Verantwoordelijkheid

Vorige week schreef J.J. Peereboom op deze pagina een treffend stukje - zo heet dat - over het vliegverkeer boven Amsterdam. Het is inderdaad een machtig gezicht om de vliegtuigen zo laag over de stad te zien scheren! Zelfs in de oude grachtengordel kun je tegenwoordig de vliegtuigen zien. En horen. Als ik omhoog kijk en luister naar de motoren, dan voel ik mij een waarlijk levend mens die op het kruispunt staat van verschillende tijden en culturen.

Ik geniet van dat woeste, barbaarse gebrul middenin de stad, maar ik wil graag toegeven dat de mens zich niet alleen mag laten leiden door overwegingen van zuiver esthetische aard. Daarom zou ik vandaag liever een ethische vraag willen behandelen. Wie is verantwoordelijk, als weer zo'n ding naar beneden valt? Want laten we eerlijk zijn: dat er met 430.000 'vliegbewegingen' per jaar iets mis zal gaan, is zeer aannemelijk.

De eerste verantwoordelijke is natuurlijk de ontwerper van het vliegtuig. Daar is geen verhaal te halen. Het vliegtuig is 25 jaar geleden ontworpen, vrijwel zeker niet door één, maar door een groep ontwerpers. Een aantal van hen is inmiddels overleden. Dan is er de vliegtuigbouwer. De vliegtuigbouwer zit in een ander land, een omstandigheid waarvan zijn advocaten dankbaar gebruik maken. De vliegtuigbouwer voelt zich alleen verantwoordelijk voor het gedeelte van de schade dat verzekerd is.

Daarentegen voelt de vliegtuiginspectie zich alleen verantwoordelijk voor de jaarlijkse inspectie van de schroeven en bouten. Helaas is in de ravage na het ongeluk nauwelijks meer na te gaan of de inspectie wel op de juiste manier is geschied. Bovendien houdt de verkeersleiding staande dat haar niets te verwijten valt, en dat de piloot en de bemanning van het toestel mogelijk fouten hebben gemaakt. De piloot en de bemanning zijn dood.

Vervolgens wijst de vinger naar de statistici die een risico-analyse hebben opgesteld. Risico-analyse is een pseudo-wetenschap, dat weet iedereen. Je kunt wel uitrekenen dat de kans op een ongeluk kleiner is dan één op de 600 miljard, maar op een roulette met 600 miljard nummers kan het balletje evengoed de eerste keer op nul komen. Daarom zeggen de statistici dat zij alleen hypothesen hebben nagetrokken, zodat zij in feite niets verkeerds hebben gedaan. Zij hebben slechts gehandeld in opdracht van allerlei onderzoekbureaus, die weer op hun beurt gehandeld hebben in opdracht van de luchthavens, die weer op hun beurt gehandeld hebben in opdracht van de betrokken gemeenten.

Wij komen nu bij de gemeenteraad. De gemeenteraad is diep geschokt door het ongeluk. In het debat in de gemeenteraad geven de gemeenteraadsleden evenwel te kennen dat zij al in een eerder stadium “signalen hebben laten uitgaan” dat het zo niet verder kon. Tevens wordt betwijfeld of men volledig geïnformeerd was.

Ook de burgemeester van de stad toont zich diep geschokt. Op een persconferentie kan hij nauwelijks uit zijn woorden komen. Als eerste burger van de stad voelt hij bijna lijfelijk het verdriet van de nabestaanden, maar, zo voegt hij er onmiddellijk aan toe, verschillende malen heeft hij op extra veiligheidsmaatregelen aangedrongen. Zonder resultaat helaas, want de regering is doof gebleven voor al zijn waarschuwingen.

Wij komen nu bij de regering. Ook de minister van verkeer en waterstaat spreekt gevoelige woorden van medeleven. Samen met de koningin bezoekt zij het rampgebied. Niettemin ziet de minister zich gedwongen erop te wijzen dat het besluit over de uitbreiding van Schiphol is gesteund door de voltallige ministerraad.

Op de radio klinkt rouwmuziek. De Tweede Kamer is inmiddels voor een spoeddebat bijeengeroepen. Dan treedt de minister-president naar voren. Hij is gekleed in stemmig zwart, zijn gedachten gaan uit naar de slachtoffers. Echter, ondanks alles, voelt hij zich verplicht erop te wijzen dat het beleid van de regering is gesteund door de Tweede Kamer. De Tweede Kamer vertolkt de wil van het volk, zo werkt het in een democratie. Als wij verantwoordelijk zijn, zegt de minister-president, dan zijn wij dat met zijn allen.

Daarom ben ik wel eens bang als er weer een vliegtuig laag over de stad scheert. Ik ben bang voor die arm op mijn schouder en de stem, die zegt: “Wij zijn allen schuldig. Ook u. U staat onder arrest!”