"Haveloze ondervoede kinderen achter weefgetouw en glasoven'; Nobelprijswinnaars binden strijd aan met kinderarbeid

Nederlandse econoom en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen (90) heeft met meer dan tachtig andere Nobelprijswinnaars, onder wie Michail Gorbatsjov, Lech Walesa, Nelson Mandela en de Nederlandse natuurkundige Simon van der Meer, de strijd aangebonden met de kinderarbeid. In een "kerstboodschap' die in veel Nederlandse kranten werd afgedrukt riep Tinbergen de lezers op een kaartje te sturen als blijk van steun voor deze strijd. Tinbergen en zijn helper Theo Knippenberg (46)“willen meer zijn dan een groepje goedwillende ouderen” en sturen aan op de oprichting van een wereldwijde organisatie tegen kinderexploitatie.

In de voorkamer van het Haagse huis van Tinbergen staan een stuk of tien stoelen rondom een salontafel. Het is er stil, alleen de klok tikt. Tinbergen pakt langzaam, beverig een kerststukje van een tafeltje om ruimte te maken voor een kopje. Als hij koffie heeft ingeschonken neemt hij plaats in een van de stoelen en blijft daar gedurende het gesprek bijna onbeweeglijk zitten. Zijn stem is onvast, maar hij uit zich in deftige volzinnen. Voormalig Bulkboek-uitgever Theo Knippenberg zit tegenover hem op het puntje van zijn stoel, gegrepen door het onderwerp. “Maar Jan kan het veel mooier zeggen”, zegt hij met enige regelmaat.

Knippenberg is volgens Tinbergen degene die het onderwerp "kinderexploitatie' op de agenda heeft geplaatst van de "Foundation for International Cooperation', een internationale denktank waarvan Tinbergen voorzitter is en waarin behalve hij nog achttien Nobelprijswinnaars zitting hebben. “Het publiek houdt zich meer bezig met de lopende zaken. Er moet altijd iemand opstaan zoals de heer Knippenberg die er aandacht voor vraagt.” Zelf noemt Knippenberg zich "de loopjongen' van de organisatie. Hij zit nachten aan de telefoon voor intercontinentaal overleg met de Nobelprijswinnaars die de actie steunen. “De bedoeling is om alle beslissingen over de actie in consensus te nemen.”

Postzakken vol kaarten zijn inmiddels binnengekomen bij de Vondelkerk in Amsterdam (Vondelstraat 120 D), waar het "Nobelprijswinnaars initiatief Stop Kinderexploitatie' zetelt. Knippenberg wil alle kaarten beantwoorden, maar weet nog niet precies wat de daaropvolgende stappen zullen zijn. “Het was onze bedoeling een draagvlak te creëren voor de oprichting van een organisatie, te vergelijken met Amnesty International, die wereldwijd aandacht vraagt voor en rapporteert over kinderarbeid. Nu dat draagvlak er blijkt te zijn hopen we dat de politiek met geld over de brug komt. Als dat gebeurt hoeven we niet op de bedeltoer.”

Het idee voor actie tegen kinderarbeid werd enige maanden geleden geboren in deze zelfde huiskamer. Tijdens een bestuursvergadering van de "Foundation' in Den Haag stelde Michail Gorbatsjov voor een hoorzitting over het onderwerp te beleggen. De hoorzitting kwam er, en experts van over de hele wereld schetsten er een beeld van de kinderexploitatie in hun eigen regio. Knippenberg: “Het was extreem moeilijk om die experts te vinden. Ik heb er nog nooit langer dan een week over gedaan om uit te vinden wie de autoriteiten zijn op een bepaald gebied, maar bij dit onderwerp duurde het een half jaar. Soms waren het voormalige straatwerkers en velen bleken te vinden in kleine vakbonden, een plaatselijke bondje van de hotelindustrie bij voorbeeld.”

De kerstboodschap die Tinbergen op basis van de hoorzitting opstelde, spreekt van meer dan tweehonderd miljoen kinderen voor wie het leven niets meer te bieden heeft “dan eindeloos herhaalde uren op straat, in fabrieken, of in obscure werkplaatsen”. De Nobelprijswinnaars klagen ook de kinderprostitutie aan. Knippenberg schat dat drie tot tien miljoen kinderen van zes tot twaalf jaar door ouderen worden gedwongen tot prostitutie. Knippenberg “Als je uitgaat van drie miljoen kinderen, en je vraagt je af hoe vaak die kinderen "het' dan per jaar moeten doen om het rendabel te maken, dan kom je uit op dertig tot vijftig miljoen volwassenen op deze wereld die er nog voor betalen ook.”

De socialist Tinbergen heeft zich altijd ingespannen om de kloof tussen arm en rijk te verkleinen, zowel op nationaal als op mondiaal niveau. Hij pleit al jaren voor forse verhoging van de ontwikkelingshulp, die bij voorbeeld gebruikt zou moeten worden om een goede pensioenvoorziening te creëeren, zodat gezinnen in de arme landen economisch minder afhankelijk worden van kinderen en kinderarbeid. “Het is goed om te bedenken dat de eerste sociale wet in Nederland het Kinderwetje van Van Houten uit 1874 was”, zegt hij. “Die wet vormde de grondslag voor onze hele sociale wetgeving.”

Het heeft Knippenberg verrast hoe weinig aandacht de vakbonden hebben voor het probleem. “Kinderen mogen zich niet organiseren, dus die kunnen toch geen lid worden, lijkt de redenering te zijn. Er zijn trouwens wel een paar pogingen van kinderen geweest om zich te organiseren. In Pakistan is dat door de vakbonden ijlings de nek omgedraaid, in Rio gaat het nog door.”

Volgens Knippenberg kunnen de Nobelprijswinnaars, zeker als collectief, veel voor de zaak bereiken. “Deuren gaan open als dit illustere gezelschap zich meldt. Zij hebben toegang tot presidenten en ministers van sociale zaken.” Veel Nobelprijswinnaars die de actie steunen hebben zich bereid verklaard als rapporteur van kinderexploitatie op te treden.

Dat zit er voor Tinbergen, gezien zijn leeftijd, niet meer in, al zit zijn “orderportefeuille” vol genoeg. Elke dag staat hij om half zeven op (“zaterdag en zondag om half acht”) om aan zijn verplichtingen te voldoen, die variëren van wetenschappelijke publicaties tot bijdragen voor Nederlandse schoolkranten. “Helemaal uitgeslapen raak ik niet meer”, zegt hij, en loopt naar de voordeur om zijn post in ontvangst te nemen, een dikke stapel die niet door de bus past.

Uit de Kerstboodschap van 80 Nobelprijs-winnaars

"Het beeld van grote groepen haveloze, ondervoede, mishandelde kinderen achter weefgetouwen of voor gloeiende glasovens, of diep onder de grond in de mijnen, hoorde voor ons in de geschiedenisboekjes. Maar dit is vandaag, op dit moment, nog steeds het lot van miljoenen kinderen. Overal waar arme landen proberen hun buitenlandse schulden te betalen door het binnenhalen van exportorders, wordt het misbruik van kinderarbeid om de loonkosten laag te houden, een structureel verschijnsel.'