Optiehandel veert op in 1993

Bij de Optiebeurs kunnen ze 1993 opgelucht afsluiten: met 12,5 miljoen opties de hoogste omzet na het record van 13,4 miljoen in 1989. De gemiddelde omzet per dag bedroeg 50 duizend opties met een uitschieter van 152 duizend op 15 oktober. Op 13 mei gingen er 93 duizend contracten Koninklijke Olie om.

Eind 1992 leek 10 miljoen contracten per jaar het plafond. De lopende hausse doorbrak die lethargie, maar niet voldoende om het record van 1989 te breken. Dat geeft te denken: wellicht hebben opties en de opzet van de handel, beide sinds het begin in 1973 nauwelijks veranderd, hun grenzen bereikt. Of de populariteit van de vele beleggingsfondsen (doe je slappe was de deur uit!) vermindert de noodzaak van actief beleggen met opties op aandelen.

Tijd voor een ernstig gesprek dus. Maar tussen welke partijen? Je hebt kleine beleggers, grootbeleggers, bemiddelaars (banken en commissionairs), beurshandelaren, hoeklieden, twee beurzen en bedrijven en overheden die geld aantrekken via de beurs. Ze zingen ieder hun eigen lied. De particulier hoor je niet in het koor van professionele, luide stemmen.

Hoe zag de omzet er verder uit? De procentuele verdeling over calls en puts was 65 en 35, tegen 57 en 43 in 1992. Er staan 1,9 miljoen contracten open, 300 duizend meer dan eind 1992. Dit zijn rechten die nog afgewikkeld moeten worden. Daarbij is de verhouding 63 calls tegen 37 procent puts. Die 1,9 miljoen is een record, zodat de handel op dit punt wèl groeit.

Het open interest zegt iets over het aantal aandelen en andere waarden aangehouden of short gegaan ter dekking van tijdelijke koop- en verkoopverplichtingen uit geschreven opties. Iemand die een call schrijft op 100 aandelen bindt deze tot de optie waardeloos afloopt, wordt teruggedraaid of afgewikkeld.

Wanneer alle openstaande contracten calls zouden zijn, geschreven op particuliere aandelen, zijn er 190 miljoen (100 maal 1,9 miljoen) stukken geblokkeerd. Daardoor vermindert het aanbod en gaan de koersen extra omhoog bij voldoende vraag. In werkelijkheid vormen de met opties verbonden effecten een zeer ingewikkelde positie van tienduizende beleggers, die dagelijks wijzigt.

Het juiste aantal aangehouden effecten werkt de Effectenbeurs en Optiebeurs, althans voor handelaren en bemiddelaars, dagelijks bij. Vreemd genoeg publiceert de beurs wel de baisse posities van de leden samen, verkochte effecten die ze niet bezitten, maar niet de long posities, effecten die ze tijdelijk bezitten als dekking. Om een indruk te geven van de stabiliteit van de markt is dat cijfer even belangrijk als de baisse posities, zeker bij de huidige forse optie-omzetten.

Dit jaar werden er 1,14 miljoen orders van gemiddeld 11 opties uitgevoerd; 45,4 procent komt van beleggers en 54,6 van handelaren. Die cijfers zijn redelijk stabiel.

In de tabel Omzet per optie-soort staat het aandeel van de verschillende soorten opties.

Het aandeel van de aandelen-opties neemt niet verder af. De index-opties doen het, verrassend, iets minder. De opties op dollar, goud en obligaites lopen weer iets beter dan in 1992. De ruim vijftig warrants op buitenlandse indexen, oliefondsen, faspons en fascons -enfin wie kent ze niet?- zijn te kort in de notering om een bijdrage aan de omzet te leveren.

De tabel Omzet top-30 optiefondsen 1993 laat zien welke fondsen meetellen. Je kan je afvragen waarom de beurs zich niet tot 30 à 35 waarden beperkt en de rest schrapt om het overzicht te bevorderen.

Wat valt op? De EOE-index en Philips deden samen 35 procent tegen vorig jaar nog 40 procent. Die twee komen in de laatste zes jaar steeds voor in de top-5, net als Koninklijke Olie. Beleggers zijn even actief met index-calls als met puts, vorig jaar gingen er juist meer puts om. Dollar en Top5-index werden verdrongen door de financiële grootmachten ABN Amro en ING.

Opvallende stijgers zijn KNP/BT en het goud van plaats 25 naar 14. Nieuw zijn de twee staatsleningen dit jaar uitgegeven en Bols Wessanen. Begemann, Wolters Kluwer en Stork, drie fondsen uit de eerste divisie waar een specialist de handel verzorgt, doen het goed. Net als de Zweedse beursindex OMX.

(Dit is het laatste artikel in de rubriek Beurszaken. Vanaf volgende week dinsdag verschijnt hier net als op zaterdag de rubriek Gezin in Zaken)