Hulpverleners trekken zich terug uit deel van Liberia na plundering

MONROVIA, 28 DEC. Hulporganisaties hebben zich teruggetrokken uit de Liberiaanse grensstreek Lofa nadat een gewapende militie een van hun kampen had geplunderd. Hulpverleners en negentig weeskinderen werden uit het vluchtelingenkamp bij de stad Vacun geëvacueerd. Door het vertrek van de hulporganisaties brak paniek uit onder de dertigduizend bewoners van het kamp, van wie een deel naar het oerwoud vluchtte.

Militieleden dwongen de kampdirecteur met een pistool op het hoofd een kluis te openen en namen geld, voedsel, medicijnen en voertuigen mee. Een VN-voertuig met internationale waarnemers werd enige tijd gegijzeld. Tijdens de plundering riepen de hulpverleners via de radio de hulp in van de rebellenleiders, maar een vliegtuig met een officiële vertegenwoordiger van de rebellen werd door de plunderaars beschoten. In het kamp werkten de Verenigde Naties en verscheidene particuliere hulporganisaties samen.

De militie die de aanval op het kamp uitvoerde, de ULIMO, is een van de drie belangrijkste facties die in juli na bemiddeling van de Verenigde Naties een vredesakkoord sloten na een burgeroorlog die vier jaar had geduurd. De oorlog begon toen rebellenleider Charles Taylor een poging deed het bewind van de dictator Samuel Doe omver te werpen. Tijdens het conflict sneuvelden naar schatting 150.000 mensen, vooral burgers. Soms werden slachtingen aangericht in vluchtelingenkampen.

In en rond Vacun leven circa 175.000 vluchtelingen die de burgeroorlogen in Liberia en het buurland Sierra Leone zijn ontvlucht. De omstandigheden in het gebied zijn slecht. Het is een groot deel van het jaar nauwelijks te bereiken door slechte wegen en zware regenval. De vluchtelingen en oorspronkelijke bewoners worden bedreigd door ondervoeding en besmettelijke ziekten.

Volgens het vredesakkoord in juli moeten alle facties worden ontwapend, maar hiervan is nog niets terecht gekomen. Het vredesproces staat onder zware druk van toenemend banditisme van de strijdende facties. Volgens de hulpverleners uit Lofa regeren ULIMO-commandanten als koningen in hun districten, en terroriseren zij dorpen door dwangarbeid op te leggen en willekeurig mensen dood te schieten.

Een VN-contingent van 2.550 militairen uit Tanzania, Zimbabwe en Oeganda moet begin januari met de organisatie van de ontwapening beginnen. De eerste 154 Tanzaniaanse manschappen arriveerden vorige week in Monrovia. (Reuter, AP)