DUNNING [3]

Ook professor Dunning ontkomt niet aan enkele modieuze uitspraken. Generalisaties over aftakeling en twintig jaar gebrekkig zijn.

Zulke uitspraken scheppen een nieuwe discriminatie. De moeilijkheid met het ouder worden is wel "qu'on reste jeune'. Men krijgt soms het gevoel, ook door een recent hoofdartikel in deze krant, dat men boven de zeventig nog genadebrood mag eten, terwijl de jongere generaties hun welvaart voor een groot deel te danken hebben aan het werk van ouders en grootouders, en men tijdens zijn arbeidzame leven rechten heeft opgebouwd: om pensioen te ontvangen, om ziek te zijn, soms kan men zelfs gelukkig zijn. Want juist na je vijfenzestigste en a fortiori je zestigste kan het leven zo heerlijk zijn als vrijwel nooit tevoren, omdat de werkdruk en de verantwoordelijkheid voor alle vaak moeilijke beslissingen wegvallen.

Goede statistieken zijn noodzakelijk in het medisch "bedrijf', maar de kunst van het genezen is de behandeling van een mens en niet van de mensen. Deze "kunst' geeft ook de grootste bevrediging en wordt tegenwoordig het slechtste geleerd. Iemand die een nieuwe heup heeft gekregen, voor staar is geopereerd, met een bypass is geholpen, is niet gebrekkig, kan gezond leven. Ik wens professor Dunning nog vele goede jaren als die waarvan verschillende van mijn leeftijdgenoten, al jaren gepensioneerd, genieten en hebben genoten, zonder pijp, want tabak, in welke vorm ook, blijft schadelijk.