'Begeleid' werken voor gehandicapten stuit op vooroordelen

Pogingen om verstandelijk gehandicapten door middel van 'begeleid werken' aan een baan te helpen stranden nog te vaak op vooroordelen. 'U gaat hier toch geen imbecielen in dienst nemen?'

Sociale werkplaatsen eisen hogere prestaties van hun werknemers. Als gevolg daarvan dreigen steeds meer verstandelijk gehandicapten buiten de boot van het arbeidsproces te vallen. Door middel van 'begeleid werken' proberen welzijnsinstellingen het tij te keren. Ondanks het 'vertederingseffect' valt dat niet mee. Subsidies, imago-verbetering en een appèl op het verantwoordelijkheidsgevoel moeten werkgevers over de streep trekken.

“Ik ben aangenomen voor het sanitair”, zegt Bill Reinicke (27) op ietwat formele toon. Met een geconcentreerd gezicht sopt hij zijn spons in een emmer water, knijpt hem voorzichtig uit voor hij zorgvuldig het kraantje van het toilet sopt. Bill is verstandelijk gehandicapt. Hij werkt twintig uur per week in het gezinsvervangend tehuis De Rietvink in Den Haag. Een betaalde baan, dat is mooi meegenomen, want zo kan hij 'doorsparen' voor een cd-speler. Bill loopt naar zijn werkkamer, eigenlijk het washok, en pakt het schoonmaakschema erbij. Vanmiddag is hij alleen, op de ochtenden dat hij werkt zijn ook de 'jongens' van de schoonmaakdienst aanwezig. “Dan stoeien we een beetje”, zegt Bill en stompt symbolisch met zijn vuisten in de lucht. Hij beschouwt hen als zijn 'collega's'. Ze noemen hem Billy the Kid. “Maar ik vind Billemans eigenlijk leuker.”

Zijn jobcoach Roos Eekhout kijkt tevreden toe hoe Bill de vloer een beurt geeft. “Jij hebt het hier prima naar de zin, hè, Bill?” Bill knikt. “Dat kun je wel stellen, ja.” Ter illustratie pakt hij er zijn werkboek bij, waarin hij nauwgezet de dagelijkse wederwaardigheden noteert. “Vanmiddag voor het eerst helemaal alleen gewerkt. Was heel leuk”, valt er op bladzijde acht te lezen. Na een training van bijna een jaar en een proefperiode van twee maanden kan Bill het werk gemakkelijk alleen aan. “Misschien dat ik over een tijdje zelfs de buitenboel erbij doe”, zegt hij trots.

“Bill is een serieuze, lieve jongen”, zegt Eekhout met lichte vertedering in haar stem. “Soms wel eens te lief, dan doet hij zo zijn best, dat hij zichzelf vergeet. Daar hebben we ons wel een beetje zorgen om gemaakt toen we hem hier plaatsten. Maar het gaat boven verwachting goed.” Een van de begeleidsters van het tehuis bevestigt dat: “Je kunt rustig de zaken aan Bill overlaten. Hij is heel zelfstandig. Hij kan daarnaast goed met onze bewoners opschieten. Maar we beschouwen hem wel echt als werknemer: hij moet gewoon presteren.”

Bill Reinicke is de eerste verstandelijk gehandicapte die in de regio Den Haag door middel van supported employment (begeleid werken) aan een betaalde baan is geholpen. In het project 'arbeidsintegratie door middel van supported employment' participeren drie welzijnsinstellingen: het Sociaal Pedagogisch Centrum Sandhage, de Dr.Schroeder van der Kolkstichting en de Sociaal Pedagogische Dienst. De gemeente Den Haag en de Europese commissie subsidiëren het project dat in januari officieel van start ging.

De bakermat van het fenomeen begeleid werken ligt in de Verenigde Staten. Daar is vanaf 1987 een explosieve groei geweest van projecten die de arbeidsintegratie van verstandelijk gehandicapten stimuleren. Achterliggende gedachte is dat mensen met een verstandelijke handicap recht hebben op gelijkwaardige deelname aan de samenleving. Door hun beperkte ontwikkeling en vermogens hebben zij echter ondersteuning en begeleiding nodig op weg naar passende arbeid. Amerikaanse overheidssturing heeft het voor werkgevers aantrekkelijk gemaakt om mensen met een handicap in dienst te nemen.

