Straffen op fraude bij eindexamen lopen uiteen

ROTTERDAM, 28 DEC. De strafmaatregelen die middelbare scholen bij examenfraude toepassen lopen sterk uiteen. Dit geldt vooral voor de zwaarste straf: uitsluiting van het examen. Dit concludeert de Inspectie van het Onderwijs in het examenverslag 1993. Zij beveelt minister Ritzen (onderwijs) aan scholen te waarschuwen voor ongelijke behandeling van kandidaten.

“Gezien de ernstige consequenties voor de gestrafte dient er een zekere eenheid te zijn bij het opleggen van deze straf”, aldus de onderwijsinspectie. De aanbevelingen staan in "Examens 1993 getoetst', dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Minister Ritzen heeft zijn reactie op het verslag eveneens vandaag naar de Kamer verzonden. Hij is van mening dat het bij de eigen verantwoordelijkheid van de scholen past om te bepalen hoe zij de maatregelen hanteren.

In 1993 namen ruim 253.000 leerlingen deel aan de examens in het voortgezet onderwijs. Daarvan slaagde 84 procent, een daling van een procent vergeleken met vorig jaar.

Uit het examenverslag blijkt verder dat een aantal scholen het zogeheten eindexamenbesluit niet juist of onvolledig toepast. Scholen moeten in het examenreglement de maatregelen op nemen die door de directeur genomen kunnen worden als een leerling zich aan een onregelmatigheid schuldig maakt. Op twaalf procent van de scholen werd dit niet op de juiste wijze vermeld.

De inspectie constateert ook fouten in de uitslag- en herkansingsregeling. “In te veel examenreglementen komen steeds opnieuw fouten voor”, aldus de onderwijsinspectie. Ze vindt dat scholen op dit punt zorgvuldiger moeten zijn. In het examenverslag 1992 sprak de onderwijsinspectie haar zorg uit over de toename van onzorgvuldigheden bij de administratieve afhandeling van het examen op de scholen. Ook dit jaar werden veel onzorgvuldigheden geconstateerd.