Het celibaat is een opgave, maar ook een ideaal

Over het celibaat verschillen de meningen. De rooms-katholieke kerk houdt er aan vast, maar vele priesters ervaren het als een zware opgave.

Antoine Bodar, priester en kunsthistoricus, vindt het celibaat mooi en uitnodigend.

Bij gelegenheid van Kerstmis heeft de Belgische kardinaal Danneels een brochure uitgegeven over de zeven sacramenten die de kerk van Rome kent - genadetekenen, door Christus ingesteld, door Zijn kerk voltrokken. Alle zijn radicaal. Twee ervan zijn in het bijzonder gericht op de dienst aan de gemeenschap. Deze beide vullen elkaar aan, voltooien elkaar. Het huwelijk en het priesterschap. De hoeksteen en de sluitsteen. Beide verbintenissen zijn liefdesrelaties. In het huwelijk namen man en vrouw elkaar voor het aanschijn van God tot echtelieden. Zij gaan lichamelijk en geestelijk in elkaar op en proberen elkaar in Christus' naam te voltooien, zoals ook elke vriendschap in Christus volledig mag worden.

“Man en vrouw maken het sacramentsteken uit”, schrijft Danneels, “niet enkel in hun toestemming maar in hun hele wezen: ze zijn gehuwden.” In het priesterschap geeft de mens zich aan God, poogt in Hem op te gaan, deel van Hem te worden om in Zijn naam te kunnen spreken en handelen. “Er is geen samenleving of er zijn mensen die bijzonder instaan voor de relaties met God. Alle volkeren kennen dat. Priesters zijn overal belast met het spreken namens God (het onderricht) en met de eredienst aan God (gebed en offer). (...) Ze staan dus ergens tussen de mensen en God, als middelaars. Vaak dragen ze insignia en beroepen ze zich op privileges.” Tot zover de kardinaal van België.

Eén van die priesterlijke privileges is het celibaat. Daarover heeft de kardinaal van Nederland, Simonis, in de voorbereiding op Kerstmis, een brochure geschreven.

Democratisering en individualisering, secularisering en materialisering hebben de geloofscrisis bevorderd. Het beeld van de persoonlijke God raakt verduisterd en daarmee het priesterschap en het privilege van het celibaat. “De diepe zin van het celibaat ligt immers in de verbondenheid met God en zijn mensgeworden Woord, Jezus Christus”, aldus Simonis die tevens oog heeft voor de last van het celibaat met als gevolg uittreding, seksuele vergrijpen, affectieve armoede, diepe eenzaamheid. “Door velen wordt het celibaat bijgevolg eerder als zielig dan als aantrekkelijk en inspirerend ervaren.”

Daarbij komt dat de verbinding tussen priesterschap en celibaat niet noodzakelijk hoeft te zijn, al mag reeds sedert de vroege kerk gesproken worden van verwantschap tussen beide, van "evangelische affiniteit'. In drie punten vat de Nederlandse kardinaal de betekenis van het celibataire leven voor de priester samen. De priester mag als beeld van de celibataire Christus diens herderlijke liefde zichtbaar maken, de liefde die niemand uitsluit. Op die wijze is het algemeen beschikbaar. In zijn alleen zijn is de priester tevens solidair met de mensen die niet vrijwilig alleen zijn maar lijden onder hun eenzaamheid. Ten slotte wijst hij in het celibaat vooruit naar de eindtijd, naar het geloof in de verrijzenis.

Ten minste twee publieke reacties volgen op Simonis' "pastorale brief': Dominicaan Van Ooyen, oud-Kamerlid van de PvdA, ziet de uitleg van de kardinaal als pleidooi voor de handhaving van de celibaatsplicht, spreekt over "fanatisme' en "achterhoedegevecht'. (Trouw, 22 XI 93). Pastoor Receveur, priester van het aartsbisdom Utrecht, pleit namens een tweehonderdtal pastores voor het losmaken van priesterschap en celibaat. Hoe "mooi' het als teken ook is, als verplichting blijkt het te zwaar. De brief, hieromtrent aan de aartsbisschop gestuurd, heeft deze nog niet beantwoord. (NRC Handelsblad 16 december 93).

