"M'n hele jaaromzet is vernietigd: 2 à 3 ton'

BEESEL/BERGEN, 28 DEC. “Tja , cactussen en water, dat gaat niet samen.” De Limburgse tuinbouwer L. Stroucken kan er zelfs nog een wrang glimlachje bij tevoorschijn toveren. Tot afgelopen woensdag had hij in de vier kassen op zijn erf zo'n 200.000 cactussen staan. Toen kwam het Maaswater binnenvallen. “Met boomstronken, weipalen en al”, zegt hij, “en toen was het gebeurd. M'n hele jaaromzet is vernietigd. Dan moet u toch aan twee, drie ton denken. En daar komt bij: als je geraniums kweekt kun je nieuw zaad kopen en heb je binnen zes weken nieuwe produktie. Dat gaat niet op met cactussen, dat groeit niet zo snel.”

De Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) heeft vandaag in een brief aan minister Bukman (landbouw, natuurbeheer en visserij) aangedrongen op voorschotten op een mogelijke schadevergoeding door het Rijk. “Als er op korte termijn niets gebeurt gaan die bedrijven failliet”, verklaarde vanmorgen K. van Rooij, algemeen secretaris van de LLTB.

Volgens de bond zijn enkele honderden boeren en tuinders in Limburg door de overstromingen in grote, vooral financiële problemen gekomen. Van Rooij schat de totale schade in de landbouw op tientallen miljoenen guldens. Met voorschotten kunnen boeren in ieder geval de ergste schade herstellen en bijvoorbeeld nieuw plantmateriaal aanschaffen, stelt Van Rooij.

Stroucken is een van de honderden boeren en tuinders in Limburg die enorme schade hebben geleden door de overstromingen. Bijna alle 200.000 cactussen, in vier verschillende stadia van ontwikkeling, legden het loodje. Alleen al met het opruimen en herstellen van de kassen denkt Stroucken zeker enkele weken bezig te zijn. Er staat nu nog een halve meter water in het bedrijf, maar er wordt al druk gewerkt aan het herstel. Monteurs zijn bezig de verwarming te herstellen. “We geven niet op. Ik ben 52, ik ben nog veel te jong om te stoppen.”

Stroucken kreeg al “hartverwarmende” reacties van collega's. Bij het opruimen van de ravage steken ook buren en kennissen een helpende hand toe. Een collega-cactuskweker heeft aangeboden een van de vier kassen te vullen met nieuw jong materiaal. “Pro deo”, zegt Stroucken met bijna overslaande stem, “dat is toch fantastisch. Dat geeft de burger moed”.

De Bergense veehouder G. Derix kon vanmorgen pas voor het eerst weer een kijkje nemen op zijn boederij. Het duurt zeker tot volgende week, denkt hij, voor hij zijn 180 stuks vee weer terug kan brengen. “Alles bij ons ligt onder een dikke laag slib, dat moet eerst verwijderd worden.” Tot die tijd moet hij net als zoveel andere veehouders bij de collega waar zijn dieren zijn ondergebracht zijn vee melken en verzorgen.

De veehouder vindt het moeilijk nu al een schatting van de opgelopen schade te maken. Zijn aandacht gaat vooral uit naar het ruwvoer, waarmee hij had gepland de winter door te komen. “Ik heb de kuilen nog niet kunnen bekijken. Maar alle voer dat in aanraking met het Maaswater is geweest beschouw ik als verloren. Dat durf ik mijn koeien niet meer te geven. De Maas is toch een open riool.” Vooralsnog denkt Derix voor enkele tienduizenden guldens aan nieuw voer te moeten besteden. Maar dat is zijn tweede zorg. “We zitten nog steeds geëvacueerd. Ik ben al blij als ik eindelijk naar mijn boerderij terug kan.”