Verhalen voor de nacht

Verhalen voor de Nacht. 27, 28 en 29 dec. Verzamelen 22.15 uur in De Balie. Inl 020-62 32 904.

Voor het negende Vertelfestival komen ook dit jaar weer vertellers uit de hele wereld naar Amsterdam. Het festivalthema is dit jaar 'Wie verre reizen doet'.

Theatermaker Paul Noppers zocht het dicht bij huis. Op lokaties rond het Leidseplein laat hij vier oude theaterrotten vertellen over 'het vak'. Vorige week werd een try-out gegeven van dit onderdeel van het Vertelfestival, vooral om eventuele logistieke problemen te ondervangen. Het publiek wordt namelijk opgedeeld in drie groepen, die tegen elkaar in de plekken aflopen waar de verhalen verteld worden.

Vanaf het verzamelpunt De Balie aan het Kleine Gartmanplantsoen wordt ons gevraagd de gids, herkenbaar aan een bos rozen, te volgen naar de artiesten-ingang van de Stadsschouwburg. Via trappen en gangen komen we in de kleedkamer van Ellen de Thouars. De bejaarde actrice zit voor een spiegel, en vertelt haar kleedster dat ze helemaal geen zin heeft in verhalen over vroeger: “Dat heb ik nu al zo vaak verteld.” Via een cassetterecorder luisteren we naar een klankbeeld dat radiomaker Joost van Krieken enkele jaren geleden met Ellen de Thouars maakte in een lege Schouwburg: “Zie je hoe klein die zaal eigenlijk is, als je op het toneel staat”, klinkt het uit de speakers. En hard daar doorheen: “Jongens, het ging geweldig, beter nog dan gisteravond.” Dat was de voorstellingsleider van Chorus Line, die via de intercom de spelers van de net afgelopen show bedankte. Een halve eeuw theatergeschiedenis wordt in een paar seconden moeiteloos overbrugd.

Nadat onze gids de bloemen naast de spiegel heeft gezet, vertrekt ons groepje, voor een zwerftocht langs kleedkamers, decorstukken en kostuumkisten. Tot we weer op het Leidseplein staan en koers zetten naar een ijzeren deur achter het Hirsch-gebouw. De gids waarschuwt ons een beetje voorzichtig te zijn op de trappen. “Die zijn nogal glad, vanwege het keukenvet.”

De tocht gaat naar beneden, waar in een klein, betegeld vertrek Huub Jans en Fifi Ehrlich ons opwachten met glaasjes Crème de Mocca. Meer tegen elkaar dan tegen het publiek halen zij herinneringen op aan het vooroorlogse variétéleven. De pracht en praal in Tuschinski, toen daar shows waren om het filmprogramma te omlijsten.

Het klatergoud in de Follies Bergères: “Kun je het je voorstellen, Fief, hoe heerlijk dat was voor een provincie-jongen uit Amersfoort, om naakt op een Parijs' toneel te mogen staan?” Door de vertellers schijnbaar onopgemerkt, snellen voortdurend in veren of glitterpak gehulde showdansers achter ons langs. In het Lido bestaat die wereld, waar onze vertellers van spreken, immers nog steeds.

In een suite van het American Hotel worden we ontvangen door Jaap Hoogstra, bijna tachtig, maar nog steeds actief. Gezeten op de zachte hotelbedden luisteren wij naar zijn avonturen als dienstplichtig sergeant tijdens de mobilisatie. De Nederlandse John Guilgud moest een patrouille leiden door de ondergelopen Betuwe (actueel!) op zoek naar Duitse parachutisten. Net als ik denk: wat heeft dit met toneel te maken? laat Hoogstra wat vijandelijke vliegtuigen brommend overvliegen. De patrouille houdt halt en sergeant Hoogstra laat zijn manschappen, gecamoufleerd met afgerukte takken, doodstil in het water staan om een groepje bomen uit te beelden. Inderdaad, oorlog is soms óók theater.