ELSKE TER VELD, ZEVEN MAANDEN LATER: 'Iets leukers dan staatssecretaris is er niet'

Een vertrouwensbreuk met de PvdA-fractie in de Tweede Kamer maakte op 4 juni een einde aan de politieke carrière van staatssecretaris E. ter Veld van sociale zaken.

Eerste deel van een serie vraaggesprekken met mensen uit het nieuws van 1993.

LEIDEN, 28 DEC. “Na mijn aftreden heb ik eerst alle brieven beantwoord die ik daarover had gekregen. Dat noemde ikzelf het proces van rouwverwerking. Daarna heb ik gezeild en ik ben naar Zuid-Afrika geweest. Ik heb een groot deel van Zuid-Afrika bekeken. Na 1 september ben ik weer aan het werk gegaan.”

Ex-staatssecretaris Elske ter Veld (49) wordt nog dagelijks herinnerd aan haar vroegere functie op het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid. Niet alleen door kranteberichten over de bijstand, de WAO en de Ziektewet, maar ook omdat de stoep voor haar huis in Leiden nog altijd onder de verfspatten zit. Zij vormen de herinnering aan een demonstratie die een boze meute het afgelopen voorjaar voor haar deur hield toen het kabinet de bijstand voor jongeren wilde afschaffen. Niet in de laatste plaats waren het de Jonge Socialisten, de jeugdafdeling van de PvdA, die de verontwaardiging voedden. Achteraf was dat de inleiding tot het politieke tumult dat de kloof tussen de PvdA-fractie en Ter Veld blijkbaar onoverbrugbaar maakte.

De politiek kent zo haar eigen cynische processen. Het partijcongres van de PvdA besloot eerder deze maand de 22-jarige voorzitter van de Jonge Socialisten, Sharon Dijksma, van een onverkiesbare naar een kansrijkere plek op de kandidatenlijst voor de nieuwe Tweede Kamer te schuiven. Op hetzelfde congres sprak partijleider Kok, de vice-minister-president, lovende woorden over de moed die Ter Veld als staatssecretaris had getoond. Ook haar opvolger, Wallage, heeft besloten de bijstand voor jongeren toch af te schaffen. En het waren uitgerekend de Jonge Socialisten die als eersten binnen de partij het contact met de gevallen bewindsvrouw herstelden. Zij nodigden haar uit voor een discussiebijeenkomst. Onderwerp: de generatiekloof in de politiek.

“Kok heb ik deze maand na het congres voor het eerst weer gesproken. Met fractievoorzitter Wöltgens heb ik een keer getelefoneerd. Met de partijtop waren er verder geen contacten nee, zo gaat dat kennelijk.” Even was er wel sprake van een terugkeer in de politiek, maar dan de lokale, toen ze op andermans initiatief op de groslijst verscheen van de PvdA-kandidatenlijst voor de Leidse gemeenteraad. De conclusie klonk al gauw: Ter Veld wordt wethouder. “Maar ik was absoluut niet van plan om wethouder te worden. Raadslid leek me wel leuk. Kon ik op lokaal niveau gaan bekijken hoe de bijstandswet werkt. Vergeet niet: in dat opzicht wordt een gemeenteraadslid steeds belangrijker. Maar ik heb me geen kandidaat gesteld. Ik had de indruk dat dat door sommigen hier in Leiden als de oplossing van een Haags probleem werd beschouwd. Dat wilde ik niet, ik wilde geen discussie over mijn persoon.”

Sinds 1 september doet ze “allerlei los werk”. Om te beginnen doceert ze één dag per week op de Hogeschool Midden Nederland in Culemborg en ook begeleidt ze scripties van haar studenten. “Ik heb met mijn studenten de brief van Wallage over de bijstand doorgenomen. Dat was natuurlijk enig.” In afwachting van een vaste baan, waar ze naar eigen zeggen nu wel weer aan toe is, houdt ze zich bezig “met het houden van inleidingen, het schrijven van artikelen, het plegen van onderzoek. En ik adviseer veel. Ik ga voor d'Ancona een task-force over jeugdhulpverlening voorzitten en voor Ritzen een kleine task-force over de efficiency en effectiviteit van taalcursussen voor allochtonen. Ik kan me veroorloven alleen de dingen te doen die relatief leuk zijn.”

Haar woonkamer is haar werkvertrek geworden. Poes Bas, het beestje dat op zeil- en skivakanties zijn eigenaren vergezelde, stapt er niet meer rond. Op 21-jarige leeftijd heeft hij vorige week het loodje gelegd. Een personal computer is het belangrijkste werkattribuut voor Ter Veld. Een dienstauto komt niet meer langs. “Dat vind ik niet zo erg. Mijn chauffeur mis ik alleen als persoon. Met de trein reizen vind ik ook gezellig, zeker als je dat, zoals ik, in de tweede klas doet. Maar ik mis mijn persoonlijk medewerker. Al die papieren die ik op het departement op mijn kamer had. Die ik zo opzij kon schuiven in de wetenschap dat ik ze meteen terugkreeg als ik ze nodig had. En de medewerkers voor het werkoverleg. Die mis ik ook.”

In het begin was er de opluchting. Ter Veld kon in het openbaar eindelijk weer zeggen wat ze zelf meent, “zonder dat ik me voortdurend moest afvragen: wat vinden de ministers daarvan, wat vindt de fractie daarvan. Ik mocht weer zelf mijn inleidingen schrijven. Wat ik zelf vind wijkt niet veel af van wat ik in mijn functie vond, maar wel een beetje. Ik mag het allemaal pregnanter zeggen, ik word niet meer met argusogen bekeken.”

Maar een knagend gevoel is gebleven. Dat ze niet gewoon een half jaar niets is gaan doen komt “omdat je dan eerst afgekickt moet zijn en dat ben ik niet. Ik was gewend constant van alles en nog wat te doen.” Zou ze terugwillen in de politiek? “Voor een deel wel, voor een deel niet. Ik heb natuurlijk jarenlang niets anders gedaan. Er zit een heleboel lucht en opportunisme in de politiek. Maar het gaat wel over echte mensen.

“Ik vond het werk op het departement echt leuk. Ik mis dat wel. Ik merk het ook dat ik het vreselijk leuk vind, als ik weer een reden weet om naar het departement te gaan. Ik kom daar dus af en toe, terwijl ik er toch eigenlijk niks meer mee te maken heb. Ik ervaar nu ook dat je van buiten heel anders tegen de politiek aankijkt. Als ik dat op televisie zie, denk ik: wat een gedoe. Maar Koos Andriessen heeft gezegd: iets leukers dan minister vind je nooit. Hij kan het weten, want hij heeft van alles gedaan en is daarna toch weer minister geworden. Wat hij zegt, geldt natuurlijk ook voor een staatssecretaris.”