WORSTEBROOD

Kerst in Brabant. Dat is in mijn herinnering de nachtmis, de zwarte hemel en de vrieskoude lucht op weg naar huis en dampende worstebroodjes.

Voor 12 stuks

1 pak wit broodmix

25 gram boter

2 eetlepels olie

500 gram gehakt

1 1/2 ei

4 eetlepels paneermeel

zout, peper, nootmuskaat

bloem

Maak brooddeeg met boter, olie en 3 deciliter lauwwarm water volgens de aanwijzing op de verpakking. Ik voeg zelf extra olie toe omdat het deeg dan goed te bewerken is. Laat het deeg - afgedekt en op een warme plek - 15 minuten rijzen. Maak het gehakt aan met een ei, het paneermeel, zout, peper en nootmuskaat. Vorm van het gehakt 12 worstjes, ongeveer 50 gram zwaar en 9-10 centimeter lang. Rol de worstjes door bloem. Verdeel het deeg in twee porties. Rol elk portie uit tot een dunne lap van 30 bij 36 centimeter. Snijd uit elke lap zes plakjes van 10 bij 12 centimeter. Strijk water over de randen, en leg in het midden van elke deegplak een worstje. Vouw de zijkanten van het deeg over de worst en rol het deeg op. Leg de pakketjes met de naad naar beneden en op enige afstand van elkaar op een ingevette bakplaat. Laat de broodjes afgedekt een half uur narijzen. Verwarm intussen de oven voor op 200 graden celsius. Klop een half ei los. Strijk daarmee de broodjes dun in. Bak de broodjes in het midden van de oven in ongeveer 25 minuten lichtbruin en gaar. Neem de broodjes uit de oven. Strijk er water over, ditmaal om de korst te laten glanzen. Even laten uitdampen. Warm serveren.