Kersttoespraak van koningin Beatrix

Letterlijke tekst van de traditionele kersttoespraak die via de radiozenders op eerste kerstdag werd uitgezonden

"Vandaag vieren we Kerstmis, het feest van Gods licht in de donkerte van het menselijk bestaan. Het kerstverhaal vertelt van de geboorte van Jezus. Met zijn komst krijgt in onze samenleving de liefde een centrale plaats. Dit licht van Kerstmis schijnt ook vandaag, in een onzekere tijd. Steeds snellere veranderingen plaatsen ons voor ingrijpende beslissingen en doen een appèl op onze persoonlijke verantwoordelijkheid.

Verandering is ook een uitdaging. Keuzen in ons leven en samenleven zijn niet langer vrijblijvend. De wereld wordt geconfronteerd met een dreigende milieucrisis, een ongeremde bevolkingsgroei, toenemend etnisch geweld, een te hoog opgedreven consumptiecultuur, massale werkloosheid en onaanvaardbare tegenstellingen tussen rijk en arm. Daarbij is het vertrouwen dat al die problemen oplosbaar zijn, ernstig ondermijnd.

We waren gewend geraakt aan het beeld van een overzichtelijke en beheersbare wereld. Wetenschap en kennis, organisatie en techniek maakten de mens van schepsel tot schepper. De ideologische tegenstelling tussen Oost en West leek helder: dictatuur en onderdrukking tegenover democratie en vrijheid. Maar toen na het einde van de koude oorlog vele nieuwe problemen moesten worden opgelost, kwam de kracht van de Westerse waarden niet tot uitdrukking. We namen aan dat alles nu vanzelf wel goed zou komen, maar kwamen bedrogen uit. Het geloof in de samenhang tussen vrijheid en vooruitgang is verdwenen. Het beeld van de werkelijkheid dat ons dagelijks bereikte, wordt vooral bepaald door verval, chaos en vernietiging. Het gebrek aan perspectief maakt ons moedeloos.

Vanuit landen waar nood heerst en ontbinding intreedt kloppen mensen met andere levensstijlen en gewoonten bij ons aan en vragen om een plek. Onze spankracht, openheid, geduld, verdraagzaamheid en creativiteit worden op de proef gesteld. We kunnen ons niet afwenden. Gelukkig zijn er velen die zich daadwerkelijk het lot van hun ontheemde medemensen aantrekken en met liefdevolle toewijding zich voor hen inspannen.

De vele veranderingen in de wereld doen van dag tot dag een indringend beroep op ons aller bereidheid tot aanpassing. We staan waarschijnlijk nog maar aan het begin van een grote culturele ommekeer. Ontwikkelingen, ver van ons vandaan, beïnvloeden steeds meer het leven hier. Problemen elders raken ook ons en dwingen ons voortdurend tot nieuwe plaatsbepaling. Soms ontstaat de neiging zich hieraan te onttrekken en te vluchten in wat “eigen” is - overzichtelijk, vertrouwd en veilig. Het andere wordt gezien als vreemd en waar het ontbreekt aan openheid en begrip gaan vreemd en vijandig samenvallen.

Verandering maakt onzeker en angstig. We hunkeren naar veiligheid en bescherming, maar dat mag geen afscherming worden, geen terugtrekken op de vierkante centimeter van het eigen sentiment. Wanneer we ons naar binnen keren en onze inspanningen richten op louter groepsbelang en zelfbehoud, raakt de maatschappij in ontbinding en wordt de kwaliteit van het bestaan aangetast.

In plaats van uit angst ons af te sluiten, moeten we ons bezinnen op wat het beschermen wáárd is, wat kostbaar is, en behouden moet worden. We zullen moeten vaststellen welke waarden zó wezenlijk zijn voor onze beschaving, dat ze houvast, moed en zelfvertrouwen kunnen geven temidden van alle verandering, verwarring en twijfel.

Het is de gerichtheid op het algemeen belang die de maatschappij bijeen houdt. Essentieel voor een leefbare gemeenschap zijn ook verdraagzaamheid en saamhorigheid. Als een ieder niet alleen let op het eigenbelang maar vooral op dat van anderen, komt de oplossing van maatschappelijke problemen misschien dichterbij. Nodig is dat mensen geloven in wat zij zèlf kunnen bijdragen.

