Ferme "baas aan de Maas' is niet nors; Profiel van RIEK BAKKER

Met een "peepshow', bluf en een "recht-door-zee-taaltje' verkocht de Rotterdamse directeur stedebouw Riek Bakker haar plannen met de Kop van Zuid. Inmiddels is de woningverkoop begonnen en liggen in de Nieuwe Maas de eerste werkeilanden voor bouw van de Erasmusbrug. Per 1 januari vertrekt ze als ambtenaar. Maar als "supervisor' blijft ze bij de Kop betrokken. “Vergeet niet dat ik indertijd dit vuurtje heb opgestookt en er omheen ben blijven dansen.”

,Een fantastische ambassadeur, dat was ik.'' Vanaf de elfde verdieping van het Europointgebouw kijkt de scheidende directeur van de dienst stedebouw en volkshuisvesting Riek Bakker naar de mistige skyline van Rotterdam. Peinzend over het antwoord op de vraag wat haar voornaamste verdienste is geweest voor Rotterdam.

Bakker verlaat per 1 januari haar post als stadsbouwmeester van Rotterdam om een stedebouwkundig adviesbureau op te richten. Met haar forse postuur en zware bril was ze het gezicht van een periode waarin grote projecten in een snel tempo van papier in steen veranderden en de media in lyrische termen over de ontwikkeling van Rotterdam schreven. Een echt afscheid is het niet: als "supervisor' blijft Bakker in Rotterdam verantwoordelijk voor het grootste Rotterdamse ontwikkelingsproject van dit moment, de Kop van Zuid. Een merkwaardige constructie voor een opvallende topambtenaar.

Riek Bakker, dat is de Kop van Zuid. Toen ze in 1986 in dienst trad van Rotterdam, gold dit gebied als "overlooplocatie' voor de stadvernieuwing. Een braakliggend terrein tussen verpauperde en geïsoleerde wijken, dat men stukje bij beetje met sociale woonblokken dacht vol te bouwen. Bakker, zag meer mogelijkheden. De 125 hectare verouderd havengebied kon de schakel worden tussen twee door havens gescheiden "steden': Rotterdam en Rotterdam-Zuid. Bakker wilde gemengde woningbouw - van sociaal tot urban villa - , horeca en winkels. En een "Manhattan aan de Maas', zoals ze het toen nog durfde te noemen: een strook kantoortorens op de Wilhelminapier. Zuid kreeg zo eindelijk een centrum, en de zuidoever van de NIeuwe Maas een tegenwicht voor de noordelijke skyline.

Volgend jaar wordt het ernst met de Kop van Zuid. De eerste werkeilanden voor de Erasmusbrug liggen in de Nieuwe Maas. De woningverkoop is vorige maand begonnen, de aanleg van een ondergronds metrostation en het Wilhelminahof, waar de rechtbank en belastingdienst onderdak zullen vinden, volgt binnenkort. Maar op de maquette staan nog veel blokjes van matglas: de lokaties waar nog geen duidelijkheid over is. En dat zijn nu juist de gehoopte kantoorkolossen op de Wilhelminapier, de economische motor van het plan. De folders mogen spreken van een pier die “het silhouet van Rotterdam-Zuid bepaalt” of een “ontmoetingsplaats voor zakenlieden uit de haven- en transportwereld”, maar van de 1,5 miljard aan private investeringen is nog weinig binnen. Bakker maakt zich geen zorgen. Eerst komen de infrastructuur en de woningen, dan pas de kantoren. Eerst investeert de belastingbetaler, dan pas de markt.

Bakkers' toekomstige rol in Rotterdam is onduidelijk. Een zeer dominante topambtenaar, "Baas aan de Maas', die na haar afscheid het grootste stedebouwkundige project van Rotterdam in haar portefeuille houdt. Een ongewone constructie, die een kiem in zich draagt van machtsconflicten met haar opvolger. Zeker nu volgend jaar de wethouder vertrekt met wie zij sinds 1990 een “onverslaanbaar duo” vormde, Joop Linthorst.

Bakker zelf voorziet geen problemen. Het was misschien onverstandig om van directeur stadsontwikkeling in 1991 directeur van de hele dienst stedebouw en volkshuisvesting te willen worden, zo denkt ze. Net een stapje te hoog. “Ik ben geen veranderingsmanager, geen afmaker, zo is dit beestje niet gebakken. Ik wilde doen waar ik goed in ben: plannen maken, beoordelen en uit de grond trekken. Maar rond de Kop van Zuid heb ik een waanzinnige expertise opgebouwd, die Rotterdam kwijt dreigde te raken. Vergeet niet dat ik indertijd dit vuurtje heb opgestookt en er omheen ben blijven dansen.”

