Wil de echte Servaas opstaan?

L. Jongen en C. Schotel, bewerking: Servaaslegende 164 blz., geill., Historische Reeks Maastricht, fl.27,50

Maastricht is de stad van Sint Servaas, die er beschermheilige van is. Rond 13 mei als zijn feest wordt gevierd, is het kermis en wordt er processie gehouden. Veel Maastrichtenaren heten Servaas, plaatselijk ook wel Vaoske.

Servaas is begraven in de grafkelder van de naar hem genoemde kerk aan het Vrijthof. Daar staat de schrijn met zijn botten. In tijden van nood, zoals in 1991 aan de vooravond van de Golfoorlog, wordt deze schrijn in plechtige processie door de stad gevoerd in de hoop ellende te kunnen afwenden. Vandaar dat ook wel wordt gesproken van de noodkist. Rond leven en werken van Sint Servaas, die de eerste bisschop van Maastricht wordt genoemd, is een aanzienlijk aantal verhalen ontstaan en zijn vele boeken geschreven onder meer het omvangrijke werk Commentaren op Heinric van Veldekens Sint Servaaslegende van drs. J. Notermans dat meer dan 1300 bladzijden telt. Tussen 1170 en 1183 dicht de uit Veldeke afkomstige Heinric (later Hendrik) de Servaaslegende. Veldeke zou hebben gelegen ten noordwesten van het huidige Hasselt in Belgisch Limburg. Van Veldeke schrijft de legende in de volkstaal. Vermoedelijk deed hij dat in opdracht van gravin Agnes van Loon. Welke Latijnse tekst ten grondslag heeft gelegen aan Veldekes Servaaslegende is niet precies bekend. Dat zeggen L. Jongen en C. Schotel die de legende zo pas vertaalden in hedendaags Nederlands (proza) en die is verschenen in de Historische Reeks Maastricht. Jongen is docent middelnederlandse letterkunde aan de universiteit van Leiden en Schotel docent Nederlands in Rotterdam. Het is een indrukwekkend werkje geworden, dat mooi is uitgegeven en dat leest als een heldenepos in een glasheldere taal. Een fragment: 'Nadat de heilige man (Servaas) in dienst van God was getreden en door de patriarch tot priester was gewijd, nam zijn werk toe en groeide zijn rechtschapenheid voortdurend. Een van de gebruiken die de edele Sint Servaas (in wie God behagen schiep en schept) in ere hield, was dat hij at noch dronk wanneer hij de mis met eerbied celebreerde, zoals het hoort.'' Zelfs zou het zo zijn geweest dat Servaas als baby tijdens de heilige Vastentijd de borst van zijn moeder zou hebben geweigerd, maar dit even terzijde. 'Ongetwijfeld,'' aldus de auteurs, 'hebben een handschrift van de Vita Sancti Servatii en een kort voor 1170 vervaardigde bewerking van de Gesta sancti Servatii op Veldekes bureau gelegen''.

Onbekend

Tijdens de presentatie van het boek zei archivaris R. de la Haye van het rijksarchief in Maastricht dat vermoedelijk de Sint Servaas die nu in Maastricht wordt vereerd niet de juiste is. Het zou gaan om een man die, zoals in Maastricht tot nog toe is aangenomen, gestorven is in 384, maar volgens De la Haye was er in die tijd nog geen sprake van dat het christendom zich in deze contreien had gevestigd en zou die Servaas ten tijde van Van Veldeke volstrekt onbekend zijn geweest. Van Veldeke zou een tweede Sint Servaas tot onderwerp van zijn legende hebben gehad. Het zou gaan om een Servaas die in de vijfde eeuw bisschop van het Franse Metz was en die wordt beschreven in Historia Francorum van Gregorius van Tours die leefde in de tweede helft van de zesde eeuw. Auteur Jongen van de hedendaagse Servaaslegende houdt het zelfs voor mogelijk dat Van Veldeke een derde Sint Servaas voor ogen had toen hij zijn dichtwerk schreef.

De la Haye zegt dat de Sint Servaas die Van Veldeke ten tonele voert naar de maatstaven van heden historisch de minst verantwoorde is maar naar Middeleeuwse maatstaven de meest verantwoorde, want aldus De La Haye, de theologisch meest relevante van de drie Servatii is die van Hendrik van Veldeke omdat die Servaas degene is die Gods hand in het leven ervaart. 'En daar ging het de Middeleeuwer om, niet om de vraag of een schrijver zoals Veldeke ver afraakte van de werkelijkheid.'' Onderzoek naar de botten, zoals in Hoei (Belgie) met succes werd toegepast op de daar vereerde Valentinus, zou het raadsel kunnen oplossen, maar de kapittelheren van Sint Servaas willen daar niet aan omdat ze zulks als onwaardig beschouwen, ja zelfs is in Maastricht het woord heiligschennis te beluisteren. De legende van Sint Servaas van Van Veldeke is een hagiografie en bestaat uit twee boeken: de levensbeschrijving en de wonderen die er door zijn voorspraak na zijn overlijden gebeurden. Servaas, geboren in Armenie, zou via zijn moeder veraf familie en tijdgenoot zijn geweest van Jezus Christus. Dat zou betekenen dat de Servaas die in Maastricht wordt vereerd bijna 400 jaar oud moet zijn geworden en dat wordt zelfs voor een heilige als te gek beschouwd. Hij werd door de hemel geroepen naar Lotharingen te gaan om er in Tongeren bisschop te worden. In Tongeren evenwel zette de duivel de christenzielen tegen hem op waarna hij (de eerste) bisschop van Maastricht zou worden. Maar eerste maakte hij een bedevaart te voet naar Rome.

Op de heenweg kwam hij in Metz terecht. Daar las hij de mis. Tijdens de mis wierp de duivel van grote hoogte een balk naar hem. Die raakte de bisschop niet, maar de altaarsteen wel. De altaarsteen barstte. Servaas stak zijn vinger in de mond en met het speeksel wreef hij over de barst waardoor de altaarsteen weer een geheel werd. Op terugweg van Rome naar Tongeren kreeg hij in de Elzas vreselijke dorst. Met zijn staf maakte hij een kruis op de dorre aarde en zo ontstond er een bron, waaruit helder water spoot vermengd met komijn. De bron bleek geneeskrachtig, want mensen die er van dronken genazen van de vreselijkste kwalen. In Tongeren, waar men inmiddels spijt had gekregen, bad men hem op de blote knieen daar te blijven, maar Sint Servaas persisteerde en vertrok naar Maastricht. Daar overleed hij. In het tweede boek verhaalt Van Veldeke over de heiligverklaring en over de wonderen die door Sint Servaas' voorspraak na diens overlijden geschiedden. Zo geviel het dat de zondige broer van de vrome non Oda uit Nijvel dank zij Servaas' voorspraak uit het hellevuur werd verlost. 'De goede God en de voortreffelijke Sint Servaas,'' sprak daarop de vrome non, 'moeten geloofd en geprezen worden''. Van Veldeke zegt in zijn epiloog: 'Moge men dit en de prachige wonderen die God om zijnentwille op vele plaatsen liet geschieden, met veel genoegen beluisteren. Moge de goede Sint Servaas zijn (Van Veldeke's) ziel uit de klauwen van de boosaardige duivels houden, zodat ze hem niet kunnen kwellen. Moge de grote heer uit Maastricht zijn ziel geleiden naar het eeuwige licht en waarlijk vrij maken. In Gods naam moge dat zo zijn. Amen.''