Waterschap zegt op verantwoordelijkheid te zullen wijzen; Overstroming zal discussie dijkverwaring beïnvloeden

ARNHEM, 24 DEC. Voorzitter Boertien van de gelijknamige commissie die nog geen jaar geleden rapporteerde van dijkverbeteringen langs de grote rivieren, volgt dezer dagen naar eigen zeggen 'met bijzondere belangstelling' de berichtgeving over de overstroming van de Maas. “De Maas viel weliswaar buiten onze opdracht”, zegt Boertien, “maar deze kwestie zal ongetwijfeld de publieke opinie beïnvloeden. Wij zeiden in de commissie al tegen elkaar: ons probleem is dat er de afgelopen jaren niets ernstigs is gebeurd. Dat maakt toch dat men zich misschien veiliger voelt dan reëel is.”

Gaat de overstroming van de Maas alsnog de discussies over dijkverzwaring in Nederland beïnvloeden? Boertien denkt het, de landschapsbeschermers vrezen het en de waterschappen belóven alleen dat ze het vuurtje niet zullen aanwakkeren. “We gaan er geen misbruik van maken”, zegt directeur mr. C. Smit van de Unie van Waterschappen. “Maar als volgende week of volgend jaar de Rijn ook buiten zijn oevers treedt, dan zullen we er toch wel op wijzen waar de verantwoordelijkheid ligt.”

De discussies over dijkverzwaring in Nederland zouden eigenlijk al afgelopen moeten zijn. Boertiens commissie, samengesteld om tegemoet te komen aan de brede publieke verontwaardiging over rigide dijkverzwaringsprojekten, heeft aanbevelingen gedaan, die het parlement grotendeels heeft overgenomen. Dijken hoeven minder breed en hoog te worden en voorafgaand aan verbetering moet een milieu-effect rapportage (MER) gemaakt worden.

A. Reitsma van de Bond Heemschut, een van de tegenstanders van het vroegere beleid, vreest dat de waterschappen zullen pogen alsnog onder de verplichting tot het houden van een MER uit te komen. “Ze gaan de overstromingen ongetwijfeld gebruiken om aan te dringen op meer haast”, zegt Reitsma. Bij huidige dijkverbeteringsprojekten blijkt volgens Reitsma dat de schappen grote moeite hebben met de MER's. Ze beweren dat die veel te veel tijd kosten. “Terwijl dat helemaal niet waar is. Ze hebben alleen niet door hoe ze zo'n MER moeten aanpakken. Ze zouden direct aan het begin van de procedure moeten investeren in maximale openheid. Door dat niet te doen, wekken ze juist weerstand bij de bevolking en verliezen ze door eigen toedoen veel kostbare tijd.”

De waterschappen willen van dergelijke verwijten aan hun adres eigenlijk niet weten. Maar ze dringen bij monde van directeur Smit van de Unie van Waterschappen inderdaad wel aan op 'haast'. Volgens Smit is er maar een oorzaak voor het feit dat er in Nederland nog steeds meer dan 600 van de 3000 kilometer rivierdijk verhoogd moet worden en dat daarvan zeker 60 kilometer 'echt veel te laag' is: de stroperige besluitvorming in Nederland. Smit denkt dat de problemen rond Dordrecht, de Biesbosch en de bovenloop van de Maas mogelijk al verholpen hadden kunnen zijn. “Maar al dat overleg dat al tientallen jaren plaats vindt, al die discussies, dat leidt nu eenmaal tot vertraging in de uitvoering.”

Weliswaar heeft de Kamer nu besloten over Boertiens aanbevelingen, stelt Smit, maar de Wet op de Waterkering, die de financiering van de uitvoering precies moet regelen, ligt al jaren bij diezelfde Kamer op behandeling te wachten. Het is nog steeds niet duidelijk hoeveel geld er beschikbaar komt en hoe de verdeling van de kosten over waterschappen en provincies gaat verlopen. Dat is “absoluut onverantwoord”, vindt hij.

Over de oplossing van de problemen van de Maas in Limburg kunnen ook de waterschappen overigens slechts filosoferen, geeft hij toe. “Wat daar gebeurt kun je met dijken nooit opvangen. Er zijn maatregelen nodig in de bovenloop, in België dus. Maar of de Belgen de enorme bergingsbassins kunnen aanleggen die nodig zijn, is natuurlijk zeer twijfelachtig.”

Ook Boertien ziet voor Limburg geen oplossing binnen handbereik. Voor Boertien zijn de huidige overstromingen bewijs voor het gelijk van zijn commissie om niet te tornen aan de hoogte-normen voor riverdijken (die ervan uitgaan dat een overstroming slechts eens in de 1250 jaar mogelijk is). Reitsma is wat dat betreft een stuk sceptischer.

“Wat nu gebeurt kan ook na dijkverbetering optreden. Wij zullen niet verbaasd opkijken als straks zelfs verhoogde dijken doorbreken. Bij alle verbeteringen vergeet men steeds te kijken naar de kwaliteit van de ondergrond. In het land van Maas en Waal bestaat die voornamelijk uit zand. Het water komt daar gewoon onder de dijk door. Dan helpt dijkverhoging niks, dan moet je diepe schermen plaatsen. Maar da's een heel dure grap.”

Commissaris van de koningin in Gelderland J. Terlouw heeft geen idee of de hoge waterstanden invloed kunnen hebben op discussies over de manier waarop rivierdijken worden verzwaard. “Het kan twee kanten op gaan. Mensen kunnen concluderen : we zijn goed tegen hoog water beveiligd. Maar het hoge water kan ook angst aanjagen.”

Gistermorgen heeft een vertegenwoordiger van de provincie Gelderland overlegd met burgemeesters, waterschappen en rijkswaterstaat. Daarbij is afgesproken dat iedereen tijdens de Kerstdagen bereikbaar blijft. “Maar rijkswaterstaat heeft gezegd dat het water royaal binnen de gevarengrens zal blijven. Er kan natuurlijk een incident gebeuren, zoals een keer eerder toen een sluisdeur brak. Maar het ziet er naar uit dat alles goed onder controle is”, aldus Terlouw.