Russische "spid' topje van ijsberg; In de Sovjet-Unie bestond aids net zo min als homo's

Professor dr. RACHIM MOESAJEVITSJ CHAITOV, directeur van het immunologisch instituut van de Russische Federatie in Moskou, publiceerde onlangs een boek over aids in Rusland. Hij is een kenner bij uitstek van de aids-epidemie in het uiteengevallen Oostblok.

AMSTERDAM, 27 DEC. Al in de zomer van '85 zat Chaitov op zijn laboratorium in Moskou dagenlang te piekeren over een geschikt woord voor de ziekte. "Pitsj' (spreek uit: pietsj) leek hem wel wat, maar uiteindelijk viel hem "spid' (spreek uit: spied) in, het equivalent van "aids' in angelsaksische of "sida' in latijnse landen. Spid staat voor "syndrom preobretjenogo immunogo defitsita'. Vooral die "d' gaf de term naar zijn smaak de nodige pit, temeer omdat die voor deficiëntie, tekort of gebrek staat, een woord dat voortdurend op de lippen van een Rus ligt. "Spid' werd ook de titel van Chaitovs onlangs verschenen boek.

“In 1983 kwamen wij voor het eerst "in aanraking' met aids”, zegt Chaitov, een vertrouwde verschijning op de internationale aidsconferenties. “Niet dat we toen een diagnose konden stellen, maar er werd over geschreven in de internationale literatuur. We hebben op het instituut meteen een speciale groep gevormd, die zich zou gaan verdiepen in de nieuwe ziekte. Later zijn we een netwerk gaan vormen, dat zich uitspreidde over alle republieken. Probleem was wel, dat de toenmalige autoriteiten niet bepaald enthousiast waren over onze inspanningen. Dat had vooral met de risico-groepen te maken. Homoseksuelen, protituées, drugs spuitende verslaafden, die hadden we in de Sovjet-Unie niet of men vond dat we ze in de ogen van de buitenwereld niet mochten hebben. Tot 1985 was het officiële overheidsstandpunt dus dat wij geen aids hadden. Dat was onmogelijk in socialistische landen”, zegt Chaitov.

De groep begon een soort screening te maken - een test was er toen nog niet - van patiënten die mogelijk waren geïnfecteerd. “We onderzochten patiënten met primaire immuunafwijkingen en mensen met chronische luchtweginfecties, die een verzwakte afweer hadden. We stelden geen opportunistische infecties vast, die typisch zijn voor aids en ook het tellen van witte bloedcellen leverde in eerste instantie niets op. Uiteindelijk hadden we vóór 1985, toen een test beschikbaar kwam, veertien gevallen waarvan er later vier zijn bevestigd door de twee gangbare testen. Het ging om hemofilie-patiënten en mensen die veelvuldig bloedtransfusies hadden gekregen”, aldus Chaitov.

Rusland telt nu ruim 700 seropositieven, daarnaast is bij meer dan 800 uit Afrika afkomstige studenten een HIV-infectie geconstateerd. “Ze werden in het verleden meteen teruggestuurd naar het land van herkomst als ze in de herfst, geïnfecteerd en wel, waren gearriveerd. Ze worden nu allemaal getest, maar niet meer teruggestuurd bij gebleken seropositiviteit. Ze staan allemaal onder driemaandelijkse controle van een arts. Als ze werkelijk aids krijgen worden ze gewoon behandeld.”

Bij meer dan tachtig van de 700 seropositieve Russen is de ziekte geconstateerd, onder wie een aantal kinderen die door besmet bloed zijn geïnfecteerd. Chaitov zegt dat de meesten al zijn overleden. “Vooral buiten Moskou hebben patiënten infecties opgelopen door besmet bloed. In Elista, de hoofdstad van Kalmukkië in het zuiden en Rostov aan de Don zijn meer dan vijftig kinderen geïnfecteerd.”

Van de overige ruim 600 is meer dan de helft homoseksueel. Heteroseksuelen vormen nu echter veruit de grootste risico-groep in Rusland. “In het verleden had de overheid in zoverre gelijk dat we geen aids konden hebben, dat homoseksuelen in de gevangenis zaten wegens hun seksuele geaardheid. Het wetsartikel dat dat mogelijk maakte is pas een maand of negen geleden geschrapt. Homo's komen nu in groten getale naar Moskou. Er zijn offciële homoleiders, er verschijnen annonces in de krant voor homoseksuele relaties en Russchische homoseksuelen lopen nu zelfs mee in buitenlandse demonstraties.”

“Toen ik in 1987 in New York met de directeur van het Rode Kruis sprak, was die verbaasd dat wij risico-groepen hadden, want hij had begrepen dat die in de Sovjet-Unie niet voorkwamen. Nou, we hebben er evenveel als elders, misschien wel meer. Het aantal druggebruikers is in vier tot vijf jaar enorm toegenomen. Er worden veel cocaïne, derivaten daarvan als codeïne, morfine, heroïne en amfetamine-achtige laboratoriumdrugs gebruikt. En afgaand op het aantal diefstallen van medicijnen in ziekenhuizen moet die groep sterk groeien. Ik schat dat het aantal gebruikers tien maal hoger ligt dan een jaar of vier terug”, zegt Chaitov. “Er komen ook vrij gemakkelijk veel drugs op de markt, die in Centraal Azië worden geproduceerd. Studenten hebben in Moskou en Sint Petersburg vaak hun eigen laboratoria waar drugs worden gesynthetiseerd”.

Op dit moment is het officiële aantal seropositieven in Rusland minimaal. Dat is verklaarbaar omdat de grenzen voorheen waren gesloten. “We hadden relatief weinig toerisme. Nu zou dat dus veel meer kunnen zijn. Ik denk dat er onder die 700 een gigantische ijsberg zit.” In het communistische Rusland was het ook een enorm probleem om bloed op het virus na te kijken. Tegenwoordig worden alle zwangere vrouwen en bloeddonors op HIV getest. Dat gebeurt in alle ziekenhuizen.” Chaitov heeft daartoe met zijn groep zelf een test ontwikkeld, die overigens in het Westen onbekend is. Medicijnen voor de behandeling van aan aids gerelateerde ziektebeelden zijn er ook, zeker in Moskou en Sint Petersburg. Russische seropositieven worden ook met het virusremmend middel AZT behandeld, “althans”, zo zegt Chaitov, “met een afgeleide daarvan die door ons zelf is ontwikkeld. We hebben daar in het Westen geen octrooi op, omdat dat gewoon niet te betalen is”.

Opvang en behandeling van seropositieven en aidspatiënten is in de grote steden volgens Chaitov geen probleem, daarbuiten wel. “In Moskou weet iedereen zo langzamerhand wel wat "spid' is, zeker de risico-groepen. Men accepteert het bestaan van de ziekte en van discriminatie is nauwelijks sprake. In de grote fabrieken geldt hetzelfde. Daar wordt 's ochtends via de interne "radio' voorlichting gegeven. Op het platteland is de voorlichting veel minder geweest en daar geldt een infectie nog altijd als een groot schandaal. Er zijn er dan ook nogal wat, die uit de periferie naar Moskou komen voor behandeling en hier ook blijven. Dat is wel een probleem.”

Voor het overige is het volgens Chaitov over het algemeen treurig gesteld met de voorlichtingscampagnes. “Daarvoor is miezerig weinig geld beschikbaar. Er gebeurt wel iets, maar in de breedte wordt aan preventie onverantwoord weinig gedaan. We hebben de Wereldgezondheidsorganisatie om steun gevraagd. Maar het antwoord was nogal deprimerend: sorry, u bent helaas geen ontwikkelingsland.”