Bescheidenheid is niet Bakkers meest opvallende deugd. Toch prijst ze zichzelf met zo'n oprechtheid aan, dat het toch niet arrogant lijkt. Een gecompliceerd karakter heeft ze niet. Iedereen die haar kent, noemt dezelfde sterke en zwakke punten. “Ongelooflijk in staat mensen enthousiast te krijgen, haar ambtenaren sliepen desnoods onder de tekentafel”. Een “fabelachtige politieke intuïtie”, een “keiharde werker”, iemand die “feilloos goede mensen voor de juiste opdracht weet te vinden” en “plannen haarscherp kan beoordelen”. En ook: “iemand die welriekende lucht verkoopt”, “een olifant in de porceleinkast”, “alleen een goed leider als de rest zonder mokken volgt”.

Praten over Riek Bakker gaat op een of andere manier altijd in Bakkeriaans taalgebruik. Met veel hyperbolen, met “fantastisch” en “geweldig” op de tong bestorven. “Ik heb haar tientallen malen horen praten over “alle neuzen in dezelfde richting”, “mijn fantastische jongens en meisjes”, “een tandje hoger” en “het plan handjes en voetjes geven”. Je tenen gaan kromstaan van dat taaltje, maar het werkt wel in Rotterdam”, zegt journalist en Rotterdam-kenner Herman Muscoviter.

Riek Bakker, dochter uit een gereformeerd gezin met zeven broertjes, groeide op in Meppel. Na een studie tuin- en landschapsarchitectuur aan de hogeschool in Boskoop, die door examenvrees en een selectieve interesse twee jaar langer duurde dan nodig, begon ze haar loopbaan begon in 1968 bij F.J. Zandvoort BV., een stedebouwkundig ontwerpbureau. In een tijd dat de woonomgeving steeds belangrijker werd, namen dit soort bureaus steeds meer "landschappers' en "groeners' in dienst.

In 1976 begon Bakker met ontwerpster Ank Bleeker het ontwerpbureau Bakker en Bleeker. Bleeker had de reputatie als ontwerpster, maar Bakker was in hoge mate verantwoordelijk voor het succes van het bureau. Bleeker: “Riek werkte even hard als wij aan het ontwerpen en deed het management er dan nog even bij. Zoals ze zelf eens zei: ze besliste nog over de kleur van het toiletpapier. Ik had zoiets van "laten we klein blijven', zij was buitengewoon expansief. Steeds meer opdrachten, meer mensen, steeds meer en groter.” Rotterdam werd al snel een belangrijke opdrachtgever van het bureau. Bakker en Bleeker ontwierpen onder meer parken en buitenruimten voor Zevenkamp, Prinsenland en Rotterdam-Zuid. Toen in 1986 een headhunter haar benaderde voor de post van directeur stadsontwikkeling in Rotterdam, was voor Bakker de aardigheid er af: het bureau liep goed, de uitdaging was weg.

De dienst stadsontwikkeling was in 1986 een zieltogende club. Bakker van haar kant stond bekend als een goede opdrachtenwerver, maar op het punt van stedebouwkunde was de landschapsarchitecte autodidact. Toenmalig wethouder van ruimtelijke ordening Jan Laan: “Ik wist niet wat ik aanmoest met zo'n dame die wat groengebiedjes had aangelegd. Ik stelde haar de vraag: wat wil je met deze stad? Je bent toch landschapsarchitect, wat weet je van stedebouwkunde? Toen werd ze op zo'n schitterende manier kwaad. Zo doortastend. Dat gaf voor mij de doorslag.”

