ZALMFLENSJES

Dit voorgerecht kan van te voren gemaakt worden. Reken op 1 of 2 flensjes per persoon.

Het hangt van de grootte van de flensjes af. Elk flensje wordt besmeerd met een laagje crème frache waar fijngehakte dille door is geroerd. Op deze laag worden plakken gerookte zalm gelegd. Snijd de zalmplakken als ze over de randen van de flensjes vallen bij. Rol de flensjes op. Snijd, als men bijna aan tafel gaat, de flensjes in twee of drie stukken van ongeveer 8 centimeter. Bindt om elk rolletje een lintje of steek de rolletjes vast met een feestelijke prikker, zodat ze niet uit elkaar vallen. Zet de flensjes rechtop op het bord. Schep bovenop de flensjes wat zalmforelkaviaareitjes en naast de flensjes nog wat crème frache waar een beetje geraspte mierikswortel doorheen is geroerd. De dunne flensjes worden van het volgende beslag gemaakt:

150 gram bloem

5 deciliter melk

3 eieren

snufje zout

Maak een kuiltje in de bloem en giet hier al roerend steeds wat melk bij. Voeg, nadat de helft van de melk gebruikt is, een voor een de eieren toe. Roer tenslotte de rest van de melk bij het beslag dat vervolgens om een beter bakresultaat te krijgen een uur moet rusten. Bak de flensjes in boter bij voorkeur in een pan met een anti-aanbaklaag. Van het beslag kunnen circa 15 flensjes gebakken worden. De hoeveelheid hangt uiteraard van de grootte van de koekepan af.