ZELDEN BEGREPEN HERDERSJONGEN IN BALANS

Gisteren werd hij in Parijs door journalisten gekozen tot de beste voetballer van Europa in 1993. Bondscoaches riepen hem vorige week in Las Vegas uit tot de beste ter wereld. In beide gevallen werd hij de opvolger van Marco van Basten. Roberto Baggio (26), een Italiaanse kleinkunstenaar aan de bal. Een gevoelsvoetballer en daarom zelden begrepen.

Ze jagen op hem, ze jagen hem op. Hij moet de ster worden van het wereldkampioenschap in de Verenigde Staten. Klein, fijn, donker kroezend haar in een staartje, een hemels gevoel voor de bal, zinneprikkelend en boeddhist, Roberto Baggio is een zegening, niet alleen als voetballer, maar ook als reclame-object.

De grootste populariteit geniet hij bij Italiaanse meisjes tussen acht en veertien jaar. De herdersjongen noemen ze hem, door zijn breekbare gestalte, zijn breekbare ogen, zijn haardracht en zijn ringbaardje dat pluksgewijs zijn breekbare kaken siert.

Trainers pijnigt hij omdat hij hun taktiek niet altijd wil begrijpen. Afgrijzen wekt hij bij zijn supporters omdat hij de verwachtingen niet altijd inlost. Omdat van hem altijd het beste, het mooiste en het abnormale wordt verwacht. Roberto Baggio is creatief, hij is geniaal. Maar alleen als de hemel het wil. Een sensibele voetballer vraagt om begrip en geduld.

Hij is de eerste voetballer in de stal van Mark McCormack, de International Management Group (IMG), die de financiële en marketingbelangen behartigt voor golf-, tennis-, ski-, autorace- en showbusiness-sterren. Domweg omdat Baggio in staat is de scepsis bij de Amerikanen ten opzichte van het wereldkampioenschap voetbal weg te nemen. De sportwereld heeft een nieuwe ster nodig nu Michael Jordan is weggevallen. Zijn naam zal in elk Amerikaanse huishouden bekend moeten worden. Zoals dat in elk Italiaans gezin het geval is. Hij moet de vertegenwoordiger worden van het stralende sportleven.

Ivan Nonni, directeur public relations en sponsoring van de Italiaanse sportartikelenfirma Diadora, waarbij Baggio een reclamecontract heeft, zegt: “Religie, politiek, vrouwen - in Italië is niets belangrijker dan voetbal. Reclame, sponsoring, filosofie - alles draait om voetbal. Het is niet alleen sport. Baggio beantwoordt aan dat beeld. Met zijn uitstraling kunnen we alle markten ter wereld veroveren, vooral tijdens het wereldkampioenschap in Amerika. Hij is de meest opwindende voetballer. Hij kan de nieuwe ster worden van de voetbalwereld. Hij speelt op de juiste positie, middenveld. Hij speelt voor de juiste club, Juventus. Hij draagt nummer 10, naar traditie het nummer van supersterren: Platini, Pelé en Maradona. Hij is creatief, boeiend en maakt doelpunten.”

Het is de vraag of de fragiele jongeman zoveel lasten kan dragen. Het is bijna een wonder dat Baggio nog voetbalt zoals hem is toebedeeld. “Toen hij twaalf jaar was, liet hij al dingen met de bal zien die ik niet voor mogelijk hield”, zegt Giulio Savoini, Baggio's jeugdtrainer bij Lanerossi Vincenza. “Dat inzicht, die snelheid van handelen, die balcontrole. Die dribbeling van hem kun je niet aanleren. Dat heb je. Ik was overweldigd. Maar hij was zacht en stil, in zichzelf gekeerd, hij ging op in de bal, in zijn spel. Hij dicteerde het spel van zijn medespelers door zijn acties en passes. Die waren van een andere wereld, daarom werden ze niet altijd begrepen. Zou men Roberto ooit begrijpen?”

Zestien jaar was Baggio toen hij in de Serie B bij Lanerossi (waar eens Piet Kruiver speelde) zijn opwachting in het eerste elftal maakte. Een jaar later onderging hij een meniscusoperatie en weer een jaar later een ingreep aan zijn kruisbanden. Hij werd voorzichtig en bang voor de aanslagen op zijn korte benen. Fiorentina, de beroemde club uit Florence, achtte het talent groot genoeg om de 20-jarige Venetiaan voor vijf miljoen gulden te kopen. “Hij was fantastisch”, zegt Sven-Göran Erikson, destijds trainer van Fiorentina. “Hij oogstte bewondering, maar hij was lui, scoorde zelden en was geen goede spelmaker. Hij had te veel, maar nooit genoeg.”

Hij had in de Toscaanse hoofdstad de elegante spelmaker Antognoni moeten vervangen. Daar slaagde Baggio niet in. Eenvoudigweg omdat Roberto Baggio een ander spel speelt. Maar Erikson had geduld en begrip. En langzaam leerde Baggio het spel zoals dat gespeeld dient te worden om te winnen.

