Van de ene hel naar de andere; De altijd durende dronkenschap van Malcolm Lowry

Als de Britse schrijver Malcolm Lowry een fles zag staan, dan hoorde hij die gebiedend fluisteren: 'Drink me!' Meestal gaf hij aan die oproep gehoor. Zijn leven, zo blijkt ook uit een onlangs verschenen biografie, is een aaneenschakeling van roesen en rampen, van verschrikkingen en mislukkingen - ook al schreef hij het meesterwerk 'Under the Vulcano'.

Gordon Bowker: Pursued by Furies. A Life of Malcolm Lowry. Uitg. Harper Collins, 672 blz. Prijs ƒ 83,75.

Hij was gewaarschuwd, de Britse schrijver Malcolm Lowry: al woont een schrijver in cafés en kroegen en bedraagt het dagelijks rantsoen tenminste een fles tequila of jonge Bols, zelfs in de meeste gevallen het meervoud daarvan, hij kiest geen dronkaard tot hoofdpersoon. Om de eenvoudige reden dat negentig procent van de mensheid geen alcoholist is, dus waar haal je je lezers vandaan? Nee, Malcolm Lowry moest zijn inspiratie niet langer in de cafés zoeken, die roezige ruimtes van de vergetelheid en de ondergang. Wilde hij in de literatuur ernstig worden genomen, dan deed hij er goed aan met heldere klare kop de belevenissen van nuchtere mensen weer te geven.

Gelukkig heeft Lowry zich niet gehouden aan dit ongetwijfeld welgemeende, maar prozaïsche advies van een van zijn beste vrienden, een advocaat. To drink or not to drink, that's the question, was Lowry's lijfspreuk, en met deze persoonlijke wending die hij aan het mythische to be or not to be gaf, is heel zijn door alcohol voortgejaagde, getekende, gelouterde, verrijkte en uiteindelijk door diezelfde alcohol vernietigde bestaan gekenschetst.

De goede raad van deze advocaat kreeg Malcolm Lowry in 1938. Twee jaar eerder was hij begonnen aan de eerste versie van zijn meesterwerk Under the Volcano, in '38 werkte hij aan de tweede versie, het volgende jaar aan de derde om het boek pas na de vierde versie in te leveren. Het verscheen in april '46, een kleine vijfhonderd bladzijden proza waarin de lezer de lotgevallen volgt van een gewezen consul en zijn ex-vrouw Yvonne op hun visionaire tocht door de hemel en de hel van de dronkenschap. Het is een reis naar de dood. De zeeën van alcohol verpletteren de consul, the great genial drunk to end all drunks. Aan het eind van de roman, vlak nadat de hoofdpersoon in de diepte is getuimeld, staat het meest ontnuchterende zinnetje uit de literatuur dat ik ken: “Iemand gooide hem een dode hond na in het ravijn.”

Elf jaar na verschijning van Onder de vulkaan stierf Lowry in zijn geboorteland Engeland onder omstandigheden, die nog steeds duister zijn. In een vlaag van razernij bedreigde hij zijn tweede vrouw met de hals van een aan gruzelementen gegooide fles gin. Zij vluchtte het huis uit. Pas de volgende ochtend keerde ze terug, en trof Lowry dood aan. Alle geheime, in hoekjes verborgen flessen waren leeggedronken. Een buisje met vijftig slaaptabletten was uit haar nachtkastje verdwenen. Het werd leeg teruggevonden.

In Onder de vulkaan gaat geen bladzijde voorbij zonder dat drank en dood een verbond met elkaar sluiten; de verfilming van de roman door John Huston gaf in elke scène een symbool van de dood te zien. Terecht, het is een boek over de dood, dat zich afspeelt in Mexico op Allerzielen, 2 november 1939, de Dag der Doden. Ook de liefde was voor Lowry verbonden met de dood; seks met een vrouw noemde hij 'the little death'.

Alcohol legde een waas om hem heen waarachter hij zich verschanste, het was een maskerade. Eén van zijn mooiste uitspraken vind ik de volgende: “Waarom trillen mijn handen niet als er niemand is?” Hoewel Lowry's drankzucht mythisch is, dronk hij zelden als hij alleen was. Dan schreef hij. Pas in gezelschap van mannen aan de bar, net als hij aangespoeld wrakhout in een naamloos café, voelde hij zich gelukkig en om zich nog euforischer te voelen, dronk hij. Hij vluchtte in de fles om de werkelijkheid onder ogen te durven zien, tegelijkertijd beseffend dat de drank de angsten waaraan hij zijn hele leven leed, zou aanwakkeren, en dan restte hem maar één methode om die opkomende angsten te bezweren: een nieuw glas, een nieuwe fles. Aan dit patroon kon hij op den duur niet ontsnappen.

