Laat uitbreiding Navo afhangen van toekomstige doelstellingen

Voor de toekomst van de NAVO bestaan twee scenario's, oordeelt R. de Wijk van de Haagse Defensiestaf. Of de NAVO blijft een collectief verdedigingsmechanisme tegen een potentiële vijand, of de organisatie vindt haar bestaansrecht vooral in het uitvoeren van vredesoperaties voor CVSE en VN. In het laatste geval vervalt een belangrijk argument tegen toetreding van Midden- en Oosteuropese landen.

Het succes van Zjirinovski tijdens de Russische verkiezingen heeft het debat over de uitbreiding van de NAVO een nieuwe impuls gegeven. Eyal stelde in deze krant dat toelating tot de NAVO van de Oosteuropese landen nu dringerder is dan ooit. Uitgangspunt is dat Zjirinovski een veiligheidsrisico voor de Oosteuropese landen vormt en dat toetreding tot een collectieve verdedigingsorganisatie daarom gewenst is.

Zjirinovski's succes is inderdaad alarmerend, maar zolang hij geen regeringsverantwoordelijkheid draagt, zijn uitspraken niet meer dan retoriek. Wel valt te verwachten dat Jeltsin onder druk van het opkomende nationalisme in zijn buitenlands beleid een meer kritische houding ten opzichte van het Westen zal aannemen.

Dit maakt de discussie over de uitbreiding van de NAVO er niet eenvoudiger op. Eén aspect blijft in deze discussie vrijwel onderbelicht: de toekomstige rol die de NAVO in het Europese veiligheidssysteem moet gaan spelen. Moet de NAVO zijn rechtvaardiging uitsluitend blijven ontlenen aan de noodzaak tot collectieve verdediging tegen een potentiële vijand? Of is zijn bestaansrecht vooral gelegen in het op verzoek van CVSE en VN kunnen uitvoeren van vredesoperaties? Het antwoord op deze vraag is in hoge mate bepalend voor de mogelijke uitbreiding van de NAVO. Daarbij zijn twee scenario's te onderkennen.

Scenario 1 houdt in dat de bondgenoten het (voorlopig) niet eens worden over de toekomstige rol van de NAVO. De NAVO blijft in dit geval uitsluitend een collectieve verdedigingsorganisatie. Zolang er geen aanwijsbare vijand is, zal de functie van het bondgenootschap verder worden uitgehold en kan het uiteindelijk een slapende organisatie worden. Er zijn geen aanwijzingen die erop duiden dat een serieuze vijand zich binnenkort aandient. Zelfs een president Zjirinovski lijkt niet in staat op afzienbare termijn een grote militaire dreiging voor de NAVO te vormen. Daarvoor verkeren de Russische strijdkrachten in een te slechte staat en ontbreken de noodzakelijke voorzieningen na het terugtrekken van voormalige Sovjet-troepen uit Oost-Europa.

In dit scenario kan uitbreiding de indruk wekken dat de NAVO erkent dat Rusland de Midden- en Oosteuropese landen daadwerkelijk bedreigt en dat toetreding tot een collectieve verdedigingsorganisatie daarom gerechtvaardigd is. Dit staat haaks op de visie dat alle landen van het voormalige Warschau Pact nu "partners for peace' zijn waarmee samenwerking en dialoog moet worden verdiept. Toetreding van de Midden- en Oosteuropese landen tot de NAVO zou zelfs een "self-fulfilling prophecy' kunnen worden. Primakov, de chef van de Russische inlichtingendienst heeft onlangs gewaarschuwd dat toetreding van deze landen Moskou zal dwingen tot militaire tegenmaatregelen. De Russische minister van buitenlandse zaken Kozyrev drukte zich in soortgelijke bewoordingen uit. Zjirinovski zal uitbreiding van de NAVO ongetwijfeld uitleggen als een bedreiging voor Rusland, waardoor hij anti-Westerse gevoelens kan versterken en de positie van Jeltsin verder kan ondergraven. In dit scenario lijkt de kans op toetreding van Midden- en Oosteuropese landen tot de NAVO dus gering.

Scenario 2 houdt in dat de NAVO daadwerkelijk evalueert naar een organisatie die zijn bestaansrecht ontleent aan het met "partners for peace' uitvoeren van vredesoperaties op verzoek van CVSE of VN. Er is nog geen formele uitspraak dat dit de nieuwe hoofdtaak van de NAVO wordt. Wel besloot de NAVO in 1992 dat op verzoek vredebewarende- en vrede-afdwingende operaties buiten het verdragsgebied kunnen worden uitgevoerd. Dit resulteerde in het afdwingen van het vliegverbod boven Bosnië-Herzegowina en de controle op het embargo ingesteld tegen Servië en Montenegro.

Binnen het CVSE-gebied zal in beginsel worden samengewerkt met landen van het voormalige Warschau Pact. De aanzet tot deze samenwerking werd gegeven met de NAVO-strategie van november 1991. Samenwerking en dialoog werd hierin als strategische doelstelling genoemd. Dit leidde tot de Noord-Atlantische Samenwerkings Raad (NASR) en ontelbare bi- en multinationale samenwerkingsprojecten. Van belang is samenwerking op het gebied van vredesoperaties. Praktische samenwerking richt zich onder meer op de planning voor de voorbereiding en uitvoering van vredesoperaties, opleiding, training en oefening, en logistieke aspecten. Het ziet er naar uit dat het "Partnership for Peace' programma dat tijdens de NAVO-top begin januari wordt gepresenteerd deze samenwerking verder verdiept.

Interessant is dat de NASR zich lijkt te ontwikkelen tot de "gewapende arm' van de CVSE. Dit blijkt uit het feit dat lidmaatschappen van beide organisaties gaan samenvallen. Deze trend is ingezet met het besluit de CVSE-voorzitter zitting te laten nemen in de Ad-hoc Group on Peace Keeping van de NASR, die de samenwerking op het gebied van vredesoperaties nader moet invullen. Voorts hebben Oostenrijk, Zweden en Finland te kennen gegeven ook in deze Ad-hoc Group te willen participeren.

Als gevolg van deze ontwikkeling gaat de NAVO in toenemende mate fungeren als een kernorganisatie binnen de NASR, waarin de militaire samenwerking het nauwst is. Het uitgangspunt voor samenwerking tussen de NAVO-landen is daardoor steeds minder het verbeteren van de collectieve verdediging, maar steeds meer het vergroten van de interoperabiliteit tussen nationale krijgsmachten om vredesoperaties zo effectief mogelijk te kunnen uitvoeren. Indien dit het doel van samenwerking wordt, vervalt een belangrijk argument tegen toetreding van de Midden- en Oosteuropese landen. Toetreding heeft dan weinig te maken met de collectieve verdediging tegen een vijand, maar met de versterking van de collectieve veiligheid tussen staten. Indien de NAVO zijn bestaansrecht vooral gaat ontlenen aan het op verzoek uitvoeren van vredesoperaties, kan uitbreiding van het bondgenootschap zelfs een voordeel zijn. Meer landen kunnen dan efectiever deelnemen aan door CVSE of VN gemandateerde vredesoperaties.