TV-geweld leidt tot zelfcensuur

De recente opmerkingen van minister Hirsch Ballin van justitie over de gevaren van geweld in beeld mogen wellicht voor Nederland nieuw zijn, in internationaal perspectief lanceerde zijn Amerikaanse collega Janet Reno onlangs in grote lijn hetzelfde verhaal. Minder geweld op film en tv, anders komen er maatregelen. Met deze niet mis te verstane boodschap richtte de minister van justitie zich op 20 oktober tot de entertainment industry. En met maatregelen denkt de bewindsvrouwe vooral aan wetgeving, zo blijkt. “I want to challenge the television to substantially reduce its violent programming now or else the government will have to intervene”.

De laatste tijd komen er behalve in Europa ook in de Verenigde Staten regelmatig negatieve gevolgen van geweld in de media aan het licht en, hoewel exacte cijfers ontbreken, lijkt dat aantal te stijgen. Zo meldde een aangedane Amerikaanse moeder dat haar vijfjarig zoontje de boel thuis in brand gestoken had onder invloed van de agressieve MTV-tekenfilmserie Beavis & Butt-heads. Gevolg: zijn zusje van twee overleefde de vuurzee niet.

De populaire muziekzender op de kabel zegt in een reactie weliswaar het incident ten zeerste te betreuren en de bewuste uitzending naar een later tijdstip in de avond te verplaatsen, maar voelt zich niet verantwoordelijk voor deze brandstichting.

Mag MTV hiermee "don't blame the messenger' als uitgangspunt nemen, regisseur David Ward van de film The Program denkt daar wat anders over. In deze door Paramount Corp. uitgebrachte produktie komt een scène voor, waarin dronken teenagers van het slag vierde-klas-VWO midden op straat gaan liggen, terwijl het autoverkeer hen aan twee kanten voorbij raast. De filmmaatschappij heeft besloten om de bewuste scène uit de film te verwijderen, nadat tenminste één scholier bij een poging tot navolging dodelijk verongelukte, terwijl twee anderen na het uithalen van deze stunt zwaargewond in het ziekenhuis zijn beland.

In de Verenigde Staten zien kinderen tot hun twaalfde jaar gemiddeld 8000 televisie-moorden, zo hebben deskundigen becijferd en nog eens zo'n slordige 200.000 andere "acts of violence'. Volgens bewindsvrouwe Reno is kabel-tv de boosdoener nummer één. Zij voegt daaraan toe dat een eventuele anti-geweld mediawet niet in strijd is met het heilig-verklaarde Amerikaanse grondrecht op vrije meningsuiting. Tot 1 januari a.s. krijgt de entertainment-industrie de tijd het kwaad door middel van zelfregulering aan te pakken.

De centrale vraag luidt echter wie juridisch verantwoordelijk moet worden gehouden en aansprakelijk kan worden gesteld voor de verschrikkelijke daden die "onder invloed' van televisie en andere media worden uitgevoerd. De Verenigde Staten vormen vanuit juridisch oogpunt weliswaar een "aansprakelijkheidswalhalla', maar tot op heden wil de Amerikaanse rechtspraak het "let's sue the bastards'-syndroom niet honoreren.

Zo verklaarde een Californische rechtbank in 1981 eiseres niet-ontvankelijk in een schadeclaim tegen televisiezender NBC, die in 1974 de film Born Innocent vertoonde waarin een vrouw werd verkracht. Eiseres werd op dezelfde wijze seksueel misbruikt als in de film en stelde tevergeefs NBC aansprakelijk. Amerikaanse rechters hechten doorgaans zwaar aan het First Amendment (recht op vrije meningsuiting), terwijl eisers in dergelijke rechtszaken voor de zware opgave staan oorzakelijk verband tussen mediaprodukt en schade aan te tonen. In de zaak tegen NBC motiveerde de rechter zijn beslissing mede met het argument dat, wanneer een dergelijke claim ontvankelijk verklaard zou worden, de industrie tot zelfcensuur zou worden gedwongen. En dat vond de magistraat blijkbaar geen goed idee.

Andere relevante rechtszaken hebben betrekking op de aansprakelijkheid van auteurs, componisten en platenmaatschappijen voor de dood van verscheidene teenagers, die na het luisteren van de platen van Judas Priest en Ozzy Osborne zelfmoord hebben gepleegd. Ook hier bleef het First Amendment onverkort overeind staan. Daarnaast wekte zo'n veertien jaar geleden in de Verenigde Staten de zaak Zamora vs. The Networks veel opschudding. Toen schoot een 14-jarige jongen uit Florida, Ronny Zamora, die naar eigen zeggen aan televisie was verslaafd, zijn 83-jarige buurman onder invloed van het geweld op de televisie gewoon dood.

De meningen over televisiegeweld zijn aan de andere kant van de Atlantische Oceaan sterk verdeeld. De entertainment-industrie pleit met kracht voor behoud van het recht op vrije meningsuiting, maar actiegroepen uit de consumentensfeer willen "ter bescherming van de jeugd' verregaande maatregelen.

Eerder kwam men in Amerika al met een technologisch hoogstandje als oplossing van de tv-geweldsproblematiek: de zogenoemde V Chip, een micro-elektronische schakeling die wettelijk verplicht in iedere tv-set zou moeten worden ingebouwd. De networks en de cable channels zouden dan - op grond van een wettelijk voorschrift - een signaal moeten uitzenden waardoor bij geweldscènes beeld en geluid worden uitgeschakeld. Verplichte zelfregulering of zelfcensuur dus. Daarbij doemt direct het Orwelliaanse gevaar van Big Brother op, die over de huiskamer waakt. Wordt 1994 de werkelijkheid zoals die voor 1984 was voorzien?