Dwarrelgoud en een echte ezel maken nog geen theater

Voorstelling: De Groene Vogel door het RO Theater. Vanaf 8 jaar. Naar Carlo Gozzi. Regie: Ted Keyser. Muziek: Guus Ponsioen. Spel: Esther Scheldwacht, Marcel Roijaards, Lou Landré e.a. Gezien: 26/12 Schouwburg Rotterdam. Aldaar nog t/m 9 jan.

In de kerstvakantie met het hele gezin naar het theater, haar geplakt, feestjurk aan, flesje in de pauze: het is een mooie gedachte. Om aan die behoefte te voldoen dan wel haar te scheppen brengt het RO Theater traditiegetrouw op tweede kerstdag een familievoorstelling uit. Eerder waren dat bijvoorbeeld De nieuwe kleren van de keizer en De wind in de wilgen. Het sprookjesachtige stuk dat dit jaar uit de motteballen werd gevist is van de Italiaan Carlo Gozzi (1720-1806), een tijdgenoot van Goldoni. Het verhaaltje is dun: twee koningskinderen ontsnappen als Sneeuwwitje aan de moorddadige plannen van hun grootmoeder en worden onder het gewone volk groot gebracht. Wanneer ze achttien zijn gaan ze op zoek naar hun verleden. Hun moeder blijkt al die tijd in een gootsteenkastje opgesloten gezeten te hebben en vader is verwikkeld in een infantiele strijd met de machtsbeluste koninginmoeder. Er vliegt een vogel rond die eigenlijk een prins is, standbeelden kunnen praten en verliefd worden en iedereen wordt gedreven door hebzucht. Na veel heen en weergehol met moeilijke opdrachten en hulp uit magische hoek zijn alle verhaaldraadjes min of meer afgehecht. De gelieven krijgen elkaar en de echte slechterikken hun verdiende loon. Mozart had er een mooie opera van kunnen maken, maar hoe wordt zoiets anno 1993 theater voor alle leeftijden?

Volgens het RO Theater is dat vooral een zaak van de decor- en kostuumafdeling en van de juiste belichting. Aan spektakel geen gebrek: er dwarrelt goud, er wolkt mist, er stapt een perfect acterende ezel het toneel op, paleizen rollen af en aan en in de duistere nacht raakt een volledige beeldentuin aan de wandel onder het slaken van passend holle kreten. Regisseur Ted Keyser opent met een symbolisch en veelbelovend beeld. Door een soort venster in het voordoek zijn we getuige van een gestileerde revolutie. Men timmert elkaar stevig op de kop. Is het poppenkast of televisie? De poppenkast is wat Keyser wilde, met uitvergrote figuren die als in de Italiaanse Commedia dell'Arte hun gefixeerde rollen spelen. Dat lukt maar zeer ten dele. De meeste acteurs zijn voornamelijk houtenklazig en weinig Italiaans. Ze blijven steken in het grote gebaar, zonder dat de energie van binnenuit opborrelt. Lou Landré als een soort pruilende Napoleon met vastgeplakt kroontje en koninginmoeder Lieneke Le Roux, rondhobbelend in een paarse robe en op Forma Naturaschoenen zijn dolkomisch. Ze zijn echter niet bezig met lijfelijk acteren, maar met schmieren. Veel teksten gaan hoog over de kinderhoofden heen - de hofdichter wordt uitgescholden voor 'atonaal sonnet', de koning krijgt van zijn moeder te horen dat hij 'een totaal gebrek aan elke vorm van mannelijkheid' heeft - en nogal wat grappen en seksuele toespelingen zouden in het Theater van de Lach niet misstaan. Zo raakt het werkelijk volkse van het marionettentheater bedolven onder het soort platheid en gladheid dat veel familieprogramma's op de televisie eigen is. En zo zitten we twee uur lang kastje te kijken maar daarvoor hoeft een mens niet naar de schouwburg.