Wenen toont barokke kunst uit begin achttiende eeuw; Tegen het kille protestantisme

Barock in Neapel. Kunst zur Zeit der Österreichischen Vizekönige, Kunsthistorischen Museums im Kunstforum der Bank Austria, Freyung 8, Wien 1. Tot 20/2/94. Van 25/3 tot 5/6 1994 zal dezelfde tentoonstelling te zien zijn in het Castel Sant' Elmo in Napels.

Aan het begin van de achttiende eeuw scheen de zon op Oostenrijk en zijn koninklijke familie: de Habsburgers. De pest was overwonnen, de Turken waren teruggeslagen, een deel van de Balkan was nu Oostenrijks, met opstandige Hongaren was vrede gesloten en uit de Spaanse boedel had Wenen na de Spaanse successieoorlog de zuidelijke Nederlanden, Milaan, het heel Zuid-Italië omvattende koninkrijk Napels en Sardinië weten te bemachtigen. Bij zijn kroning tot Rooms keizer had Karel VI het grootste territorium in zijn macht dat ooit een Oostenrijkse Habsburger had bezeten.

De verwerving van Napels, waar onderkoningen een kleine dertig jaar lang de honneurs voor de keizer waarnamen (in 1734 moest Karl VI wegens de uitkomst van de Poolse successie-oorlog Napels weer afgeven) zou vooral cultureel van groot belang blijken te zijn. Het immense rijk van de Habsburgers was in die tijd economisch een reus op lemen voeten, waarin de boeren lustig werden uitgebuit en de net opkomende industrie werd gefnuikt door interne tol- en douane-heffingen, maar waar architectuur en schilderkunst bloeiden.

Terwijl in de Hofburg de altijd sombere Karl VI, van wie nimmer een lachje werd geregistreerd, zich plaagde met zijn rigoureuze Spaanse hofritueel, werd Wenen overspoeld met exuberante, levenslustige, kleurrijke doeken, plafonds en wandschilderingen die óf afkomstig waren van de toen in heel Italië bewonderde Napolitaanse schilder Franceso Solimena en zijn school of van Oostenrijkse schilders die in Italië en dan vooral in Napels het vak hadden geleerd.

Wat deze vroeg achttiende-eeuwse connectie Wenen-Napels in de schilderkunst heeft opgeleverd is nu in Wenen te zien in het 'Kunstforum der Bank Austria'. De tentoonstelling is ingericht door het Kunsthistorische Museum, dat zelf geen ruimte heeft om een zo uitgebreide expositie - 105 schilderijen, ten dele zeer grote, vijftig tekeningen en etsen, twintig kunstnijverheidsstukken - te tonen.

In Napels had vooral in de tweede helft van de zeventiende eeuw de barok een hoge vlucht genomen. Hoewel zeker beïnvloed door Luca Giordano, na wiens dood hij in Madrid een opdracht voor een grote serie doeken afmaakte, had vooral genoemde Solimena er een eigenzinnige wending aan gegeven. Hij hield in zijn werken namelijk vast aan een klassicistische structuur en voegde daar aan Caravaggio ontleende elementen van het chiaro-scuro aan toe. En hij bekroonde deze uitgangspunten met hoogst bewegelijke, overdadige, contrastrijke, vaak aan de klassieke mythologie ontleende voorstellingen, waarin grotendeels blote lichamen, kleurige gewaden, dieren, engelen, luchten en gedeelten van bouwwerken zich verdrongen.

Solimena is op deze tentoonstelling met veertig werken vertegenwoordigd. Zijn persoonlijkheid domineert de zalen, zoals zij destijds de Napolitaanse kunstwereld beheerste. Het had toen tot gevolg dat de twee meest kunstlievende onder de Oostenrijkse onderkoningen - Veldmaarschalk Wirich graaf Daun en Aloys Thomas graaf Harrach - aan Solimena vele opdrachten verstrekten voor portretten en schilderingen in hun Weense huizen. In deze paleizen, die toevallig tegenover de expositieruimte van het Kunstforum zijn gelegen, is helaas weinig uit de Napolitaanse tijd bewaard gebleven. Het grootste aantal schilderijen van Solimena en zijn Italiaanse en Oostenrijkse leerlingen is te vinden in de collectie-Harrach op kasteel Rohrau, de belangrijkste particuliere kunstverzameling van Oostenrijk. Een groot aantal doeken op de expositie zijn uit deze collectie afkomstig.

Solimena hield van contrasten, maar zijn koloriet bleef donker. Hij was een 'tenebrist', hij produceerde geen lichte heldere doeken. Bij sommige van zijn leerlingen, zoals Giacomo del Pò, Domenico Antonio Vaccaro of Nicola Maria Rossi, de enige die Wenen zelf bezocht, lag dat anders. En zeker gold dit 'tenebrisme' niet voor de drie belangrijkste Oostenrijkse schilders die in Napels studeerden en daarna de barok in hun eigen land en in Zuid-Duitsland sterk beïnvloedden: Daniël Gran, Bartolomeo Altomonte (een Zuid-Tiroler) en Paul Troger. Vooral Gran, in Oostenrijk beroemd maar daarbuiten ten onrechte weinig bekend, bracht van zijn vier jaren in Napels, Rome en Venetië , waar hij met een lening van Fürst Adam Franz Schwarzenberg had kunnen studeren, een palet vol licht en kleur mee en een talent voor heldere ruimtelijke structuren. Ze maken zijn werken vaak overtuigender maken dan de overdramatische samenklonterende figuren van de leermeester, die op zijn mythologische of bijbelse doeken de toeschouwer zelden een moment rust gunt.

Jammergenoeg is een van Grans hoofdwerken - een plafond in het Palais Schwarzenberg, dat hij schilderde als terugbetaling voor zijn studielening - in een van de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog bij een bombardement vernietigd. Op de tentoonstelling hangt een olieverfschets, een 'bozzetto', van dit fresco voor de grote feestzaal van het paleis. Verder zijn er nog twee olieverfschetsen voor andere fresco's van Daniël Gran te zien plus een aan hem toegeschreven kopie van een werk van Solimena.

De uitbundige overdadige kleurrijke barokke schilderkunst uit de jaren dat Wenen en Napels met elkaar verbonden waren was niet zomaar een explosie van hartelijke levenslust. Zij werd door de Jezuïeten bewust ingezet als een wapen in de strijd tegen de protestanten om de zielen der gelovigen. Met aardse pronk en praal, met hemelse blauwe en gouden vergezichten, met klassieke en dus heidense levenslust en sensualiteit werd de gelovige van het kille protestantisme weggelokt. En tegelijkertijd demonstreerde de barokke schilderkunst de superioriteit, de politieke macht en zelfverzekerdheid van het grootste Habsburgrijk uit de geschiedenis. Zij verleidde niet alleen, zij intimideerde ook.

Wie goed kijkt krijgt dit allemaal te zien op de tentoonstelling Barock in Neapel in het Kunstforum. Een meer dan schitterende catalogus, volgeschreven door alle Italiaanse en Oostenrijkse kenners van de bewuste periode, begeleidt de expositie, zeker het belangwekkendste aanbod van het Weense tentoonstellingsseizoen deze winter.