"Digitale stad' geeft Amsterdam nieuwe dimensie

Een computernetwerk is net een stad. In Amsterdam wordt dit beeld binnenkort werkelijkheid met het openbare netwerk "de digitale stad'.

ANTWERPEN, 28 DEC. Het is doodstil in de "digitale stad Amsterdam'. Nog geen mens beweegt zich over de pleinen of in de stegen. Maar dat gaat veranderen. Er wordt hard gewerkt aan het verplaatsen van een deel van het Amsterdamse sociale, culturele en politieke leven naar de computer.

De digitale stad zal Amsterdam in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart een nieuwe dimensie geven. In de elektronische kamer van de PvdA in het digitale stadhuis staat vandaag al wat meubilair: de volledige tekst van het nieuwe partijprogramma, toespraken van kopstukken, adresgegevens van partijmensen. En in een steegje wordt in achterkamertjes gesleuteld aan spelletjes en ander vertier.

In de digitale stad kan "datareizen' door straten en stegen, op weg naar het postkantoor, het centraal station, cafés en bedrijven zo een concrete handeling worden. Vanaf 15 januari tot na de raadsverkiezingen kan iedereen met een computer en een modem gratis (afgezien van de telefoonkosten) bewoner zijn van digitaal Amsterdam. Voor de computerlozen komen in café's, bibliotheken en andere openbare plekken pc's die toegang bieden tot de stad.

Het culturele en politieke centrum De Balie en de uit de computerkraakbeweging voortgekomen Stichting Hacktic Netwerk werken sinds enkele maanden aan dit nieuwe medium voor de Amsterdamse bevolking. Gisteravond gaven ze in het Antwerpse centrum voor beeldcultuur Eldorado - dat veel aandacht besteedt aan de ontwikkelingen in de elektronische media - een eerste presentatie van het resultaat. Al sinds mei van dit jaar biedt Hacktic aan inmiddels zo'n 1.000 particulieren toegang tot het wereldwijde netwerk Internet, dat al meer dan 20 miljoen mensen in staat stelt met behulp van een computer via de telefoon met elkaar en met talloze gegevensbanken contact te leggen.

Wie als digitale burger door de computerpoort Amsterdam binnentreedt, krijgt op zijn scherm een lijst met een tiental belangrijke bestemmingen. In het stadsarchief is een loket voor gemeentelijke informatie. Aan een ander loket kan de burger per elektronische brief raadsstukken en andere bestuurlijke informatie opvragen die een ambtenaar dan naar een persoonlijk elektronisch adres op het postkantoor verzendt.

In het gemeentehuis zetelen de fracties van de politieke partijen die er eigen kamers inrichten voor informatie en discussie over de gemeentepolitiek. De ruimte van de PvdA ziet er al een beetje bewoonbaar uit, de andere partijen moeten nog beginnen met inrichten. Tijdens de verkiezingscampagne zullen kandidaten antwoorden op vragen en deelnemen aan elektronische discussies in het Openbaar Forum over de uitbreiding van Schiphol, bouwen en breken in de stad, en over wat er verder maar door de bewoners van digitaal Amsterdam op de agenda wordt gezet.

Een digitale stad is meer dan politiek. Naast het Gebouw voor Kunst en Cultuur staat de Openbare Bibliotheek, waar de catalogus elektronisch kan worden geraadpleegd. In de bibliotheek liggen kranteknipsels (onder meer uit NRC Handelsblad en het Parool) en exemplaren van elektronische tijdschriften. De tekst van vele tientallen boeken (waaronder Bijbel, Shakespeare en Dante) is al volledig beschikbaar. Die boeken en tijdschriften zijn eigenlijk niet in Amsterdam, maar zonder dat de digitale burger er iets van merkt wordt hij automatisch doorgeschakeld en leest hij Macbeth op een computer ergens in Amerika. Wie er genoeg van heeft, kan seconden later in een café ergens in een donker digitaal-Amsterdams steegje met andere bezoekers kletsen.

Verderop in de steeg staan nog gebouwen leeg, waar spelletjes gespeeld kunnen gaan worden en waar ongetwijfeld dingen gaan gebeuren die via een 06-nummer stukken duurder zijn. En voor wie uitgekeken is in Amsterdam liggen er op het Centraal Station Internet-verbindingen te wachten naar de rest van Nederland en de wereld (van een overzicht van recente aardbevingen, resoluties van de Verenigde Naties, databanken over milieuvraagstukken, gratis computerprogramma's, tot het menu van de mensa in Groningen).

Wat Hacktic en De Balie hebben gedaan is simpel. Bij elke partij en instelling en bij ieder bedrijf zit informatie tegenwoordig in de computer. Wat ontbreekt is een manier om daar goedkoop en eenvoudig gebruik van te maken. De organisatoren hopen dat de digitale stad een plek wordt waar de bewoners elkaar elektronisch ontmoeten en een medium dat de afstand tot de politiek kan verkleinen. Naast, of in plaats van, het eenrichtingverkeer van de massamedia moet de nieuwe infrastructuur de burger een kans geven niet alleen informatie te consumeren, maar daar actief aan deel te nemen. De Amsterdamse wethouder Frank de Grave riep dan ook volmondig ja, toen De Balie hem vroeg of hij de Nederlandse Al Gore wilde worden door het plan te steunen.

De Amerikaanse vice-president Al Gore spreekt al jaren over een elektronic super highway als het informatiemedium van de toekomst - een kanaal waarover inmiddels in de VS tussen multinationals een miljoenenstrijd is uitgebroken. Anders dan in Amerika is het gebruik in Nederland tot nu toe vooral beperkt tot de wetenschap.