Turkse premier pakt de fiscale chaos aan

ANKARA, 24 DEC. Tussen de 35 en 60 procent van de Turkse economie speelt zich in het donker af. Valse rekeningen, niet gedocumenteerde verkopen, pseudo-firma's die een deel van de winst onzichtbaar maken en praktijken als gefingeerde importen op het gebied van toerisme, onderwijs en gezondheidsprodukten maken dat de Turkse staat dit jaar 110 triljoen lira (8,1 miljard dollar) aan belastinginkomsten is misgelopen.

De 260 triljoen lira (19,3 miljard dollar) die wel zijn opgehaald, zijn goed voor 57 procent van de overheidsuitgaven. Een percentage dat alarmerend afsteekt bij dat in de geïndustrialiseerde landen: tussen de 75 en 80 procent. Bovendien ligt de gemiddelde belastingdruk in de andere OESO-landen een stuk hoger: 29 procent tegen 13 procent in Turkije. Dat lage percentage wordt veroorzaakt door de niet-geïnde belastingen. Zou alle belasting waarop de staat recht heeft worden geïnd, dan komt Turkije uit op een belastingdruk van tussen de 20 en 25 procent.

De Turken staan dan ook bekend als gewiekste belastingontduikers. Een situatie die mede in de hand wordt gewerkt door de wijdverbreide corruptie in het ambtenarenkorps, die ook de controle op de belastingheffing ernstig verzwakt. Bovendien zit de bestaande belastingwetgeving 'oneerlijk' in elkaar. Het systeem legt een onevenredige druk op de mensen in loondienst, die 45 procent van de totale belastingsom voor hun rekening nemen, terwijl ze maar 15 procent van de economie uitmaken. Hun belastingaandeel is driemaal zo hoog als dat van de werknemers met de vaste inkomens in de Europese landen.

Al jaren wordt in Turkije dan ook gediscussieerd over de noodzaak om zowel de belastingopbrengst te verbeteren als de belastingwetgeving te hervormen. Onder druk van het groeiende begrotingstekort lijkt premier Tansu Çiller deze twee vliegen nu in één keer te willen vangen: ze legde de natie in een televisietoespraak eerder deze maand uit dat belastingbetalen een nationale plicht is die er heel wat aangenamer op wordt na de invoering van haar nieuwe systeem. En om de controle te verscherpen, krijgen alle belastingplichtige Turken binnenkort een fiscaal nummer, “wat het ministerie van financiën in staat stelt”, aldus Çiller, “om elke individuele burger efficiënter in de gaten te houden.”

Financiële experts en ondernemersorganisaties zijn gematigd optimistisch, al wordt nog steeds getwijfeld aan de controle op de uitvoering van het belastingplan, terwijl de Turkse pers en de vakbonden de belastinghervormingen weghonen. “Çiller is op weg zowel de rijken als de armen zoveel mogelijk belasting op te leggen”, luidde één van de koppen in de kranten, terwijl de vakbondsfederatie Türk-Is van 'zeepbellen' sprak. Het algemene idee is dat de voorstellen eerder zijn bedoeld om het begrotingstekort te dichten, dan dat het bestaande belastingsysteem daadwerkelijk hervormt. Volgens Zülfikar Dogan van de liberale krant Milliyet gaat het maar “om zes procent hervormingen”. “Statistisch gezien”, schreef hij, “zijn slechts 74 van de in totaal 1.165 artikelen in de verschillende belastingwetten en regulaties geamendeerd.”

Veysi Sevig, adviseur van Çiller voor belastingzaken, zegt dat er maar één keus mogelijk is: “Dit land haalt de belastingen op of het gaat failliet.” Het begrotingstekort voor dit jaar wordt op 120 triljoen lira (9 miljard dollar) geraamd, terwijl de verwachtingen voor 1994 op 192 triljoen lira (14 miljard dollar) liggen. “Als de belastingopbrengsten niet worden verhoogd dan zal dit begrotingstekort alleen nog maar verder groeien.”

Volgens premier Çiller is het mogelijk om op basis van de nieuwe belastingvoorstellen in 1995 125 triljoen lira (8,9 miljard dollar) extra te vangen. De minister van financiën, Ismet Atilla, waarschuwde op zijn beurt dat als de belastinghervormingen niet met spoed worden doorgevoerd hyperinflatie het gevolg zal zijn. “Bovendien”, aldus Atilla, “heeft Turkije de aanvullende belastinginkomsten nodig ter compensatie van de douane-unie tussen Turkije en de EG, die op 1 januari 1995 haar beslag krijgt”.

Op grond van de voorstellen, die premier Çiller nog voor 1 januari door het parlement hoopt te loodsen, wordt de belasting op de minimuminkomens van 19 tot 16 procent verlaagd, wordt het tarief voor de jaarinkomens boven de 2,4 miljard lira (177.000 dollar) van 50 tot 55 procent verhoogd, terwijl de vennootschapsbelasting van 49,22 naar een percentage van tussen de 20 en 25 wordt teruggebracht. “Negentig procent van de economie bestaat uit vennootschappen, terwijl de vennootschapsbelasting maar zes tot zeven procent van de opbrengsten bedraagt”, zegt Sevig. “Ze betalen simpelweg niet.”

Bovendien zullen er wetswijzigingen worden doorgevoerd om “zowel belastingontduikers als degenen die hun belastingaanslag niet betalen publiekelijk aan de schandpaal te nagelen”, liet Çiller weten. Een jaar geleden ontstond in Turkije een verhit debat over een lijst van industriëlen die hun belasting niet betaalden. Maar ondanks publieke druk weigerden de fiscale autoriteiten uiteindelijk - zich beroepend op de Turkse grondwet die dit verbiedt - de namen bekend te maken.

Nieuw is ook de invoering van een extra belasting op luxe goederen, mede om de Turkse industrie te beschermen tegen de import van lage-kwaliteits-goederen uit de Aziatische landen en goedkope Europese auto's. Maar volgens de Turkse pers heeft premier Çiller dit voorstel gezien de tijdsdruk voorlopig in de ijskast gezet. Haar prioriteit ligt bij het “hervormen van de bestaande belastingwetgeving”.