You'll Never Believe It, A Compendium of ...

You'll Never Believe It, A Compendium of Curioddities From The Bizarre World of Ripley's Believe It or Not Archives door Mark Sloan, Roger Manley en Michelle Van Parys, redactie. 207 blz., Virgin Books 1993, fl.44,95.

Op 28 mei 1938 stond in een groot aantal Amerikaanse dagbladen een tekening van een op het eerste gezicht doodgewone vrouw. Haar naam was E.E. Smith, ze droeg een eenvoudige jurk en had een montuurloze bril op. Haar hoed met die speld en dat trosje bloemen zag er net zo gemiddeld uit. Toch haakte ze dit hoofddeksel met haren uit haar eigen kapsel, die ze acht jaar lang had opgespaard.

Mevrouw Smith ontkwam aan haar anonimiteit, toen ze een foto van zichzelf aan Robert Ripley (1893-1947) stuurde. In die tijd ontving hij meer dan een miljoen brieven per jaar. Ze waren bestemd voor zijn getekende rubriek Believe It or Not waarmee hij in 1918 was begonnen. Het zou een imperium worden dat het midden hield tussen het Guinness Book of Records en een freak show. Boeken, programma's voor radio en televisie en liefst negentien musea kregen dezelfde naam.

De eenarmige behanger, de man die met een hand twintig biljartballen kon vasthouden, de kabeljauw met een bril op, elk ongelooflijk feit werd door Ripley's onderzoeksbureau gecontroleerd. De foto's die model stonden voor zijn tekeningen gingen in het archief. Voor het boek You'll Never Believe It is daar nu een keuze uit gemaakt.

Ripley werd door zijn landgenoten hoogst ernstig genomen. In 1929 schreef hij dat Amerika geen volkslied had. Hij kreeg duizenden brieven met als resultaat dat The Star Spangled Banner officieel werd uitverkoren.

Het mooist is misschien dat Robert Ripley in mei 1935 door de heer Ab C. Defghi werd benaderd. Zo stond de briefschrijver dan ook in het telefoonboek van Villa Park, Illinois vermeld. K.S.