Yenkoers brokkelde flink af

AMSTERDAM, 27 DEC. De aandacht van de financiële markten richtte zich in de verslagperiode vooral op de Japanse yen. Door economische en politieke problemen moest de Japanse munt een fors koersverlies incasseren. De dollar kwam in de afgelopen twee weken per saldo nauwelijks van zijn plaats en ook in het wisselkoersmechanisme van het EMS bleef het relatief rustig.

Niettegenstaande de positieve groeicijfers over het derde kwartaal van dit jaar, blijven de vooruitzichten voor de Japanse economie somber. Ondanks de verlaging van het disconto in september - tot het historisch lage niveau van 1,75 procent - is het vertrouwen van producenten en consumenten niet toegenomen. Zowel door de sombere vooruitzichten (de OESO raamt een economische groei van min 0,5 en 0,5 procent in respectievelijk 1993 en 1994), als door de hieruit voortvloeiende speculaties over een verdere renteverlaging door de Japanse centrale bank (zelfs tot 0,5 procent), is de yen onder forse neerwaartse druk gekomen. Daarnaast wordt de Japanse munt geplaagd door de kennelijk vruchteloze inspanningen van de regering om politieke hervormingen door te voeren. De val van de huidige regering is thans niet denkbeeldig meer. Een en ander heeft ertoe geleid dat de koers van de yen is teruggezakt tot circa 170 gulden, terwijl eind juli de grens van 190 gulden (steeds voor 10.000 yen) bijna werd bereikt. Van groter belang is vanzelfsprekend de yen-dollarkoers. Ten opzichte van de yen apprecieerde de Amerikaanse munt van 101 yen medio augustus tot thans 110 yen. Gelet op het bovenstaande mag op korte termijn een verdere depreciatie van de yen worden verwacht (in meerdere mate ten opzichte van de dollar dan ten opzichte van de gulden), temeer daar voor het eerst het Japanse handelsbalansoverschot in dollars is gedaald. De voortdurende stijging van het handelsbalansoverschot was voor de Amerikaanse beleidsmakers een belangrijke reden om te pleiten voor een appreciatie van de yen.

De dollar schommelt al geruime tijd rond het niveau van 1,90 à 1,92 gulden. Een appreciatie van de Amerikaanse munt lijkt pas te kunnen worden gerealiseerd, indien de uitzicht bestaat op een stijging van de Amerikaanse (korte) rente en/of op een daling van de Europese (korte) rente. Naar verwachting zal de Fed (het stelsel van centrale banken in de Verenigde Staten) in de eerste helft van 1994 de monetaire teugels voorzichtig wat aantrekken om het (latente) inflatiegevaar te beteugelen. De Bundesbank, en in navolging de overige centrale banken in Europa, zullen juist de officiële rentetarieven verlagen, mede omdat het inflatieperspectief in Duitsland duidelijk verbetert. Beide beleidsacties kunnen de dollar steun in de rug geven, waardoor de dollarkoers in 1994 gemiddeld 1,90 à 2,00 gulden zal kunnen belopen.

In het wisselkoersmechanisme van het EMS bleven de schommelingen beperkt. Ofschoon de Bundesbank (zoals verwacht) de officiële rentetarieven op de laatste vergadering van het jaar ongewijzigd liet, bleef de D-mark ten opzichte van de overige Europese valuta's zwak. Daardoor waren andere centrale banken, waaronder DNB, in staat om enkele rentetarieven te verlagen.

Hoewel de gulden ten opzichte van de D-mark zich ruim onder spilkoers kon handhaven, moest ten opzichte van de Belgische en de Franse munt en het Ierse pond enig koersverlies worden geïncasseerd. De twee eerstgenoemde munten zijn inmiddels teruggekeerd in de oorspronkelijke smalle band van het EMS, doch zoals veertien dagen geleden betoogd in deze rubriek blijven beide munten 'onder verdenking'.

Bron: Economisch Bureau ING Bank