Baggio bleef een jongen. Speels en sensitief. Wekenlang zat hij dagelijks aan het bed van een 14-jarige supporter van Bologna, die door een brandbom van Fiorentina-supporters levensgevaarlijk gewond raakte. Aan de vooravond van de eerstvolgende wedstrijd die Fiorentina tegen Bologna speelde, verklaarde Baggio dat hij onmiddellijk van het veld zou lopen wanneer hij ook maar iets van agressief gedrag bij zijn tifosi jegens die van Bologna bespeurde. Zijn dreigement werd serieus genomen. Weliswaar verloor Fiorentina, maar Baggio zei: “Ik geef honderd overwinningen voor een overwinning als deze.”

Aan het einde van het seizoen 1990 verloor Fiorentina in de UEFA-Cupfinale kansloos van Juventus. De eigenaar van de Toscaanse club graaf Flavio Pontello zag zich genoodzaakt Baggio te verkopen. AC Milan stond vooraan in de rij van belangstellenden. Maar Pontello had Juventus- en Fiat-eigenaar Gianni Agnelli de eerste rechten toegezegd. Voor liefst dertig miljoen gulden, toen de duurste voetbaltransfer in de historie, verkocht hij Baggio aan Agnelli.

“Ik maak me zorgen”, was het antwoord van Baggio. “Er wordt zoveel geld voor mij betaald, terwijl ik nog niets bewezen heb.” Achttien maal was hij pas uitgekomen voor het Italiaanse elftal, 23 jaar oud pas. De Ultra's, de fanatiekste supporters, bestormden de Piazza Savonarola van Florence en dreigden het kantoor van Fiorentina in brand te steken. Voor het stadion braken vechtpartijen uit tussen oproerpolitie en supporters. Een vijftigtal aanhangers moest na de straatterreur met verwondingen in het ziekenhuis worden opgenomen. Ze weigerden te begrijpen dat Fiorentina in grote geldnood verkeerde, mede door de verbouwing van het stadion met het oog op het wereldkampioenschap van 1990.

Baggio reageerde geschokt. Hij, de jongen uit Venetië, was betoverd door het leven in Toscane. “Ik wilde niet weg. Ik wilde in Florence blijven. Ik hield van de stad en de stad hield van mij. Het is nog nooit gebeurd dat een stad in oproer komt omdat een voetballer wordt verkocht. Ik word rijk van voetbal. Maar nooit voel je je zo rijk als tussen mensen die van je houden. Maar het leven wil het anders.” In zijn eerste wedstrijd met Juventus tegen Fiorentina weigerde hij een strafschop te nemen.

Een spelverdeler kan alleen in Italië een fantasista worden genoemd. De voetbaljournalist, toneelschrijver en politiekwetenschapper Gianni Brera bedacht deze kwalificatie voor fantasierijke voetballers. Baggio is er zo een. Maar het heeft lang geduurd voordat trainers als Erikson (Fiorentina), Trapattoni (Juventus) en Vicini (ex-bondscoach) de artiest op zijn waarde wisten te schatten.

Agnelli zei: “Hij is niet zo groot als Platini, maar hij is mijn kind.” Platini, Fransman en eens de ster van Juventus, zei: “Hij is geen nummer 10 en hij is geen nummer 9. Hij is geen spelmaker en hij scoort niet. Hij is nummer 9,5.” En Vicini zei: “Baggio is een dilemma voor een ander. Hij is een mijnenveld in het Italiaanse team.”

Vicini heeft lang en hardnekkig geweigerd gehoor te geven aan de roep van het volk en de pers om Schillaci en Baggio in zijn nationale elftal op te stellen. Zo veel als Schillaci destijds scoorde in de competitie voor Juventus, zo opwindend was het spel van Baggio voor Fiorentina. Vicini verloor de strijd en stelde Schillaci op tijdens het wereldkampioenschap. En Totò scoorde indrukwekkend, als nooit tevoren.

Voor de man dertig miljoen was er geen vaste plaats in het ideale elftal van Vicini. Pas in de derde WK-wedstrijd van Italië tegen Tsjechoslowakije maakte Baggio zijn opwachting. Aan de linkerkant van het veld bij de middenlijn pikte hij de bal op. Hij ging een combinatie aan met Giannini, passeerde in een slalom vloeiend twee verdedigers, zette met een lichaamsbeweging de doelman op het verkeerde been en scoorde. Italië was in de ban van Baggiomania.

Zo fantastisch is Baggio niet altijd. Het zijn sporadische momenten waarin Baggio schittert. Maar ze nemen toe. De herdersjongen lijkt de balans tussen publiekslieveling, reclame-object en gevoelsmens te vinden. Alleen met een bal aan zijn voeten is Baggio gelukkig. In Japan ontmoette hij boeddhisten. Hij raakte gefascineerd. Thuis in Italië besloot hij zich te gaan verdiepen in het boeddhisme. Het werd zijn levenswijze.

“Boeddhisme is erg mooi”, zegt Roberto Baggio. “Het laat je jezelf zien. Het leert je dat alles om het zijn en het zelf draait. Het belangrijkste is jezelf gelukkig te maken. Dat ik doe waar ik me gelukkig in voel. Anders houd ik het niet uit. Toen ik twintig was draaide alles om voetbal. Ik werd rijk, ik kon huizen en auto's kopen. Maar ik kon niet gaan winkelen met mijn dochtertje, zonder dat ik werd bestormd. Zo ijdel als ik ben, ik heb ook gevoel. En dat voel ik vaak niet meer.”