Halfslachtig tegenoffensief ING Bank

AMSTERDAM, 28 DEC. Bij de door negatieve publiciteit geplaagde ING Bank vermenigvuldigen de schandalen zich volgens het principe van de celdeling. De jongste affaire van de bank is inmiddels opgesplitst in twee bijna zelfstandige kwesties, die alleen de oorsprong nog gemeen hebben. De oorspronkelijke zaak betreft malversaties van handelaren bij de effectendivisie van de toenmalige NMB/Postbank, voorganger van de ING Bank. De afsplitsing behelst de inmiddels steeds prangender vraag of ING de Amsterdamse effectenbeurs over deze malversaties correct heeft ingelicht.

In 1989 en 1990 verrichtten twaalf effectenhandelaren van de NMB honderden aandelentransacties, waarbij winstgevende werden geboekt op privé-rekeningen en verliesgevende op rekening van de werkgever. Daarbij werden ook beursregels overtreden, onder meer doordat buiten de beurs om werd gehandeld. De interne accountantsdienst (IAD) van NMB/Postbank verrichtte in 1990 een grootscheeps onderzoek naar de privé-transacties van de handelaren, van wie enkelen met een positief getuigschrift bij anderen banken werden gestald.

De malversaties groeiden in oktober van dit jaar uit tot een affaire door de verschijning van het boek De geur van Geld, waarin auteur Marcel Metze de zaak uit de doeken deed. De Amsterdamse effectenbeurs kreeg de indruk niet van deze zaak op de hoogte te zijn gebracht en stelde een onderzoek in. Het controlebureau van de beurs vroeg ING om het IAD-rapport, waarvan vervolgens ook delen werden gepubliceerd in deze krant. Toen de beurs daarna openlijk liet weten dat in het door ING geleverde rapport enkele deelonderzoeken ontbraken, kreeg de affaire het karakter van een rel.

De ING Bank, die de afgelopen maanden een zekere faam heeft verworven met een flitsende reclame-campagne, besloot begin vorige week tot een tegenoffensief. De bank wapperde met een brief, waaruit moest blijken dat de Vereniging voor de Effectenhandel (de beurs) wel degelijk in 1991 al op tijd en volledig werd geïnformeerd. De brief dateert van 17 mei 1991 en is geschreven door A. Kuijlaars en A. Steenbergen van NMB/Postbank aan H. te Beest, hoofd van het controlebureau van de beurs. Het betrof letterlijk een “mededeling naleving reglementen en richtlijnen van de vereniging”.

Te lezen waren enkele fragmenten die op het eerste gezicht ING een sterke troef in handen geven. “Geconstateerd werd dat er zeer incidenteel binnenlandse aan- en verkooptransacties waren die niet over de beurs zijn gelopen. Dit betrof overigens geen transacties met andere beursleden”, luidt een conclusie. Een andere opmerking is: “Er zijn geen onregelmatigheden geconstateerd en niet gebleken is dat er sprake was van mogelijk misbruik van voorwetenschap ofwel mogelijke koersmanipulatie”. ING weigerde overigens - en volhardt daarin ook nu nog - de hele brief te overleggen met als argument dat dit “niet netjes” zou zijn. Het Financieele Dagblad publiceerde afgelopen vrijdag enkele fragmenten van de brief met bevestiging van ING.

De brief van 1991 bewijst echter niet dat ING de beurs adequaat heeft geïnformeerd. Op twee inhoudelijke punten lijkt de informatie niet erg volledig. Het is heel goed mogelijk dat geen sprake is geweest van voorwetenschap of koersmanipulatie, maar de malversaties betroffen dan ook iets heel anders: het benadelen van de werkgever en het handelen buiten de beurs om. Dat dit laatste 'zeer incidenteel' is gebeurd, is de vraag, gezien het feit dat de grootste fraudeur van de twaalf, die een kennis 6 ton toespeelde, mogelijk al zijn transacties buiten de beurs om liet gaan.

De beurs tilt echter zwaarder aan het mogelijk ontwijken van de informatie-procedures, die zijn vastgelegd in het zogeheten 'voordeur-convenant' tussen de grote banken en de beurs. Volgens deze overeenkomst loopt het controlebureau niet bij de 'grootbanken' naar binnen, maar vertrouwt het voor een groot deel op de informatie van de interne accountantsdiensten. Bijzondere gevallen, zoals bijvoorbeeld omvangrijke onderzoeken, moeten altijd apart worden gemeld aan de beurs.

De brief van 17 mei 1991 maakt volgens ingewijden bij de beurs niet duidelijk dat sprake is van een omvangrijk onderzoek. Dit onderzoek is evenmin apart gemeld aan de beurs. Bovendien is de brief niet meer dan een regulier antwoord op een even regulier verzoek om informatie dat het controlebureau op 2 april had gedaan. Bij een nabespreking die het controlebureau van de beurs in de zomer van 1991 had met ING werd evenmin duidelijk gemaakt dat een grootscheeps onderzoek had plaatsgevonden. In het jaaroverzicht dat ING gaf van de onderzoeken viel het IAD-onderzoek naar de NMB-affaire evenmin erg op. De niet al te nadrukkelijke melding van ING prangt des te meer, doordat de beurs volgens het convenant erop moet kunnen vertrouwen dat een accountantsdienst het controlebureau actief attent maakt op ernstige vergrijpen.