Goores danst vol spot voor hel en dood uit

Voorstelling: P.I.M.P. (Private Items Made Public). Choreografie/dans: Arnold Goores; muziek: o.a. Skeleton Crew, Harrie de Wit, Henryk Górecki; toneelbeeld: Lyan Moulen; licht: Kees van de Lagemaat. Gezien: 23/12 Amsterdam Frascati. Aldaar: t/m 30/12. Verder: t/m maart tournee door Nederland.

De danser/choreograaf Arnold Goores behoort tot de oude garde van de Nederlandse moderne dans. Hij is één van de oprichters van het coöperatief danstheater Het Concern, dat dit jaar ter ziele ging. Die gebeurtenis, de groeiende fysieke belemmering en het besef van de vergankelijkheid zijn de uitgangspunten voor de sombere solodansvoorstelling P.I.M.P. (Private Items Made Public).

Vorig jaar kende de Stichting Dansersfonds '79 aan Goores de Prijs van Verdienste toe. Die zag hij toen als een aanmoediging om verder te gaan. “Stoppen? Mij niet gezien,” zei hij in zijn dankwoord. Maar in P.I.M.P. is dat optimisme verwenen en lijkt het motto veranderd in: 'vluchten kan niet meer'. Nu rent hij voor de dood uit, terwijl hij over zijn schouder kijkt naar het verleden.

Goores maakt dramatisch danstheater, een mengvorm van bewegingskunst, acteren en mime. Hij doorliep een klassieke balletopleiding en -carrière bij het Scapino Ballet en Het Nationale Ballet en stapte daarna over naar de moderne dans. In dit circuit realiseerde hij voorstellingen bij Penta Theater, Stichting Dansproduktie, Onafhankelijk Toneel en Vals Bloed. Maar hij werkte ook samen met (film-)regisseurs als Jan Ritsema, Gerardjan Rijnders en Eric de Kuyper. P.I.M.P. is een zwarte komedie over al die ervaringen.

Het levensverhaal begint al terwijl het publiek plaatsneemt. Goores plant en begiet eerst zaad in terracotta potjes. Vervolgens gooit hij zich in een uitdagende, swingende dans waarin hij speelt met de beweging en spot met zijn leeftijd. Hij doet dat met de ironie en de afstandelijkheid van een gerijpte performer.

In korte scènes wordt zijn verwachting en teleurstelling gepresenteerd. Op de soundtrack van de film Sunset Boulevard speelt hij heel camp een afgedankte diva. Hij persifleert de hel van het ballet en de roes van de vrije moderne dans door middel van rode horens en een suggestief gebruikte goudkleurige doek. Op muziek van Richard Wagner verdrinkt hij bijna in zijn tranenvloed, die hij weer indamt met een Afrikaanse bezweringsdans. Uiteindelijk blijft er slechts een lijkwade voor hem over, die hem als een enorme cocon gevangen houdt. Dit aangrijpende slot is geënt op het bewegingstheater van de Amerikaanse gezelschappen Pilobolus en Momix.

Goores werd bij het maken van zijn ego-document begeleid door zijn collega Helga Langen en de dramaturge/regisseuse Moniek Merkx. Het drietal leverde echter geen boeiende, hechte voorstelling af. Daarvoor zijn de overgangen tussen de scènes te onduidelijk. Te dikwijls vraag je je af waarom iets gebeurt en wat ermee bedoeld wordt. En dan die woordspeling in de titel. Als Goores zich de souteneur van de danskunst voelt moet hij haar beter beschermen.