Bakker vroeg en kreeg een curieus contract: eerst zou ze een jaar part-time de dienst stadsontwikkeling leiden. Bakker en Bleeker zou vijf jaar lang nog een ton aan opdrachten krijgen van Rotterdam, want Bakker was bang dat het bureau deze belangrijke broodheer moest verliezen als zij er topambtenaar was. De nieuwe directeur ging in 1986 voortvarend aan de slag. Eerst met het 'juni-project'. Ambtenaren van stadsontwikkeling moesten op een kale verdieping in het Europoint-gebouw in groepjes nadenken over wat er wel en niet deugde aan de stad. Riek Bakker maakte daaruit haar selectie: de Kop van Zuid genoot in haar ogen de hoogste prioriteit. Toen daarvoor een plan klaar was, gaf ze er niet meteen grote ruchtbaarheid aan. Eerst moesten er medeplichtigen geworven worden. Beleidsmakers werden één voor één of in groepjes bij Bakker thuis uitgenodigd. De woonkamer had ze met klapstoeltjes en landbouwplastic tot een huisbioscoop omgebouwd. Na een korte inleiding volgde een diapresentatie, waarna de gasten de trap op moesten naar een lege kamer met een reusachtige maquette van de Kop van Zuid.

René Daniels, van 1988 tot 1991 projectleider van de Kop van Zuid: “Op een gegeven moment kreeg je een sfeer van: "waarom ben ik nog niet uitgenodigd, ben ik niet belangrijk genoeg soms.' Je kreeg een enorme samenzwering voor de Kop van Zuid.” Jan Laan: “Later hebben we dat herhaald om Den Haag voor het plan te winnen. Dan reed ik om half zes met Ed Nijpels of Heerma over dat braakliggende terrein. Riek Bakker ving ze daarna op in een gebouw aan de Boompjes en deed dan haar diashow en maquette. Daarna kwam het hoofd van het Ontwikkelingsbedrijf goochelen met cijfers om aan te tonen dat het financieel allemaal ook nog kon. Een hapje en een drankje en om zeven uur zaten ze weer in de dienstauto. Razend enthousiast over onze plannen.”

De inmiddels legendarische "peepshow' van de Kop van Zuid is een voorbeeld van de kunst van het coalitie-smeden waar Bakker in excelleert. Ook maakte ze een tournee langs de bewonersverenigingen - die de garantie kregen dat de wijken van de werkgelegenheid op de Kop van Zuid zullen profiteren middels het "Social Return'-project. J.P. den Dullaard van bewonersvereniging Feijenoord: “En daarbij lag ze goed. Dat recht-door-zee taaltje van haar. En dan zo'n enorme, imponerende vrouw, dat maakt indruk. Je verwacht iets nors, iets Ien Dales-achtigs, Maar dan blijkt ze ook nog heel innemend te zijn.”

Bakker weet argumenten zo in het gelid te plaatsen dat alternatieven vanzelf afvallen, maar de verpakking is eigenlijk belangrijker. Zoals ze Rotterdam warm kreeg voor de Kop van Zuid, zo wist ze later de peperdure Erasmusbrug te verkopen, die het gebied direct met het hart van Rotterdam moet verbinden.

Bluf is een belangrijk wapen om stedebouwkundige plannen van de grond te krijgen. Oud-collega Michael van Gessel: “Begin jaren tachtig bedachten we bij Bakker en Bleeker dat recreatie de toekomst was, daar moesten we ons op richten. We wilden daarom een voorbeeldstudie maken voor een recreatiegebied in de Noorder IJ-polderplas, boven Amsterdam. Riek aan het werk, relaties en fondsen aanboren. Binnen de korste tijd had ze een prachtig kaartenhuis in elkaar gezet, met de Efteling, WVC en de provincie als partijen. Als je dat van dichtbij zag, werd je doodsbang, want je zag dat er maar iemand tegenaan hoefde te blazen en het stortte in. Maar bij Riek blaast niemand er tegen aan. Voor je het weet is zo'n luchtkasteel een echt kasteel.”

Ank Bleeker: “Ze kan ook zo onvoorstelbaar mooi liegen. Ik herinner me een lezing waarbij ze haar dia's vergat. Ze begon met een heel bizar verhaal hoe haar dia's onderweg gestolen waren. Voor mij volstrekt ongeloofwaardig, maar de hele zaal van: ach, die arme mevrouw Bakker.” Jan Laan: “Ik zag haar voor het laast bij de opening van dat prachtige Museumpark in Rotterdam. Ze hield een mooi verhaal. Tweederde was waar, de rest niet. Maar het was een prachtig verhaal.”

Riek Bakker: “Je kunt nog zulke mooie plannetjes verzinnen, maar het is een kunst apart om daarna de paaltjes in de grond te krijgen. Dat wordt in Nederland niet voldoende gewaardeerd.”