Felipe González speelt riskant spel met de kegels

Het zelfvertrouwen van de Spaanse socialisten heeft fikse deuken opgelopen. De meningsverschillen met de vakbonden over de aanpak van de economische crisis en de machtsstrijd binnen de PSOE blijven premier González achtervolgen.

MADRID, 28 DEC. De feestdagen worden in Spanje traditioneel doorgebracht met de lotto en in het circus. Op straat gaan uitgelaten Madrilenen elkaar te lijf met op de kerstmarkt gekochte opblaasbare reuzehamers. Ook de politiek lijkt dezer dagen zowel op een kansspel als een circus. Met ingehouden adem vraagt het publiek zich af hoe lang de belangrijkste attractie, jongleur Felipe, zijn kegels in de lucht kan houden.

Het herwonnen zelfvertrouwen van de regerende PSOE heeft nog geen half jaar na de verkiezingen een aantal stevige deuken opgelopen. Meer van hetzelfde, maar moeilijker dan vroeger - zo laten zich de problemen samenvatten waarmee de regering-González worstelt. Nu zij niet langer beschikt over een parlementaire meerderheid, is de aanpak van de economische crisis er niet eenvoudiger op geworden. En met een werkloosheid die in de buurt van een kwart van de beroepsbevolking komt, wordt Spanje als geen ander land binnen de Europese Unie door de crisis getroffen.

Oppositieleider Jose Mará Aznar levert aanhoudend snerpende kritiek op het economisch beleid van de regering, dat volgens hem zijn land naar de afgrond leidt. Dat sloeg aan. Volgens de laatste opiniepeilingen zijn de socialisten inmiddels teruggezakt tot hun laagste niveau sinds ze in 1982 aan de regering kwamen. Aznars Partido Popular (PP), tegen de verwachting in deze zomer niet de winnaar, werd alsnog de grootste partij van Spanje.

González, die na elf jaar regeren de allures van een staatshoofd heeft, maakte op geheel eigen wijze een einde aan de aanvallen. De premier deed eerst een hele tijd niets en nodigde vervolgens de oppositieleider begin november uit voor een gesprek onder vier ogen in zijn werkpaleisje in Moncloa, aan de rand van Madrid. Terstond schrompelde de kritiek van Aznar ineen tot wat milde kanttekeningen. Een onverwachte wending die zelfs binnen Spaanse politieke verhoudingen opmerkelijk mocht heten. Commentatoren breken zich nog steeds het hoofd over de vraag wat er tussen beiden heren is voorgevallen. Had González bepaalde concessies gedaan, en wat dan in hemelsnaam? Aznar kon toch niet alleen gevallen zijn voor een beroep op het belang van "stabiliteit' tijdens een "nationale crisis'?

Heel wat minder raadselachtig verliep het bezoek dat de socialistische vakbondsleider Redondo en diens communistische collega Gutiérrez een maand later aan Moncloa brachten. De beelden van het samenzijn spraken voor zichzelf: beide vakbondsmannen op de smetteloos witte bank zuur voor zich uit starend, de minister-president er schuin tegenover, op maximale afstand van zijn gesprekspartners.

Het bezoek van de machtige vakbondsleiders betrof dan ook een formele bevestiging van de algemene staking, die kort daarna voor 27 januari werd uitgeroepen. Het vormen van een "sociaal pact' tussen de regering, werknemers en werkgevers is de afgelopen maanden namelijk volstrekt mislukt. De bonden weigeren categorisch mee te werken aan de maatregelen van neoliberale snit die González wil treffen om de starre arbeidswetgeving te versoepelen: ontslagregelingen worden vereenvoudigd en werkloosheidsuitkeringen beperkt.

De staking is een zaak van buigen of barsten geworden, met als dramatische extra dimensie de ruzie tussen de socialistische vakbond UGT en de PSOE. Het lot is de minister-president daarbij in zoverre gunstig gezind dat zijn oude vakbondstegenhanger Redondo vorige week een afgang moest maken. Als hoogstverantwoordelijke dreigt de secretaris meegesleept te worden bij het bankroet van een sociale-woningbouwvereniging die behoort tot de holding van de UGT. Woedende kleine huiseigenaren aan de vakbondspoort en een verlies dat is opgelopen tot 130 miljard peseta (1,8 miljard gulden) deden het imago van Redondo bepaald geen goed, temeer niet omdat de tekorten voortvloeien uit geknoei met de boekhouding.

De vernedering wordt er niet minder op nu de regering er ernstig over denkt de helpende hand te bieden in het faillissement. De eerste 1,2 miljard pesetas aan overheidssteun voor de UGT is al verstrekt, een zet waar binnen het kabinet smakelijk om gelachen moet zijn. Daarbuiten werd slechts in de marge opgemerkt dat het bankroet al maandenlang bij de regering bekend was, wat een geheel nieuw licht werpt op de onderhandelingen over het sociaal akkoord.

Een andere kwestie die de regering-González hardnekkig blijft achtervolgen is de voortdurende pressie van de regionale, nationalistische partijen. Nu ze bedankt hebben voor het aanbod zitting te nemen in de regering, is het voortbestaan van de minderheidsregering afhankelijk van hun stemmen. De Baskische PNV liet al verstek gaan door de overheidsbegroting voor het komende jaar niet te steunen. In plaats daarvan wordt de roep om autonomie vanuit Baskenland alleen maar sterker. En de Catalaanse leider Jordi Pujol, tot nu toe wel loyaal, begint eveneens zijn eisen voor een grotere onafhankelijkheid verder op te schroeven.

En dan is er nog de genadeloze machtsstrijd binnen zijn eigen partij die González ook na de verkiezing blijft kwellen. Het gaat daarbij tussen de hervormers die onder leiding van González aansturen op een links-liberale middenkoers en de gestaalde kaders van de traditionele lijn. De laatste worden aangevoerd door de "nummer twee' van de partij, vice-secretaris en voormalig vice-premier Alfonso Guerra, die samen met González al zo'n twintig jaar de leiding van de PSOE voert. Met zo'n staat van dienst laat iemand zich niet zo makkelijk wegsaneren.

Niet de Spaanse welvaartstaat, maar de markteconomie bevindt zich in een crisis, zo luidt een van de gevleugelde uitspraken waarmee de vice-secretaris het regeringsbeleid onder vuur neemt. González nam dit najaar wraak door onder luid appalaus zijn oude strijdmakker uit te maken voor een demagoog “die de ogen sluit voor de werkelijkheid”.

Het komende algemene partijcongres van de PSOE in maart wordt als de definitieve krachtmeting gezien tussen hervormers en de hardliners. Het eerste schandaal rond het evenement is al binnen: de guerristen hebben onder valse voorwendselen een duizendtal nieuwe partijgangers verworven om hun afvaardiging naar het congres te versterken. “Wat een brutaliteit”, zou de minister-president volgens het regeringsgezinde dagblad El Pas herhaaldelijk hebben uitgeroepen toen de zaak aan het licht kwam. Geen goede pers voor Guerra derhalve, maar vooralsnog ook geen garantie dat de jongleur van Moncloa zijn politieke nummer tot een goed einde zal brengen.