Hoewel in Nederland nog sprake is van onontgonnen terrein, neemt ook hier de belangstelling voor supported employment toe. De reden is diffuus: aan de ene kant is er de filantropische doelstelling om verstandelijk gehandicapten een volwaardige plaats in de samenleving te geven. Aan de andere kant spelen financiële en beheersmatige motieven een rol. De toename van het aantal arbeidsongeschikten baart overheidsinstanties zorgen. Het aantal WAO'ers en AAW'ers moet worden teruggedrongen.

Pag.14: Met gehandicapten kan bedrijf imago opkrikken

Verstandelijk gehandicapten zijn meer dan ooit afhankelijk van de AWW omdat in sociale werkplaatsen voor hen minder plaats is. Forse bezuinigingen hebben er toe geleid dat een vacaturestop is afgekondigd. Daarnaast eisen de werkplaatsen hogere prestaties van de werknemers omdat ze meer 'arbeidsmarktgericht' werken. Het percentage uitvallers stijgt. Vaak zijn het de laagst gekwalificeerde arbeiders - de verstandelijk gehandicapten - die buiten de boot vallen en in de arbeidsongeschiktheidswet terecht komen.

Ook de dagactiviteitencentra - waar de verstandelijk gehandicapte recht heeft op een 'zinvolle tijdsbesteding' - kampen daardoor met groeiende wachtlijsten. Een cultuuromslag dient dit sneeuwbaleffect tegen te gaan. De activiteitencentra moeten zich omhoog worstelen uit het 'fröbelstadium' en op zoek gaan naar meer arbeidsmatige activiteiten buiten de deur. Voor een werkgever die een verstandelijk gehandicapte in dienst wil nemen ligt een aantal subsidies in het verschiet. Zo is er de bekende bonus/malus-regeling in de AAW (een beloning voor het in dienst nemen of straf voor het ontslaan van gehandicapten). Daarnaast kan men gebruik maken van een loonkostensubsidieregeling krachtens de WAGW. Verder is het mogelijk dat werkgevers loondispensatie krijgen, nadat een keuring door de GMD heeft uitgewezen dat potentiële werknemers niet aan de 'normale' produktie-eisen kunnen voldoen.

“Maar het belang van subsidies moet je niet overschatten”, zegt Nico van den Houten, coördinator supported employment in Den Haag. “Je kunt beter een appèl op het sociale verantwoordelijkheidsgevoel van werkgevers doen.” In een toren in het complex van de Sandhaege Stichting, nabij het Wassenaarse bos, ontvouwt Van den Houten zijn strategie om werkgevers warm te maken voor het idee verstandelijk gehandicapten in dienst te nemen. Zo kan het opkrikken van de status een belangrijk 'verkoopargument' zijn. Door de komst van gehandicapten kunnen bedrijven hun image oppoetsen. Hij haalt het voorbeeld aan van de Konmar in Den Haag. Deze supermarkt heeft een groep verstandelijk gehandicapten ingezet om de in de wijk rondslingerende winkelwagentjes terug te brengen. Een project dat reeds ettelijke pagina's krantenkopij en een tv-documentaire (Vara's Impact) heeft opgeleverd. Gemeten naar de kosten van een advertentie onbetaalbare publiciteit voor de Haagse grootgrutter.

Niettemin kwamen er ook negatieve reacties op dit initiatief, vertelt Van den Houten. “Je hoorde buurtbewoners nog wel eens zeggen: jullie buiten die gehandicapten uit.” De deelnemers aan het Konmarproject doen hun werk onbezoldigd, afgezien van wat zakgeld. Van den Houten onderzoekt of er in de nabije toekomst mogelijkheden zijn om dit initiatief in betaalde vorm voort te zetten. Niet iedereen is daar voorstander van. In de welzijnsbranche is een felle discussie tussen rekkelijken en preciezen losgebarsten over de vraag of verstandelijk gehandicapten betaald of onbetaald werk moeten verrichten. Door dat eerste, zo menen sommigen, zou de ideologische doelstelling wel eens kunnen verwateren. Van den Houten opteert echter onverwijld voor een betaalde baan. Dat bevordert zijns inziens veel meer de emancipatie. “Iemand met een contract wordt serieuzer genomen, heeft meer aanzien.”

Op dit moment zijn er zestig verstandelijk gehandicapten in het bestand in Den Haag opgenomen. Nadat iemand zich bij Van den Houten c.s. heeft aangemeld, houden de arbeidsconsulenten van de Sociaal Pedagogische Dienst een intake-gesprek, waarbij de interesses en vaardigheden van de deelnemers worden gepeild. Op grond daarvan stellen ze een advies op over de aard van de werkzaamheden die de betrokken gehandicapten kunnen verrichten. De doelstelling is dat elf mensen binnen een jaar zijn doorgestroomd naar betaald werk.