Een wereld in verandering is ook een wereld van verschil. Het streven naar een éénvormige maatschappij heeft geen zin. Verschillen moeten we niet bestrijden; we moeten leren leven met verscheidenheid. Dat vraagt tolerantie en het vermogen eigen beperkingen te overwinnen. Daarmee is natuurlijk niet gezegd dat we ook het kwaad moeten tolereren. Een samenleving waarin geen grenzen worden gesteld is onhoudbaar. Verdraagzaamheid kan nooit betekenen dat iedereen ongeremd zijn eigen gang kan gaan. Waar mensen over de schreef gaan moet hun een halt worden toegeroepen, grofheid moet aan de kaak worden gesteld, vandalisme bestreden, agressiviteit gepareerd.

Veranderingen dagen ons ook persoonlijk uit. Ze doen een appèl op nieuwsgierigheid en fantasie, maar evenzeer op vermogen tot kritische waardering. We worden gedwongen tot nadenken, tot het formuleren van een mening, het bepalen van een houding. Immers, niet alle vernieuwing is een vooruitgang. Maar in de krachtmeting tussen behoud en vernieuwing kunnen we, als mondige mensen, niet aan de kant blijven staan.

De crisis in het menselijk bestaan vandaag is misschien wel vooral een crisis in het aanvaarden van verantwoordelijkheid. De samenleving is zo ingewikkeld geworden dat we vaak het zicht kwijtraken op het resultaat van wat wij doen. Bij het oplossen van de problemen waar de maatschappij voor staat, wachten velen liever af of anderen in actie komen.

Verantwoordelijkheid zien we graag duidelijk afgebakend, als beperkte aansprakelijkheid. “Voor wat en voor wie zijn we nu precies verantwoordelijkheid?”, willen we weten. Toen aan Jezus die vraag werd gesteld, vertelde hij een verhaal. Een man die beroofd en gewond aan de kant van de weg lag, werd door mensen van zijn eigen volk onbewogen voorbij gelopen. Thuis maakten die voorbijgangers zich misschien wel zorgen over de onrustbarende misdadigheid, maar zelf hadden ze geen hand uitgestoken. Hulp kreeg het slachtoffer van iemand die niet tot het eigen volk behoorde, maar tot een ander volk, waarop werd neergekeken. Jezus draait daarmee de vraag om: “Wie heeft zichzèlf verantwoordelijk getoond'?”

Hij spreekt ons daarmee aan op ons eigen gevoel voor verantwoordelijkheid jegens onze naaste. In onze tijd is dat een des te grotere opgave nu individualisering dreigt te ontaarden in individualisme - een “ieder voor zich”. Die neiging zich van anderen af te sluiten en alleen voor zichzèlf te zorgen is heilloos. Het is een illusie te menen dat we ons tegen alle dreigingen kunnen beschermen en tegen alle risico's van het leven verzekeren. Het kan iedereen overkomen, op enig moment, beroofd en gewond langs de kant van de weg te liggen.

Als afhankelijk mens worden we geboren en hoezeer we vervolgens ook streven naar zelfstandigheid, we kunnen ons leven nooit los maken van dat van anderen. Zelfs de eigen problemen kan niemand helemaal alleen aan, laat staan de maatschappelijke uitdagingen. Maar we behoeven ook niet alleen te staan, eenzaam in een wereld die we niet meer kunnen overzien noch bevatten. Het zoeken naar gemeenschap hoort bij de aard van het mens-zijn.

De grote culturele veranderingen in de geschiedenis van de mensheid kwam langzaam tot stand. Mensen groeiden mee met de ontwikkelingen, maar beheersten die nooit. We zullen moeten aanvaarden dat we geen meester kunnen zijn over de werkelijkheid. We moeten beseffen dat éénduidige en eenvoudige antwoorden op de problemen niet te vinden zijn. Dat is geen reden tot lijdzaamheid. Wat van ons gevraagd wordt is dat wij ons openstellen voor verandering en daarin verantwoordelijkheid aanvaarden, een ieder op zijn eigen plaats. Zijn wij hiertoe niet bereid, dan wordt de wereld onleefbaar. In onze verantwoordelijkheid voor elkaar zijn wij ook een schakel in de keten der geslachten.

Het kerstverhaal vertelt van de geboorte van Jezus. In leven en leer liet hij zien in welke waarden en in welk perspectief we in deze tijd van voortdurende en ingrijpende verandering steun kunnen vinden bij het overwinnen van angst en onzekerheid. Zijn liefde wijst ons de weg naar de medemens.

Een gezegend kerstfeest, dat wens ik U allen.'