Opbeurende porren bij Klap op de Vuurpijl

Concerten: Klap op de Vuurpijl met het Willem Breuker Kollektief, Balanganjur door het Balinese orkest Irama, het Trio Clusone en de Ebony Band o.l.v. Werner Herbers met werken van Revueltas, Schulhoff en Zappa. Gehoord: 27/12 Theater Bellevue, Amsterdam. Herhaling: t/m 31 december het Breuker Kollektief en Irama + andere attracties. Vanavond The Lion Tamer of Perpetuum o.l.v. Alan Laurillard en de Koninklijke Philharmonie uit Bocholtz o.l.v. Heinz Friesen.

Haast hebben, het lijkt bij bepaalde leeftijden te passen. Jongeren hebben vaak haast om zich te bewijzen, heel oude en/of zieke mensen willen met de dood op de drempel nog graag iets voltooien. Maar haast hebben als je bijna vijftig en kerngezond bent, waar is dat goed voor? Wie het weten wil vrage het Willem Breuker want die heeft het altijd. Haast om de ene na de andere compositie neer te pennen, haast om ze liefst met de inkt nog nat uit te laten voeren. Voor aankondigingen is geen tijd, zodat het publiek zelf mag raden waar het ene stuk ophoudt en het andere begint. Dat laatste is echter in Klein Bellevue onbegonnen werk omdat alle stukken vol maat- en tempo-wisselingen zitten en ook allemaal fortissimo worden gespeeld. Als een circusorkest met een peppil te veel op, zo klonk het Breuker Kollektief gisteravond. En toen na veertig minuten de storm ging liggen en er een Mood Indigo-achtige toon werd gezet, konden de oren maar moeilijk wennen. Klonk dat stuk niet een beetje sentimenteel, zou het niet veel sneller kunnen?

Het Ebony Orchestra onder leiding van Werner Herbers had best iets meer haast mogen maken. Pas toen zanger Lieuwe Visser - in La Traviata-uitmonstering uit de Stopera ontvoerd - het derde stuk aankondigde, gingen de oren echt open. 'Als de goddelijke vonk verstopt kan zitten in een rookworst, waarom dan niet in een contrafagot?', vroeg hij zich met de Tsjechische componist Erwin Schulhoff retorisch af. Het was aan Guus Dral die vonk te laten horen, wat hij met mannemoed wist te volbrengen, ook in een soms onmenselijk tempo. Looft Uwe Heer met gehijg en gepruttel, leve de enorme contrafagot.

Na Schulhoffs Wolkenpumpe, niet minder dadaïstisch en poëtisch, was het de beurt aan de Mexicaanse componist Silvestre Revueltes (1899-1940). Diens sterk van dans- en salonmuziek doortrokken stukken, met scheve triolen en schotse dissonanten, boden vooral de blazers de kans om te schitteren. Vooral trompettist Peter Masseurs greep die kans in Hommenaje à Garcia Lorca met beide handen aan. De niet geprogrameerde Ode aan Frank Zappa kwam niet erg van de grond maar dat kon na dit alles niemand meer deren.

Dat de misschien nog minder geprogrammeerde openingsset van het Clusone Trio ongelooflijk leefde, is minder een wonder dan het leek. Wat het Ebony Orchestra niet gegeven is: met grote regelmaat samen te spelen, lukt dit trio sinds enige tijd wel. Het resultaat is ernaar: Han Bennink de drammerige poseur, Ernst Reijseger de intellectuele nijdas en Michael Moore de onbegrijpelijke stoïcijn, ze springen zonder vrees samen in het diepe, donderjagen een eind weg en geven elkaar gemene, dan weer opbeurende porren. Haast is er nauwelijks bij: wat goed is komt vanzelf boven drijven.