Verrassende architectuurtentoonstelling Hoogspanning/Levensgevaarlijk in De Zonnehof in Amersfoort; De gouden eeuw van het transformatorhuisje

Schakelstation Amersfoort, 1993. Architect: Ben van Berkel. Opdrachtgever: Regionale Energie Maatschappij Utrecht (REMU).

Tentoonstelling: Hoogspanning Levensgevaarlijk in De Zonnehof, Amersfoort. Tot en met 13 februari. Dinsdag t/m zaterdag 10 tot 17 uur. Zon- en feestdagen 13 tot 17 uur. Nieuwjaarsdag gesloten.

Met het 50 kV schakelstation heeft architect Ben van Berkel een intrigerende vorm toegevoegd aan het stadsbeeld van Amersfoort. Het bouwwerk staat weliswaar aan de rand van de stad, langs de spoorlijn achter het stadhuis, maar heeft zo'n reusachtig formaat - veertig meter lang, dertig meter breed, twintig meter hoog - dat het vanaf vele punten in de stad als een dominant decorstuk is te zien. En omdat het industriële gevaarte, van welke zijde ook, steeds een ander gezicht toont, is het ook in stedebouwkundig opzicht een spannende aanwinst.

De energiebunker bestaat uit twee enorme, onregelmatige dozen die in elkaar grijpen en voortdurend bezig lijken elkaar omver te duwen, elkaar te vervormen. Platen van zwarte basaltlava bekleden de doos aan de noordkant, de doos op het zuiden is gehuld in licht aluminium. Met deze materialen verwijst Van Berkel naar het transformatieproces dat zich in het binnenste van het blinde bouwwerk afspeelt, lavasteen isoleert en aluminium geleidt. Van veraf zijn de grote, schuine lijnen verantwoordelijk voor de raadselachtige contouren van het station, van dichtbij wordt de plasticiteit van de twee onderscheidende massa's versterkt door glooiende inspringingen en hardhandige, vierkante uitkragingen rond de luiken die nodig zijn om de drie transformatoren te kunnen onderhouden.

Over de beide volumes is een rasterwerk gespannen van hardhouten regels die in stalen lijsten zijn gevat. Het onverwachte, subtiele gebruik van hout slaat terug op de houten raamkozijnen en de talloze transparant gelakte, houten balkonbalustrades van het naburig gelegen, donkere, bakstenen stadhuis, een buitengewoon karakteristiek gebouw (1970), dat werd ontworpen door A. van Kranendonk.

Ook het vorige schakelstation dat op deze plaats voor het nieuwe moest wijken, heeft Van Berkel in zijn ontwerp met een historische echo herdacht. Een van de hoeken van dit eveneens bakstenen gebouw - in 1933 in de stijl van de Amsterdamse School ontworpen door H.F. Mertens - had een ronde vorm onder een rechthoekig uitstekende bovenbouw en Van Berkel heeft deze, eigenlijk heel modern gevormde hoek in zijn nieubouw herhaald. De helling van de Stadsring die in dit gebied onder de spoorbaan wegglijdt en de glooiing van de restanten van het Zocher-plantsoen daarnaast, hebben de architect geholpen bij het bepalen van de elegante beweging die hij in zijn gebouw heeft weten te brengen. De monumentaliteit wordt benadrukt door een sokkel van verticaal gemetselde zwarte stenen waardoor de zware, massieve bouwdelen enigszins lijken te worden opgetild.

Dat het schakelstation van Ben van Berkel een heel bijzondere creatie is in deze afdeling van de civieltechnische architectuur, blijkt ook uit de tentoonstelling die op het ogenblik in De Zonnehof in Amersfoort is te zien. 'Hoogspanning/Levensgevaarlijk' handelt over de architectuur van het transformatorhuisje en geeft een beeld van de doorgaans doodeenvoudig vormgegeven omhulling van een voorziening die aanvankelijk in een ijzeren kast of in een peperbus werd weggesloten. Het 'trafo-huisje' - alleen al in de provincie Utrecht staan er vijfenveertighonderd - is beslist de soberste, de minst dramatische architectuuropgave die men zich denken kan.

De eenvormige stoet bakstenen bouwseltjes brengt de bezoeker van De Zonnehof - wat is het toch een genot om in deze kleine, glasheldere kunsthal van Gerrit Rietveld rond te lopen - al snel op het idee om de uitdrukking 'hij heeft de uitstraling van een transformatorhuisje' te lanceren. Dat moet toch afdoende zijn om bijvoorbeeld de dramatische kracht van een acteur te typeren. Toch laten verschillende van deze nietige scheppinkjes bepaalde stijlen zien die in de architectuurgeschiedenis van de twintigste eeuw - de eeuw van het trafo-huisje - een rol hebben gespeeld. Het meest populair onder de ontwerpers waren de Amsterdamse en de Delftse School. De moderne architectuur vindt men vooral bij het kubisme à la Dudok, huisjes met platte daken, betonnen luifeloverstekken en asymmetrisch gecomponeerde baksteengevels. De meeste ontwerpfantasie werd gestoken in de daken die, althans bij de tentoongestelde voorbeelden, uiteenlopen van piramide dakjes met namaakdakkapellen en pseudo schoorstenen met echte windkappen tot hoge, scherpgepunte tentdaken die de huisjes een schattig, sprookjesachtig aanzien geven.

De laatste jaren hebben Monumentenzorg en elektriciteitsbedrijven het transformator-huisje en, de reusachtige versie ervan, het schakelstation, met toenemende koestering bejegend. De tentoonstelling in De Zonnehof en de uitgave van het boekje Trafo-huisjes in de Stichtse Monumenten Reeks getuigen van de historische belangstelling. De opdracht die de Regionale Energie Maatschappij Utrecht aan de architect Ben van Berkel heeft gegeven voor het schakelstation in Amersfoort, geeft blijk van het inzicht dat zelfs transformatie-voorzieningen hoogst oorspronkelijke architectuur en stedebouw kunnen opleveren.