Lieflijk stroompje werd een honderd meter brede rivier

GENNEP, 27 DEC. Met een plastic zakje staat ze in wat eens haar voortuintje was. Haar laarzen zakken diep weg in de modder. Vrijdagnacht om vier uur moest ze hals over kop haar woning verlaten. Vanochtend mocht ze even terug om de schade op te nemen. Haar huis ligt in Gennep, vlak achter de dijk bij de Niers, gewoonlijk een lieflijk stroompje, maar de afgelopen dagen een meer dan honderd meter brede rivier. Verderop, op het droge, staan twee buurtbewoners te kibbelen. “Twaalf meter achtenzestig was het”. “Zeventig, heb ik zelf gezien”. Mevrouw H. Artz weet alleen hoe hoog het binnen bij haar stond. Bijna een halve meter, zegt ze hoofdschuddend. “Ik had een nieuwe laminaatvloer liggen meneer, zevenduizend gulden. Een grote nieuwe kast, die kon ik ook niet boven krijgen - ik woon alleen, hè. Nog eens zevenduizend gulden. En m'n aanrecht, veertienduizend gulden.” Soppend probeert ze weer vaste grond onder haar voeten te krijgen. “Wie gaat me dat betalen?” vraagt ze. “Ik ben weduwe. We zijn nooit op vakantie geweest, altijd alles in ons huis gestopt.” Ze pauzeert even, overdenkt of ze vindt dat het kan. “De koningin”, zegt ze dan. “Die krijgt een rijtuig van drie miljoen gulden. Dat geld hadden ze beter hier in de dijk kunnen stoppen.”

Gennep en omstreken hadden dit weekeinde de "golf' van de Maas te verwerken. Maandagochtend was het tijd om de balans op te maken. Van de 2700 geëvacueerde bewoners konden de meesten weer terug naar hun woningen. Velen hadden het op het nippertje droog weten te houden. In een honderdtal woningen langs de Niers die onderliepen moeten de mensen de schade nog opnemen. Overal langs de straten liggen de duizenden zandzakken die getuigen van de strijd tegen het water. Uit ondergelopen kelders wordt tegen alle voorschriften in toch al water weggepompt. “Ze kunnen wel zeggen dat het niet mag”, zegt een heftig zwetende J. Hermsen, “maar wat moet ik dan? Mijn boiler staat in de kelder. Ik moet pompen tot ik die droog heb.”

Pag.3: Gratis koffie en een pluim voor soldaten

Terwijl de pomp zijn werk doet, kruit Hermsen het zand weg dat hij twee dagen eerder voor zijn huis had gedumpt. “We hebben nog geluk gehad”, zegt hij gelaten. Even verderop in het dorpje wordt zelfs het straatje al weer minutieus schoon geveegd.

De raadszaal van de 6500 zielen tellende gemeente, die dagenlang als crisiscentrum dienst deed, ademt een duidelijke "day-after-sfeer'. De dracht is informeel, laarzen voeren nog de boventoon. Voorlichters beantwoorden telefoontjes van teruggekeerde inwoners. “Geef aan wat voor soort hulp u nodig hebt”. “Mevrouw, we doen ons best”. Op de raadstafels liggen de mappen met waterstanden en aangekruiste rampgebieden nog uitgespreid. In het kleine keukentje ernaast gelegen staat een militair zich met een krabbertje te scheren. Buiten verzamelen de manschappen zich die het afgelopen weekeinde paraat zijn geweest, nooddijken hebben aangelegd en al te nieuwsgierige ramptoeristen van de weg haalden. Ze krijgen een toespraak van de loco-burgemeester, een pluim van hun commandant en een gratis kopje koffie van het tegenover het stadhuis gelegen hotel De Kroon. Met gejuich storten ze zich en masse op het etablissement.

De komende dagen, zo laat gemeentevoorlichter P. Toonen weten, zullen in het teken van de schade-opname staan. Niemand heeft enig idee hoe groot de schade is, laat staan op wie ze ooit verhaald kan worden. Desondanks is besloten schadeformulieren aan de bevolking uit te reiken. Aan overheidsgebouwen alleen al lijdt Gennep een miljoenenschade, zo blijkt. Oorspronkelijk stond deze week als feestweek te boek: heel het dorp zou uitlopen voor de opening van de nieuwe sporthal. De vloer van het gebouw blijkt ondergelopen en onherstelbaar vernield. “Dat gaat tonnen kosten”. Ook de machinekamer van het ernaast gelegen zwembad is ondergelopen. Schade zeker een miljoen, vertelt Toonen. "Dales komt', gaat het gerucht door het gemeentehuis. Als een helikopter laag overkomt, kijkt iedereen reikhalzend omhoog. Het kan mevrouw Artz even niets schelen. “Wat moet ik nou?” vraagt ze.