WINTERKONING

Thera Coppens vermeldt in haar artikel over de Winterkoning en de Winterkoningin (achterpagina, NRC Handelsblad van 21 december) dat het paar in Den Haag zijn intrek nam in het Hof van Wassenaer.

De lezer zou kunnen denken aan het (voormalige) paleis Kneuterdijk. Op die plaats stonden in de 17de eeuw drie woonhuizen. Tussen 1720 en 1730 liet de graaf van Wassenaer-Obdam daar naar schetsen van Daniel Marot het huidige hoekpaleisje Kneuterdijk 20 bouwen. In 1816 werd het gekocht door de Prins van Oranje. Sindsdien staat het bekend als Paleis Kneuterdijk.

Het belendende perceel - nu nr 22 - stond tot ver in de zestiende eeuw bekend als "Huis van Wassenaer' daar het in bezit was van de graven van Ligne, die ook baanderheer van Wassenaar waren. In 1617 werd dit huis aan de landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt verkocht, die het pand ernaast - nu Kneuterdijk 24 - bewoonde. Na de terdoodveroordeling van Van Oldenbarnevelt werden deze huizen verbeurd verklaard en in 1620/21 ter beschikking gesteld aan het uit Bohemen verdreven winterkoninklijk paar. Een vroege vorm van woningonttrekking voor politieke vluchtelingen zou je bijna zeggen als de context niet zo navrant was.

Alle hier genoemde panden zijn sinds 1983 in gebruik bij de Raad van State. De paleisstatus die op het gehele Kneuterdijkcomplex van de Raad afstraalt zou men dus op goede gronden eerder kunnen terugvoeren op 1620/21 dan op 1816. Zeker omdat de Boheemse majesteiten in het 17de eeuwse Haagse protocol voorrang hadden boven de stadhouderlijke familie. De Oranjes werden pas in 1637 van "Excellenties' tot "Hoogheden' gepromoveerd door de Franse koning.