Waldheim

Bij de bespreking van het boek 'Betrayal. The untold story of the Kurt Waldheim Investigation and cover up', van Eli M. Rosenbaum door A.S. Spoor (boekenbijlage 18 december), wil ik enkele opmerkingen maken.

Spoor vermeldt dat Kurt Waldheim zelf het idee opperde een internationale commissie van onafhankelijke historici samen te stellen om zijn verleden te laten onderzoeken. Dit is onjuist. Het was Simon Wiesenthal die op de instelling van zo'n commissie heeft aangedrongen. De Oostenrijkse regering heeft dit voorstel van Simon Wiesenthal aanvaard en de commissie gefinancierd. Het heeft een half jaar geduurd voordat Waldheim daarmee heeft ingestemd.

Het onderzoek heeft niets opgeleverd dat niet reeds eerder door Simon Wiesenthal was onthuld. Kurt Waldheim heeft zijn oorlogsverleden altijd verzwegen en erover gelogen. Hij was inlichtingenofficier en op de hoogte van alle gruwelijkheden die zich in Joegoslavie hebben afgespeeld. Hij moet ook op de hoogte zijn geweest van de deportatie van joden. Maar er waren geen bewijzen gevonden op grond waarvan Waldheim kan worden beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid.

Deze internationale commissie heeft dus alle feiten die Wiesenthal eerder bekend heeft gemaakt, bevestigd. In de zaak Waldheim heeft Wiesenthal steeds de methode gehanteerd die hij altijd heeft gevolgd in dergelijke gevallen; beschuldigingen moeten door onweerlegbare harde bewijzen waar gemaakt kunnen worden.

Deze methode wordt door Eli Rosenbaum en het World Jewish Congress 'Het frustreren van het onderzoek naar Waldheims oorlogsverleden'' genoemd.

De frustratie van Eli Rosenbaum en het World Jewish Congress is dat niet bewezen kan worden dat Waldheim een oorlogsmisdadiger is. Het World Jewish Congress en Eli Rosenbaum hebben nog nooit iets gepresteerd op het gebied van opsporing van oorlogsmisdadigers en dachten met de zaak Waldheim succes te behalen. Zij zijn van mening dat door het optreden van Simon Wiesenthal dit is mislukt. Maar zij zijn er ook niet in geslaagd de harde bewijzen van oorlogsmisdaden van Waldheim te vinden. Ook niet nu Eli Rosenbaum onderdirecteur is van het Amerikaanse ministerie van justitie dat zich bezighoudt met het opsporen van nazimisdadigers.

Het World Jewish Congress heeft destijds een campagne tegen Oostenrijk en Waldheim gevoerd die de joodse gemeenschap in Oostenrijk in een gevaarlijke situatie heeft gebracht. De campagne werd gevoerd zonder overleg met de Oostenrijkse gemeenschap noch met Simon Wiesenthal. Een groter bewijs van politiek onvermogen had het World Jewish Congress niet kunnen leveren.

Het laatste hoofdstuk van het boek is een rechtstreekse aanval op Wiesenthal. Wiesenthal heeft geprobeerd het 'Waldheim onderzoek' in diskrediet te brengen, aldus Eli Rosenbaum. Volgens Spoor is dat de minst overtuigende passage. Het zou logischer zijn geweest als Spoor op alle verdachtmakingen en insinuaties jegens Wiesenthal was ingegaan. Eli Rosenbaum is niet in staat om ook maar een enkel hard bewijs te leveren dat Wiesenthal het Waldheim-onderzoek de kop heeft ingedrukt. Het hoofdstuk over Wiesenthal moet daarom als laster worden beschouwd.