Bobbelige doeken uit Kazan met volkse motieven

Tentoonstelling: Kunst uit Kazan in Stedelijk Museum Zutphen, Rozengracht 3, Zutphen. Museum Henriette Polak, Zaadmarkt 88. Galerie Vorm & Beeld, Vaaltstraat 20. T/m 30 jan. Di-vr 11-17u. za en zo 13.30-17u. Nieuwjaarsdag gesloten. Catalogus: ƒ 22,50.

De Russische schilder N.I. Fesjin is voor mij de ontdekking van het jaar. Het doet dan ook pijn in het hart om met zijn werk kennis te maken in een smalle gang. Niet alleen de vrijwel onbekende Fesjin (1881-1955) is naar deze derderangs plek verbannen; er hangt ook een prachtig portret van de actrice Dragonirova, gemaakt door een van de grootste portrettisten van de negentiende eeuw, de Rus V.A. Serov. Kennelijk zijn Serov en Fesjin door de samenstellers van de tentoonstelling Kunst uit Kazan, te zien in de Stedelijke Musea Zutphen en een galerie, te licht bevonden om naar behoren op zaal te hangen.

Opgevrolijkt door enkele folkloristisch geweven lapjes stof worden in het Stedelijk Museum Zutphen bijna veertig schilderijen getoond uit de collectie van het Museum voor Schone Kunst in Kazan. Uitgezonderd het oninteressante, brave na-oorlogse werk, verkeren de doeken stuk voor stuk in een erbarmelijke toestand. Tot voor kort lagen ze verborgen in depots in het lange tijd voor westerse toeristen ontoegankelijke Kazan, een stad achthonderd kilometer ten oosten van Moskou. Kandinsky, Goncharova, Laryonov, Kuznetsov, Sapoenov en nog enkele anderen; hun slecht opgespannen bobbelende doeken uit de revolutieperiode hangen veelal zonder beschermende vernislaag in gammele lijsten.

Hoogtepunt op de tentoonstelling vormt voor mij Fesjins portret van Sapozjnikova uit 1916. Een vreemd dualistisch doek dat door drie schilders vervaardigd lijkt te zijn. Haar expressief geschilderde witte jurk brengt generatiegenoten als Soutine en Kokoschka in herinnering. Haar gezicht is daarentegen weer vrij traditioneel weergegeven, terwijl de achtergrond, gedomineerd door een met een sjabloonroller gedecoreerd bloemetjesbehang, aan de Jugendstil doet denken. Deze vreemde combinatie van stijlen levert een buitengewoon curieus doek vol spanning op. De eenheid zoekende Jugendstil, de onrust en felheid van de wilde streken, de exact neergezette ingetogen en norse blik van het model; samen zijn ze goed voor een ongekend drama.

Op een abstracte compositie uit 1913 van Kandinsky na, zien we in het Stedelijk Museum Zutphen verschillende bewerkingen van en variaties op de westerse avant-garde stromingen van destijds met de nadruk op een soort realisme dat zich afzette tegen de behoudende salonkunst. Waar Van Gogh het zocht in het noeste boerenlandleven, vonden veel Russische schilders hun heil in de volkskunst. In Nederland zijn er nauwelijks of geen schilders geweest die zich door Hindelopen of Brabants bont lieten inspireren; bij de Russen daarentegen gingen volkse motieven - denk aan Chagall - er in als koek.

Diezelfde invloed van volkse traditie is ook te zien in de verkooptentoonstelling van hedendaagse schilderkunst uit Kazan die gelijktijdig in Zutphen wordt getoond bij het Museum Henriette Polak en bij een plaatselijke kunsthandelaar. Maar van het losse avontuurlijke dat de Russische kunst van vroeger kenmerkt, is in deze schilderijen die van een ronduit bedroevend niveau zijn, niets terug te vinden. Ondanks de pufloze, verstikkende, vaak religieuze sfeer die eruit spreekt, gaan ze gezien de vele rode stippen als warme broodjes over de toonbank. Wellicht zijn de wervende woorden op televisie bij Sonja Barend hier debet aan.

Dit keer is het niet Rusland, maar Nederland dat met de rommel blijft zitten, terwijl straks Fesjin en zijn tijdgenoten weer zullen afreizen naar Kazan.