Kans op herstel van gevallen Velzeboer klein

TOULOUSE, 27 DEC. Monique Velzeboer is vier dagen na haar val tijdens een trainingskamp in de Franse plaats Font-Romeu volledig verlamd aan beide benen. Bij haar val heeft de 24-jarige shorttrackster een cervicale dwarslaesie opgelopen. Naast de verlamming van de benen is er sprake van beperkte verlamming van de armen. Volgens KNSB-arts Frans Nollet is de kans op herstel “uitermate gering”.

De kans dat Velzeboer ooit nog zal schaatsen is vrijwel uitgesloten. De Nederlandse shorttrackkampioene is de operatie in de universiteitskliniek in Toulouse goed doorgekomen. In haar toestand hebben zich geen belangrijke wijzigingen voorgedaan. De cervicale dwarlaesie houdt in haar geval in dat het ruggemerg ter hoogte van de zesde halswervel ernstig is beschadigd. De rijdster is bij kennis; ze wordt kunstmatig beademd.

Velzeboer heeft gezelschap van haar moeder, die na het ongeluk naar Zuid-Frankrijk reisde, haar broers Mark en Alexander, haar vriend Wilf O'Reilly en Nollet. Het is de bedoeling dat Velzeboer op 2 januari terugkeert naar Nederland. De schaatsster zal dan “gestabiliseerd” moeten worden vervoerd. Aanvankelijk zou ze zeker twee weken niet mogen worden vervoerd. Nollet, die morgen naar Nederland terugkeert, specialiseert zich in het AMC in revalidatie. Zijn collega Frank Nusse: “Monique heeft een zo goed mogelijke begeleiding.”

Tijdens de trainingsstage had Velzeboer vlak voor Kerst bij een val de zesde halswervel gebroken. Per helikopter werd ze met verlammingsverschijnselen naar Toulouse overgebracht en daar geopereerd. De baan in Font-Romeu, waar Velzeboer al eerder dit jaar een hoogtestage afwerkte, heeft de beschikking over de baanbeveiliging, die twee jaar geleden tijdens de Olympische Spelen in Albertville werd gebruikt. De beveiliging was tijdens de training aangebracht, Velzeboer is met haar hoofd naar voren tegen de boarding gebotst.

Met haar broers en haar vriend had Monique Velzeboer op eigen kosten het trainingskamp belegd. De Velzeboers achten de mogelijkheden die de KNSB voor de shorttrackers schept onvoldoende. Monique, die zich al geplaatst had voor de Olympische Winterspelen, was dit seizoen al eerder op hoogtestage in de Franse Pyreneëen. Ook werd de afgelopen zomer getraind in Calgary. Via de schaatsbond en NSFNOC heeft de kernploeg stages gehad in Lillehammer en Bormio (Ita).

Bondscoach Gijs Rijneveld ging er onmiddellijk vanuit dat Velzeboer over twee maanden niet zal deelnemen aan de Winterspelen. Dat betekent dat Rijneveld het in Hamar zonder zijn beste rijdster zal moeten doen. Zowel voor de individuele wedstrijd als voor de aflossingsploeg was Velzeboer de Nederlandse nummer één.

De kernploeg van Rijneveld telt vier andere vrouwen, die nu de koppelkoers voor hun rekening moeten nemen: Priscilla Ernst, Penelope Di Lella, Anke Jannie Landman en de geblesseerde Esmeralda Ossendrijver. “Over de gevolgen heb ik nog niet nagedacht”, verklaarde Rijneveld. “Dat is ondergeschikt als er zulke ernstige zaken aan de orde zijn.” Tijdens een voorolympische wedstrijd had de aflossingsploeg vormbehoud getoond door in een sterk deelnemersveld als vijfde te eindigen. De aflossingsploeg bij de mannen heeft zich niet voor de Spelen geplaatst.

De afgelopen drie jaar werd Velzeboer Nederlands kampioene, al tien jaar maakte ze deel uit van de nationale elite. Op zestienjarige leeftijd debuteerde ze bij het WK in Chamonix (1986). Ze werd daar twaalfde. Haar beste internationale prestaties boekte de boerendochter uit Oud-Ade in 1988. Tijdens het Olympisch demonstratietoernooi in Calgary won ze de 500 meter en op het WK in St. Louis werd ze vierde. Vier jaar later was er tijdens het WK in Denver een vijfde plaats. In Albertville, waar het shorttrack een officiële Olympische status had verworven, eindigde ze op de 500 meter als vierde.

Velzeboer, studente psychologie, is de strijdlustigste van de Zuidhollandse shorttrackfamilie, die in feite uit vijf leden bestaat. Afgezien van de vier kinderen Velzeboer is er de Brit O'Reilly, in 1991 wereldkampioen. “De tactische foefjes heb ik van hem”, heeft Mark eens gezegd. “In scherpe bochten op de been blijven, dat moet je zelf leren.” Mark maakt ook deel uit van de nationale selectie van Rijneveld, terwijl de jongste zoon Velzeboer, Alexander, als een groot talent geldt.

Monique's oudere zus Simone liep tijdens de Olympische Spelen van 1988 ook nekletsel op bij een val. Ze verbleef wekenlang in een ziekenhuis in Calgary, maar herstelde later geheel. In Albertville sloot ze haar loopbaan af. “Monique en Alexander zijn feller”, zei Simone destijds. “Monique neemt risico's.”