Terreur

Evenals de consul in de roman wilde Lowry bevrijd worden van wat hij omschreef als de 'dreadful tyranny of self'. In die terreur ligt misschien de sleutel gevat van Lowry's mateloosheid. Hij wilde verlost worden van zichzelf. Maar iedereen die drinkt, weet dat de volgende dag aanbreekt met een desillusie, dieper en grimmiger dan ooit de alcoholische roes gelukzalig was. Zo gaat de drinker van de ene hel naar de andere, met daartussenin een kortstondige hevige staat van verlichting.

Maar waaróm dan dat noodlottige drinken? Kort geleden verscheen een nieuwe, vuistdikke biografie over Lowry, getiteld Pursued by Furies. Twintig jaar terug was al de op freudiaanse leest gestoelde biografie van Douglas Day verschenen. Volgens de laatste bleef Lowry, zoals veel schrijvers, steken in het orale stadium, wat zich zou uiten in drinken, roken, kortom genadeloos innemen met de mond. Gordon Bowker van Pursued by Furies zoekt zijn heil ook in Lowry's kindertijd en vooral in zijn seksuele onzekerheden en angsten, die werden versterkt door de paniek voor geslachtsziekte. Zijn moeder negeerde de kleine Malcolm, hij werd opgevoed door kwaadaardige tantes. Een vier jaren durende oogziekte deed hem een tijdlang in het schemerduister leven. Zijn tweede vrouw, Margerie, had hem nooit verteld dat ze onvruchtbaar was. In zijn door alcohol aangevuurde woedeuitbarstingen keerde hun kinderloosheid telkens terug, waarover Lowry zich schuldig voelde. Het vreemde is dat voor het tegenovergestelde hetzelfde zou gelden: stel dat Lowry een kind had gehad, dan had hij zich ongetwijfeld schuldig gevoeld over zijn drankmisbruik. Was er wel voldoende geld in huis? Bracht hij zijn geld niet naar het café, had hij niet eens zijn kleren verkocht om er drank voor te kopen? Het is nauwelijks voorstelbaar dat het vaderschap een man als Lowry in evenwicht zou brengen.

Lowry dacht met schrijven en drinken de demonen te beheersen, maar ze begonnen, terwijl hij dronk en schreef, hèm te beheersen. Alleen een schrijver als Lowry kon het overkomen tegenover een olieraffinaderij van Shell te wonen, waarvan de 'S' was weggevallen, zodat hij telkens las: hell. Zijn zelfgebouwde huis aan een verlaten meer brandde eens af. Hij leek een abonnement te hebben op hotelkamers met het ongeluksgetal dertien. Vertrok hij met het vliegtuig op een van zijn vele omzwervingen, dan opvallend vaak op vrijdag de dertiende. Toeval? Beschikking door een hogere macht die Koning Alcohol heet en die Lowry stevig in zijn greep had?

Nachtzijde

Als Malcolm Lowry een fles zag staan, dan hoorde hij die gebiedend fluisteren: 'Drink me!' Hij heeft zich nooit van zijn verslaving willen laten genezen, ervan overtuigd dat een lichte staat van beneveling hem hielp bij het schrijven en dat hij dank zij de roes gebieden van de geest aanschouwde, die niet eerder iemand had gezien - laat staan op schrift gesteld. Op onheilspellende wijze werd Lowry gefascineerd door de nachtzijde van het bestaan. Daarheen maakte hij telkens zijn reis. Naast de dood is de reis, de zoektocht, het sleutelwoord tot zijn werk. Niet voor niets heette het alomvattende boek waaraan hij zijn leven lang werkte, en waarvan Onder de vulkaan, zijn gedichten en ander proza slechts onderdelen zijn, The Voyage that Never Ends.

Zijn biografen hebben meeslepend werk afgeleverd over een onderwerp dat zich niet of nauwelijks laat verklaren: de mens die met het glas in de hand een langzame, doelbewuste zelfmoord pleegt. 'Houd op met drinken!' zou je Lowry na vierhonderd pagina's levensbeschrijving willen toeroepen. En dan gaat het nog driehonderd bladzijden verder. Pas op het allerlaatst van Pursued by Furies vindt de dorstig en ook door zoveel alcoholisch geweld beduusd geworden lezer troost bij Lowry's eigen woorden uit 1947: “Kijk... Ik heb eigenhandig mijn leven-in-de-dood veranderd in leven... nog geen uur, geen moment van mijn dronkenschap, mijn onophoudelijke dood, was het niet waard: er is niet de droesem van zelfs de ergste van deze uren, niet een druppel mescaline die ik niet heb omgetoverd in puur goud, er is geen glas dat ik niet heb laten zingen.”