, maar hij deed zelf actief mee aan de internationale handel in brievenbusvennootschappen. Uiteindelijk waren de Nederlandse fiscus en de andere schuldeisers de gedupeerden. Het bestuur van de NOB heeft overigens toegezegd te onderzoeken of het toelaatbaar is dat een belastingadviseur zelf met belastingontwijkende transacties van zijn klanten meedoet. Het ziet er naar uit dat deze belangenverstrengeling geen uitzondering is. Het niet beschikbaar zijn van de processtukken maakt de zaak evenwel wat duister.

Waar rechters publiek inzicht in hun werk schuwen, kan een sfeer van wantrouwen ontstaan. Zeker als zij hun eigen werk tot handelswaar maken. De rechters zijn aan niemand verantwoording schuldig. Het is de samenleving die over hen oordeelt. Sporen daarvan zijn te vinden in het optreden van politici, het aanzien van het ambt en het vertrouwen in de rechtspraak. De beschermde positie van rechters moet leiden tot maximale openheid van hun werk en het vermijden van elke schijn dat daar eigen commerciele belangen mee zijn verbonden.