Het zou naïef zijn te menen dat het celibaat niet staat tegenover het moderne levensgevoel. Het zou evenwel even naïef zijn te menen dat de kerk van Rome het celibaat als verplichting zou opheffen. Niet alleen in het Tweede Vaticaans Concilie is het celibaat gehandhaafd, het is nog eens bekrachtigd door de bisschoppensynode in de vergadering van 1990, gewijd aan de priestervorming, voorts geherformuleerd in de pauselijke exhortatie van 1992, Pastores dabo vobis (Ik zal U herders geven), en in de brief van de Nederlandse bisschoppen van datzelfde jaar, In Christus' naam.

De Romeinse vraag om het celibaat heeft niet te maken met Vaticaans machtsdenken, zoals vooral ouderen menen die zichzelf aan steil autoriteitsdenken hebben moeten ontworstelen. De vraag betreft een ideaal dat voorgeleefd mag worden, een contrapunt waardoor de kerk en de samenleving zowel van de tijd als boven de tijd klinken. Hiermee wordt geenszins ontkend dat de gave van het celibaat in de Westerse cultuurkring veelal als opgave wordt ervaren. In maatschappijen, waarin alles onder handbereik komt en alles op het hier en nu wordt geconcentreerd, begrijpt men het afzien niet meer, ontkent men de opoffering, wil men alles hebben - terwijl het leven zelf nu juist leert dat niemand ooit ergens alles kan hebben.

Wijzen op het celibaat betekent niet afwijzen van de wereld maar aanvaarden van de wereld, niet afzien van de liefde maar omhelzen van de liefde. Alle mensen zijn zonder uitzondering “von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt”. Hoe vrij maakt de liefde in haar beperking, in haar exclusiviteit? De jongeren van de jaren zestig waren dat alleszins vergeten, maar er zijn jongeren in de jaren tachtig en negentig die dat gegeven hebben herontdekt. Pleiten voor exclusieve liefde impliceert begrijpen van celibaat, de liefdesrelatie met Christus. Jongeren, wier leven niet getekend is door bitterheid, cynisme, macht, voelen dit wellicht gemakkelijker aan dan menig oudere, wiens leven is vervlakt in verdriet, teleurstelling, macht. Begrip hebben voor de onthouding in kuisheid betekent niet onbegrip hebben voor andere wijzen van liefdesbeleving, blind zijn voor degenen die verstrikt raken in het celibaat en het als onmogelijk ervaren. De mens is niet geroepen alleen te zijn, tenzij....

De rooms-katholieke kerk in Nederland wordt getekend door twee soorten vrees. Zij is bang voor traditioneel of conservatief te worden gehouden in een maatschappij die progressief is in het herwegen van traditie, in het overwegen van conservering. De rooms-katholieke kerk is bang zich niet voldoende aan te passen aan het hedendaagse denken van de moderne mens in een samenleving, waarin men stilaan meer geeft om eigenheid en echtheid. Aanstaande priesters zouden juist in de Randstad minstens evenzeer geschoold mogen worden in de eigenheid van de Geest als in het anderszijn van de tijdgeest. Voor dergelijke jongelieden is het compromis met de wereld fnuikend, de authenticiteit van de roeping wezenlijk.

Laat de kerk ophouden bang te zijn het eerste gebod voor het tweede te laten gaan, de rekening met de Heer voor de rekening met de mensen - hoe zeer deze beide één zijn en niet zonder elkaar kunnen. Momenteel is de kerk van Rome veel meer de tijd vooruit dan de kerk in Nederland. Laten de Nederlandse katholieken denken om hun wereldwijde reputatie van vooruitstrevendheid. Wat beduidt dit? Dit duidt op een tweede Moderne Devotie, een nieuwe innerlijkheid, een nieuwe vroomheid in vrijheid, een nieuwe vrijheid in gebondenheid. Er is minder reden voor pessimisme dan voor optimisme. Er is minder reden voor somberheid dan voor vrolijkheid. Het celibaat is niet alleen mooi maar ook uitnodigend. Het is niet louter afzien van de lijfelijke liefde maar eerder opzien naar de hemelse - naar Hem Die de Liefde Zelf is, tot Wie elke geroepene met de woorden van de profeet mag zeggen: Gij zijt mij te sterk geweest. Ik heb mij laten overreden.