Justitie biedt tegenstrijdige visies; Beperk het geweld tegen jeugd tot hoogstens oorvijg

Justitie bereidt een wet voor die beperkt gebruik van geweld in jeugdgevangenissen goedkeurt. Zorgelijk is echter dat op het ministerie tegenstrijdig over dat beperkte geweldsgebruik wordt gedacht. Als het meer is dan een "oorvijg' is het, volgens de psychiater F.H.L. Beyaert, niet te verdedigen.

Het ministerie van justitie blinkt niet uit door duidelijke woordkeus. Duidelijk in de zin van begrijpelijk en niet voor misverstanden vatbaar taalgebruik. In de nieuwe jeugdgevangenissen zou "beperkt geweld' zijn toegestaan, zo vertellen ons de media. Een wet daaromtrent is in voorbereiding. Tevens wordt aangegeven dat, als het maar in een wet staat, iedereen weet waar hij aan toe is. Dat is allerminst het geval. Gaat het om "beperkt' verbaal geweld, om "beperkt' lichamelijk geweld (een klap, een schop, in mekaar slaan), of om "beperkt' instrumenteel geweld (wapenstok, ploertendoders, honden, vuurwapens)? Wellicht maakt de toelichting op dit wetsontwerp iets duidelijk, maar vooralsnog is Nederland opgeschrikt door de mededeling dat "beperkt geweld' is toegestaan in jeugdgevangenissen; eerder "kampementen' genoemd.

Nu is zelfverdediging altijd geoorloofd, maar de moeilijkheden ontstaan nu juist als het om personen versus totale instituten gaat, zoals jeugdgevangenissen. In totale instituten gaat het om orde en regelmaat, en die schuwen elke uitzondering vanwege de precedentwerking. Verzet tegen het totale instituut, nu juist omdat er géén uitzondering wordt gemaakt (moeders sterfbed, bevalling vriendin, enz, enz,) komt al gauw over de grens van "orde en regelmaat' binnen dat instituut. En dan zou "beperkt geweld' wettelijk mogelijk moeten worden. Dat geeft te denken en het is de vraag of zo'n wetgeving nog past binnen het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Daar komt nog een tweede discrepantie bij. Op dezelfde dag dat deze materie in het nieuws kwam (17-12-'93), werd verteld dat de adjunct-directeur van "de Dreef' op non-actief was gesteld en ontslagen zou worden, omdat hij vasthield aan de van oudsher door "de Dreef' gehanteerde pedagogische maatregel van de oorvijg. "De Dreef' heeft jarenlang met kennis daaromtrent van het ministerie van justitie en iedereen in deze sector, officieel gezegd dat men daar het conflict met jongeren aanging (geen drugs, lange haren, geen oorbellen, geen porno) maar dat het desondanks een "open' inrichting was. Met "open' wordt dan bedoeld dat iedereen op ieder moment kon weglopen. Bovendien waren er geen isoleercellen en werden er geen medicamenten gebruikt.

"Het conflict niet uit de weg gaan' betekende dus van tijd tot tijd een machtsstrijd. Een "draai om de oren' hoorde bij de pedagogische opvattingen van "de Dreef'. Ik moet zeggen dat ik voor die conceptie begrip kon opbrengen. Wat moet je anders. Ik wist bovendien twintig jaar lang, dat als er een opvoedeling in het Pieter Baan Centrum was geobserveerd en er een plaats moest worden gezocht in één van onze jeugdinrichtingen, "de Dreef' de enige inrichting was die nooit weigerde. In het Pieter Baan Centrum word je niet geobserveerd voor een fietsendiefstal.

"De Dreef' accepteerde de moeilijkste en gevaarlijkste mannelijke jongeren. "De Dreef' kwam in opspraak wegens mishandeling, en natuurlijk kan een pedagogische aanpak die een "draai om de oren' officieel niet schuwt, tot misbruik leiden. De stap van een oorvijg naar een schop is klein en in totale instituten ligt sadisme op de loer, vanwege de eenzijdige macht. Daarom is een buitengewoon zorgvuldige en toegankelijke beklagregeling bij een onafhankelijke commissie een noodzakelijk complement van welk totaal instituut dan ook.

Het lijkt of in dat nieuwe wetsvoorstel omtrent "beperkt geweld' aan die beklagregeling aandacht is besteed.

Dat neemt niet weg dat hetzelfde ministerie van justitie, dat nu "beperkt geweld' wil mogelijk maken, nog niet zo lang geleden optrad tegen "de Dreef'. In een oekaze werd "de Dreef' verboden nog enig "fysiek contact' te hebben met de pupillen. Onder "fysiek contact' werd toen ook begrepen een aai over de bol of een arm om een schouder. Toch is er nu het wetsvoorstel omtrent "beperkt geweld'. Wat moet de burger daar nu van denken?

Geweld in huizen van bewaring en gevangenissen is tot nu toe beperkt. Daar is niet zo vaak publieke discussie over. De tegenstrijdige meningen van het ministerie van justitie over "geweld' zijn zorgelijk en zullen wel aan de bureaucratie te wijten zijn. Enig begrip voor deze bureaucratie is op te brengen indien men zich realiseert dat de volwassen gedetineerde, die niets wil en die zich terugtrekt, aan zijn lot, in zijn cel, wordt overgelaten. Daar maken wij ons geen zorgen over. In conflictsituaties is de volwassen gedetineerde soms te sterk, een draai om de oren is er dan dus niet bij. Als het om een jongere gaat, is er de behoefte om nog op te voeden, te resocialiseren. Dan wordt het conflict niet uit de weg gegaan. Een draai om de oren is minder erg dan "afzondering' (en dat gaat nooit zonder geweld maar dan in overmacht), de "isoleercel' dus.

Ook is de jongere nog meer open voor beïnvloeding dan de volwassene. In ieder geval was dat tot nu toe zo. In antwoord daarop zijn instituten geneigd, om zo goed mogelijk daarop te reageren in de hoop er nog wat van te maken. Is de oorvijg in een bepaalde pedagogische methodiek nog te verdedigen, "beperkt geweld' is dat niet, temeer waar men moet beseffen dat nu juist jeugdigen zich vaak aan geweldsmisdrijven schuldig maken. Moet geweld dan van overheidswege met "beperkt geweld' beantwoord worden? Dat lijkt een gevaarlijke weg.