De melancholie van oude mensen in een café-chantant

Les Olivettes, Ned.3, 19.39-20.27u.

Er was een tijd dat het café-chantant Les Olivettes in Luik beroemdheden, burgers en buitenlui tot zijn cliëntèle kon rekenen. Geregeld kwam de radio er uitzendingen maken en er was zelfs een eigen lied: Si vous voulez vous amuser/ c'est aux Olivettes qu'il faut aller... Nu zijn de meeste stamgasten oud en de foto's aan de muur vergeeld. De barkeeper, halverwege de veertig, is verreweg de jongste van allemaal. De vaste ploeg sterft langzaam uit. Maar wie er nog is, wil zingen. “Wij zijn geboren zangeressen”, zegt een van hen. “Wat we te zeggen hebben, zingen we.”

In de charmante, door de VPRO geadopteerde documentaire Les Olivettes van de jonge filmmakers Chris Relleke en Jascha de Wilde is hun kleine universum vastgelegd nu het nog kon. Lang niet zo desolaat als bijvoorbeeld de bekroonde Carver-voorstelling Café Lehmitz, maar gedompeld in de melancholie die aardige mensen met zich gaan meedragen als ze wat ouder worden. Allez bon, misschien was er eens een tijd dat ze droomden van een grootser en meeslepender leven, maar dromen komen nu eenmaal niet altijd uit - en wie in Les Olivettes af en toe de microfoon in zijn handen kan houden voor een aandachtig publiek van vrienden en bekenden, kan zich altijd nog drie minuten de bejubelde chansonnier wanen. Zie hoe de man die hier al sinds 1948 komt, tot een echte Montand uitgroeit bij een loflied op zijn wilde jaren: Quand j'avais trente ans...

De onbetwiste hoofdpersoon is hier de oude Simone, niet alleen gefilmd tijdens haar vaste aanwezigheid in Les Olivettes, maar ook tussen de bric à brac van haar kleine woninkje. Dáár, gebaart ze, zag je vroeger de arbeiders naar de mijnen gaan - en kijk nu eens, niets is er meer van over. Thuis draait ze haar oude, krakende platen, want wat moet een mens op haar leeftijd anders? Maar niet getreurd, ze slaat zich met haar potige armen wel door het leven heen en 's avonds om 10 over 6 gaat de bus die haar naar Les Olivettes brengt. Daar pakt ze de microfoon en zet in, met het timbre van de door haar zo bewonderde Piaf. In de laatste beelden van de film zingt ze Comme d'habitude, met een onvaste stem, maar met het aplomb van de routinier die de lange uithalen weet te brengen zoals het een waar artieste betaamt.

En beneden in de kelder zit Mariëtte aan haar tafeltje bij de toiletten. Ja, vroeger zong ze óók, maar sinds tijdens haar optreden een paar keer haar sigaretten van haar zitplaats zijn gejat, stelt ze zich - bij wijze van verzetje - tevreden met het schoonmaken van de wc's. Zo kan ze tenminste altijd nog horen wat er boven haar hoofd wordt gezongen.