Behoed ons belastingstelsel voor opportunistische politici

Met groot gemak aanvaardt ons parlement wetsvoorstellen om bepaalde belastingvoordelen om budgettaire redenen te beperken. Tegelijk worden andere voordelen vaak verruimd om stemmen te winnen. Volgens fiscalist A. Pleijsier schept dat chaos. Bovendien moeten belastingplichtigen om redenen van rechtszekerheid en vertrouwen kunnen rekenen op duurzame besluiten.

De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel aangenomen op grond waarvan de kosten van kinderopvang minder fiscaal aftrekbaar worden. De 25 procent aftrek voor de kosten die gemaakt worden voor de opvang van kinderen door een kinderopvangcentrum, volgens WVC-normen, zijn door dit wetsvoorstel tot nul gereduceerd. De reden voor deze afschaffing van aftrekmogelijkheden is een budgettaire overweging. Het kost de staat ongeveer drie miljoen gulden per maand (NRC Handelsblad, 9 december).

Ook de Wet Investeringsrekening (de WIR) is gesneuveld omdat het teveel geld ging kosten. Rechtszekerheid schijnt niet van belang te zijn op het moment dat financiën een rol gaan spelen. Het rechtszekerheidsbeginsel in combinatie met het vertrouwensbeginsel eist dat burgers, dus ook belastingplichtigen, mogen vertrouwen op de duurzaamheid van besluiten waarvan zij afhankelijk zijn, op het nakomen van toezeggingen en op het voldoen aan verwachtingen die van overheidswege zijn gewekt.

Dat het nieuwe wetsvoorstel dat op 8 november bij de Tweede Kamer aanhangig is gemaakt, inzake het fiscaal stimuleren van speur- en ontwikkelingswerk (research and development) door ondernemingen, geen lang leven beschoren is laat zich niet al te moeilijk voorstellen. Gaat het teveel geld kosten, dan zal ook deze regeling worden beëindigd.

Zoals prof.dr. R. Niessen (Rijksuniversiteit Limburg) in een column in een fiscaal vakblad in februari 1992 al genuanceerd meedeelde is het begrijpelijk dat politici die bij hun beslissingen een groot aantal belangen tegen elkaar moeten afwegen, niet strikt wetenschappelijk te werk gaan. Alleen is op dit moment het einde zoek. We kunnen van politici niet verwachten dat zij wetenschappelijk te werk gaan, daar zitten ze ook niet voor in de Kamer, maar enige kennis van zaken mag toch wel verwacht worden. Politici grijpen graag naar de fiscaliteit om ideetjes te financieren, en de bij de invoering van de Oort-wetgeving hoog in het vaandel staande vereenvoudiging van ons belastingstelsel wordt dan maar even vergeten. Fiscale zaken zijn niet eenvoudig, en door het telkens maar weer lanceren van fiscale voorstellen wordt het alleen maar complexer. De verkiezingen van volgend jaar staan weer voor de deur, dus we kunnen nog wat verwachten.

D66, wellicht de regeringspartij van het volgend jaar, snapt het ook niet helemaal. In haar verkiezingsprogramma stelt deze partij voor het belastingstelsel eenvoudiger te maken, terwijl aan de andere kant wordt voorgesteld allerlei milieuheffingen in te voeren. Milieu, een modieus thema, verdient extra aandacht, maar zeg dan niet dat je het belastingstelsel tegelijkertijd eenvoudiger wilt maken. In een debat in de Tweede Kamer waar het verlagen van de belastingtarieven ter sprake kwam, etaleerde D66-voorman Hans van Mierlo dezelfde naïviteit, of misschien wel verkiezingskoorts, door voor te stellen de belastingtarieven maar meteen te verlagen. “Hoe denkt heer Van Mierlo dit te financieren?” was de begrijpelijke reactie van de Kamer. “Dat laat ik aan u over, geachte afgevaardigden”, zei Van Mierlo. Deze actie van Van Mierlo demonstreert de wijze waarop politiek Den Haag met de fiscaliteit omgaat.

Alle aftrekposten afschaffen, het tarief drastisch verlagen is een simpele maar helaas politiek niet haalbare oplossing. Iedere politicus zit ten slotte in de Kamer om een optimaal aantal stemmen te verwerven en aan eigen "career-building' te doen (zie de verhandelingen van prof. Stevers over politieke economie).

Bij het indienen van een wetsvoorstel wordt wel degelijk gedacht aan stemmenmaximalisatie. Wordt dit principe vergeten, dan sneuvelt de eigen politieke carrière (bijvoorbeeld Elske ter Veld). Sneuvelt die niet meteen, dan wellicht bij de partijzuiveringen met het oog op het samenstellen van de verkiezingslijst. Aan de andere kant is er wel een mogelijkheid om het risico van het voortijdig afbreken van de politieke carrière te beperken. Als men maar goed genoeg aan de eigen carrière sleutelt, kan een partij bijna niet meer om je heen. Een fiscalist die dit goed begrepen heeft is Willem Vermeend (PvdA). Hij profileert zich als een wervelstorm op het gebied van fiscale wetsvoorstellen. Hij dient de meeste wetsvoorstellen in van alle Kamerleden. Felix Rottenberg kan natuurlijk niet om hem heen. Een partij-idealist is Vermeend niet, af en toe valt er wel een geurtje socialisme in één van zijn voorstellen te onderkennen, maar doorgaans gaat hij redelijk liberaal te werk.

Zijn duetten met Th. Vreugdenhil (CDA) behoren vanaf volgend jaar tot het verleden. Het duo Knabbel en Babbel (of Schnabbel en Babbel), zoals zij wel genoemd worden, wordt ontbonden. Misschien dat hij samen met Van Rooijen (CDA), ex-staatssecretaris en ex-voorzitter van de KNVB, ook mooie liedjes kan zingen. Zij hebben samen een liefde voor het voetbal, dus een één-tweetje ligt voor de hand.

Als de PvdA zwaar gehandicapt uit de verkiezingen komt, zullen fiscale één-tweetjes waarschijnlijk niet meer mogelijk zijn. Als de VVD en D66 slim zijn, zetten zij in ieder geval een fiscalist op een verkiesbare plaats, zodat zij het politieke fiscale spel op een aanvaardbaar niveau kunnen meespelen. Vermeend en Vreugdenhil weten maar al te goed hoe zij de niet-fiscalisten in de Kamer buitenspel kunnen zetten, ze hoeven maar te vervallen in fiscale terminologie en fiscaal technische uiteenzettingen en de collega's moeten op een gegeven moment afhaken. Een fiscalist die de belangen van zijn/haar partij op het gebied van de belastingen vertegenwoordigt kan aan deze tactiek in ieder geval het hoofd bieden.

De conclusie van dit verhaal is simpel: belastingen zijn moeilijk, en worden alleen maar moeilijker. Laten we elkaar nou maar niets wijs maken, de belastingheffing zal nooit eenvoudiger worden. Benjamin Franklin (1706-1790) sprak niet voor niets de volgende wijze woorden uit: “Nothing is certain but death and taxes.” Was dat in de achttiende eeuw al het geval, in de twintigste eeuw zou ik deze uitspraak als volgt parafraseren: “Nothing is certain or simple about death and taxes.”