Maar die doelstelling blijkt slechts uiterst moeizaam te realiseren. De hindernissen om een verstandelijk gehandicapte aan een baan te helpen, zijn velerlei. Zo bestaat er bij veel potentiële werkgevers een negatief beeld van geestelijk gehandicapten. Zij zouden 'dom' en 'labiel' zijn, te langzaam vaardigheden aanleren en niet flexibel inzetbaar zijn. “Verandering is voor veel verstandelijk gehandicapten moeilijk”, geeft Van den Houten toe. “Een net iets andere taak wordt al snel als een probleem ervaren. Als je zegt: loop even naar de administratie, en hij is daar nooit geweest, dan kan er paniek uitbreken.” Maar er zijn ook gehandicapten die wel tien dingen tegelijk kunnen doen, beklemtoont hij. “De verschillen zijn groot. Maatwerk is dus vereist.”

Het is de taak van de jobcoach om de verstandelijk gehandicapten vlekkeloos naar en in de werkplek te begeleiden. Dat houdt in: een training vooraf, gesprekken op de werkvloer met collega's. Eerst wordt het werk voorgedaan, langzaam krijgt de nieuwe werknemer meer eigen verantwoordelijkheden toebedeeld. Ook moet men zorgen voor overdracht in het bedrijf: het vinden van een mentor waar de verstandelijk gehandicapte houvast aan heeft. Een belangrijke taak van de jobcoaches is voorts om contact met de 'leefomgeving' te onderhouden. Van den Houten wijst op het probleem van de 'thuiszitters' in de gezinsvervangende tehuizen. “Als je de enige in zo'n huis bent die werkt, dan moet je sterk in je schoenen staan om dat vol te houden.” Datzelfde geldt voor de Fase-huizen (een iets zelfstandiger woonvorm). “Je moet iemand extra aandacht geven, waarschuwen bij terugslag. Dat maakt de kans op slagen groter.”

Uiteraard is niet elk werk voor geestelijk gehandicapten geschikt, het gaat om eenvoudige, routinematige arbeid. Voor een aantal moeilijk te vervullen vacatures zou deze nieuwe groep uitkomst kunnen bieden: in supermarktketens, schoonmaakbedrijven en seizoensarbeid. Hoewel de aanpassingsperiode vrij lang is, kunnen verstandelijk gehandicapten, als ze de vereiste vaardigheden eenmaal onder de knie hebben, daar lang voldoening uit putten, vertelt Van den Houten. “Voor hen is het minder snel geestdodend werk. De geestelijk gehandicapte is voorts bijzonder loyaal, heeft geen kapsones en is het zonnetje in huis. Ze gaan heel lichamelijk met mensen om, ze zijn zeer contactgericht”, zo zegt Van den Houten.

Ondanks het 'vertederingseffect' kan de omgang met collega's aanleiding geven tot problemen. Zo vinden sommige verstandelijk gehandicapten het moeilijk om zich een houding te geven in de pauze. Van den Houten: “In de cultuur waar ze uit komen is het normaal om tegen iedereen aan te kletsen. Als een collega een krant leest, vindt ie het niet altijd leuk om steeds gestoord te worden. Dat kan wrevel opwekken.”

Het belangrijkste knelpunt is dat andere werknemers het gevoel hebben dat het werk dat zij doen gedevalueerd wordt door de komst van een geestelijk gehandicapte, wiens status immers gering is. Zijn komst kan als bedreigend worden ervaren. Bij de Digos - een andere supermarkt in Den Haag waarmee wordt onderhandeld - deed dat verschijnsel zich voor. Van den Houten: “Toen de assistent-bedrijfsleider, waarmee we een gesprek hadden gehad, terugkwam van een vrije dag, kreeg hij van een bezorgde werknemer te horen: 'U gaat hier toch geen imbecielen in dienst nemen?” Voor zeer klantgerichte bedrijven is voorzichtigheid geboden. Gehandicapten die onder het publiek lopen, zouden wel eens verwarring kunnen stichten. Bij Duinrell in Wassenaar, waar een aantal geestelijk gehandicapten gratis terreinonderhoud verricht, heeft men daarom besloten om de nieuwe employés uit het bedrijfsuniform te hijsen, teneinde identificatie met het 'echte' personeel te voorkomen. De angst voor aantasting van het imago is bij veel bedrijven kennelijk nog diepgeworteld.