Ivo de Wijs

25 jaar Kabaret Ivo de Wijs: Terug naar de wortels.EMI 7243 8274002 5

“En ik ben Ivo de Wijs, ik ben genoemd naar dit cabaret,” placht de naamgever van het cabaret Ivo de Wijs te zeggen nadat hij de andere leden van het ensemble had voorgesteld. Het was een typisch studentikoos grapje dat heel goed de sfeer van zijn programma's weergaf: de onbekommerde ironie, het aanstekelijke spel met woorden en het speelplezier van een groepje twintigers die zich niet wezenlijk bekommerden om een carrière in het amusementsbedrijf. Na het laatste programma, in 1979, was Ivo de Wijs dan ook de enige van de vaste kern die, als tekstschrijver, in het vak bleef; Aggie Terlingen, Pieter Nieuwint en Richard Fritschy kozen heel andere werkkringen.

Het cabaret Ivo de Wijs vormde in de jaren zeventig de tegenhanger van de groep Don Quishocking, die geënageerder en vaak serieuzer getoonzet was. Het straalde niets dan vrolijkheid uit en dreef, behalve op talent en enthousiasme, op de schrijfpret van Ivo de Wijs die er een intens genoegen in schiep spitse nummers te maken over de meest alledaagse onderwerpen. Zijn stuntrijm in een het aan platgereden poezen gewijde lied De snelwegkat (“hé kijk, die daar, die had wel wat van die van tante Nel weg, schat”) is sindsdien zelden geëvenaard, evenmin als de twee verschillende versies van De wortels van het kwaad, waarvan iedere regel met ijzeren logica op -aat eindigt. Twintig jaar na dato vind ik het nog steeds onweerstaanbaar grappig.

In zijn informatieve tekst bij de verzamel-cd Terug naar de wortels schrijft Jacques Klöters: “Het cabaret scheerde sierlijk en vakbekwaam over de oppervlakte.” Maar aan die oppervlakte lagen in de jaren zeventig talloze verschijnselen die hier met een stroom aan intelligente grappen werden bestreden - en met glasheldere samenzang op de effectieve melodietjes van Pieter Nieuwint. Ook als het helemaal nergens meer over leek te gaan, ging het altijd nog over taalkundig vertier, muzikaliteit en het aangename samenzijn van gelijkgestemde zielen.