Over de zonnebril heen valt het oog op een paarse bikini; Volleybal op mooi stug rivierzand

BREDA, 27 DEC. Een jongen zet zijn voor de gelegenheid weer tevoorschijn gehaalde, sterk reflecterende zonnebril wat lager op de neus als zijn oog valt op een vrouw in een paarse bikini die vanuit zee het witte zandstrand oploopt. Dat is in hartje winter ten slotte geen alledaagse gebeurtenis. En al helemaal niet in Breda. Deze week is het anders. Breda ligt voor even aan zee. Tot groot genoegen vooral van twee kleuters. Met hun mondhoeken nog vol van chocolade van de kransjes die ze eerder op de dag thuis uit de kerstboom hebben gehaald, bouwen ze een zandkasteel. Het tweetal kan het nauwelijks begrijpen dat vier 'beachboys' zonodig moeten volleyballen. Eén goed geplaatste smash, weten ze inmiddels, en ze kunnen weer opnieuw beginnen.

Eén van die beachboys is de onder het zand zittende Michel Everaert (30), naast initiatiefnemer ook deelnemer aan de 'beachweek' die tot volgende week maandag in de TDK-sporthal in Breda wordt gehouden. Gisteren stonden, voor nog geen vijftig toeschouwers, de voorrondes voor mannen en vrouwen om de Wintercup beachvolleybal op het programma. Woensdag worden de finales gespeeld. Op de overige dagen staan verschillende andere strandevenementen op het programma, van beach-voetbal-volley (vanavond, onder meer met deelname van oud-voetbal-internationals Ruud Krol en Sjaak Swart) tot beachbadminton.

Everaert, zaalspeler van eredivisionist Brevok, geldt als een van de beste beachvolleyballers in Nederland. Met Bas van Rossem, die zaalvolleybal speelt bij het eveneens in de eredivisie uitkomende Martinus, is hij Nederlands kampioen. Op de afgelopen zomer in Spanje gehouden Europese kampioenschappen werd het tweetal dertiende van in totaal 26 deelnemende combinaties.

Beachvolleybal ontstond in de jaren zestig in - waar anders - Californië, in den beginne op de stranden van Long Beach en Los Angeles. Het spel waaide over naar Brazilië en Zuid-Europa en wordt sinds een aantal jaren ook in Nederland gespeeld. De eerste nationale titelstrijd in 1989 trok niet meer dan een handjevol publiek, maar afgelopen zomer waren op het strand van Scheveningen ruim 3000 toeschouwers aanwezig. Voor de gelegenheid werd zelfs een tijdelijk stadion langs de kustlijn opgetrokken.

In eigen land vormt het weer het grootste probleem voor het beachvolleybal. Regen breekt het spel en langs de kust vormt hevige wind de belemmering. Om dat laatste enigszins tegen te gaan, werden eerder dit jaar in verschillende steden en onder zand bedolven pleinen toernooien afgewerkt. In Breda reden de afgelopen week vrachtwagens af en aan om ongeveer 275 ton zand te storten. Rivierzand overigens, maar volgens Everaert goed genoeg voor het 'beach-effect'. “Het is goed hard en lekker stug.”

Het speelveld bij beachvolleybal is even groot als bij zaalvolleybal. Het net hangt ook even hoog. Bij beachvolleybal gaat het echter slechts om één gewonnen set in plaats van drie bij een 'gewone' volleybalwedstrijd. Dat lijkt weinig, maar bij gelijkwaardige teams duurt een duel vaak langer dan een uur. Naast nog enkele kleine verschillen in de spelregels en uiteraard de ondergrond, is het grootste verschil tussen beach- en zaalvolleybal het aantal spelers: twee om zes.

“Daardoor”, zegt Van Rossem, “moet een beachvolleyballer niet alleen een allrounder, maar ook altijd in vorm zijn. Want als je een slechte dag hebt, kun je jezelf niet achter vijf medespelers verschuilen.” Van Rossem, net als Everaert getooid met een gebatikte sandana, denkt dat het beachvolleybal ook in Nederland net als in bijvoorbeeld de Verenigde Staten een grote toekomst tegemoet gaat. “In Amerika worden toernooien op het strand afgewerkt voor 15.000 toeschouwers. Die mensen komen af op het imago van 'jong en wild', van plezier. Het is, zeg maar, de Veronica-doelgroep. Omdat die groep zo duidelijk te omschrijven is raken bedrijven ook steeds geïnteresseerder in beachvolleybal. De sponsorbedragen in Amerika zijn nu al enorm.”

In Breda moeten de deelnemers (bij de vrouwen onder meer de zusjes Crielaard en Ingrid Piersma) het doen met een onkostenvergoeding. Maar het gros is al lang blij dat het spelletje weer eens kan worden gespeeld. Een permanente, overdekte beachvolleybalhal zou een uitkomst zijn, denkt Van Rossem. Ook met het oog op de Olympische Spelen van Atlanta in 1996, waar beachvolleybal een officiële sport zal zijn. Van Rossem maakt zich als een van de bestuursleden van de Beachvolleybal Spelersvereniging dan ook sterk binnen de volleybalbond voor een dergelijke accommodatie. Of de argeloze bezoeker daar dan ook - net als in Breda ter verhoging van de 'beachsfeer' - parasols, palmbomen, een ijskar en een enorm doek van een uit het water stappende vrouw in paarse bikini zal aantreffen, valt te betwijfelen.