Urquhart

H.A. van Wijnens beschouwing in uw editie van 13 november gaf een opening naar een factor in de Slag om Arnhem die veelal niet aangeroerd wordt, namelijk gebreken in de leiding ter plaatse. Een brief van Schoenmaker (editie 18-12) buigt dat nu weer terug naar de gebruikelijke discussie over schuld van Eisenhower/Montgomery. Ik zou graag zien dat historici wel mede aandacht besteden aan de lijn die Van Wijnen, aansluitend bij Baynes, opende.

Hetgeen Van Wijnen stelde kan daarbij aangescherpt worden. Hij noemt het zich schuil houden van Urquhart in een huisje aan de Zwarte Weg. Daarbij is aan de orde:

_dit huisje ligt op niet meer dan een paar honderd meter van de plaats (achter het Rijnpaviljoen) waar een grote groep Engelsen op zijn orders lag te wachten en geen initiatief nam. Het was naar mijn oordeel toen wel degelijk mogelijk geweest om nog aansluiting te maken met de groepen bij de Oude Haven. Langs de wal van de Rijn was beschutting in het schootsveld. Ik was daarbij als gids. Na uren niets doen volgde 'go home boy, have a hot bath and some tea';

_elk onderdeel was uitgebreid voorzien van walkie-talkies. In zijn groepje _ of was hij alleen? _ had kennelijk niemand zo'n ding. Daarbij komt dat de burger-telefoonverbinding niet verbroken was. Het commando wees het gebruik daarvan af; Een afschuwelijk aspect van falen van de plaatselijke leiding staat in mijn herinnering geprent in de situering van de doden op Onderlangs. Op deze kwetsbare plaats _ in dat schootsveld _ is men kennelijk met velen georganiseerd thee gaan drinken.

Mij dunkt dat het tijd is dat de deernis die wij hebben met de velen die zijn omgekomen, niet in de weg mag staan dat wij onze kinderen een beeld van oorlog, ook van die van september '44, nalaten zoals die is: grotendeels een klungelig gedoe.