Qua kwaliteit

HEEFT U AL ENIG idee hoe de kwaliteit van uw Kerstmis 1993 zal uitvallen? Laten we aannemen dat u het thuis viert - onderzoeken hebben de afgelopen week uitgewezen dat dit bij de meesten van u het geval is - dan zal de kwaliteit van sommige hardware-onderdelen al vast staan, zoals van de boom, de kerststol, de smoking of de robe die u draagt bij het diner.

Maar de minder direct consumptieve factoren die de kwaliteit van uw kerstviering ook bepalen, zoals uw gezondheid, het weer, het gedrag van de kinderen, de humeuren van uw gasten, laten zich moeilijk van tevoren in een kwaliteitsplan vastleggen. Dat zou weleens kunnen veranderen, als er serieus werk wordt gemaakt van het kwaliteitsbeginsel in verband met de kerstviering. Het humeur van uw gasten kan er in de toekomst misschien nog net aan ontsnappen, maar de kwaliteit van uw gezondheid en van het gedrag van uw kinderen waarschijnlijk niet meer.

NOG NOOIT is onze maatschappij zo doordrongen geweest van het begrip kwaliteit. Of 'doorgonsd' is misschien beter gezegd, want het woord kwaliteit wordt door ons vooral gelezen en gehoord. Tot gekwordens toe. De kwaliteit van ons parlement is ver beneden niveau. Op de Nederlandse televisie is kwaliteit met een lantaarntje te zoeken. De vijfde baan op Schiphol mag de kwaliteit van onze nationale luchthaven opschroeven tot in de hoogste regionen der main ports, op de kwaliteit van het milieu doet de nieuwe baan een ernstige aanslag. Mag in de toekomst het woord kwaliteit nog in verband worden gebracht met de gezondheidszorg? De kwaliteit van het openbaar vervoer, vooral van de spoorwegen, laat zeer te wensen over en dan wordt niet bedoeld dat er weleens een locomotief kapot is, of een rail is gescheurd. Geen trein rijdt meer op tijd en als hij op tijd rijdt, moet je staan, zelfs in de peperdure eerste klas. Over de kwaliteit van ons onderwijs is het laatste woord nog niet gezegd. Reclameboodschappen hebben dermate aan kwaliteit ingeboet dat zij hun wervingskracht voor de consument aan het verliezen zijn. De kwaliteit van ons loongebouw loopt ernstig gevaar. De ouderenverpleging sukkelt erbarmelijk in kwaliteit achteruit. En het wordt hoog tijd dat we ons gaan bekommeren om de kwaliteit van de laatste ademtocht. Ook stervensbegeleiding, doodgaan en rouwproces hebben 'per slot van rekening' recht op kwaliteit. Kortom, de kwaliteit van ons bestaan is permanent in het geding.

WAAR KOMT HET uitzinnige gescherm met het kwaliteitsbegrip toch zo plotseling vandaan? Het toverwoord was natuurlijk allang in opmars, maar verwierf de status van de grootste gemeenplaats van deze tijd, toen het niet langer uitsluitend werd gebruikt om de hoedanigheid van boter, kaas en eieren, van kamgaren en beton aan te geven, maar ook gemakzuchtig werd aangewend - om te beginnen door de overheid - om de sectoren welzijn, kunst en cultuur de taal van het bedrijfsleven te laten spreken. Het woord kwaliteit had almachtige betekenis vanaf het moment dat sommige musea gingen adverteren met de functie van een marketing-manager en dat gebeurde nadat in 1990 de museumnota was verschenen die de titel droeg 'Kiezen voor kwaliteit'.

Het begeerlijke begrip was vogelvrij verklaard en er werd massaal jacht op gemaakt door de veranderaars en de verbeteraars. Onder het mom van het kwaliteitsstreven werden niet alleen orkesten opgeheven en samengevoegd, onder dezelfde vlag werd de verzelfstandiging van de musea in het vooruitzicht gesteld en kwam er een Stimuleringsfonds om omroepprodukties meer culturele kwaliteit te geven. Kwaliteit was ook het bevrijdende sleutelwoord waarmee de eerste nota architectuurbeleid (1991), afkomstig van de ministeries van WVC en VROM werd geschreven. De nota had eigenlijk 'Kiezen voor kwaliteit' moeten heten, maar dat kon niet meer, want zo luidde een jaar eerder al de titel van de museumnota. Het werd nu 'Ruimte voor Architectuur'.

OOK DEZE RUIMTE wordt op een benauwende manier gevuld met het begrip kwaliteit. Met het vaandel van de architectonische kwaliteit voorop, gevolgd door de kwaliteiten die aan stedebouw en ruimte moeten worden gegeven, trekken de gemeentelijke overheden op gezag van de architectuurnota niet alleen ten strijde tegen vervallen stadswijken en verloederde pleinen, maar worden ook stadsuitbreidingen en nieuwbouw aan de man gebracht. Een overheidspakket met stimulerende middelen staat ten dienste van de kwaliteitsmissies, en 'Het beeldkwaliteitplan. Instrument voor kwaliteitsbeleid' - de nota met de hoogste kwaliteitsdichtheid in de titel - dient als een van de leidraden. De gretigheid waarmee de overheid met het subsidiëren van beeldkwaliteitsplannen bijna als vanzelfsprekend het bereik van hoogwaardige architectuur, stedebouw en ruimtelijke ordening in het vooruitzicht stelt, is letterlijk en figuurlijk oppervlakkig. De facetten die het beeld bepalen, vorm, kleur en materiaaltoon, zijn teveel aan mode onderhevig om ook maar enigszins houdbare culturele waarden te bewerkstelligen. Hooguit bereiken zij in een bepaalde combinatie een commerciële aantrekkingskracht - commerciële kwaliteit zal men graag zeggen - die vrijwel nooit overeenstemt met een zorgvuldige, fijnzinnige inrichting van de openbare ruimte. Kijk maar eens naar de modieus narcistische aankleding van het Rokin en Damrak in Amsterdam. Maar de ontwerpers zullen zich luidkeels op het streven naar kwaliteit beroepen.

HET KWALITEITSBEGINSEL kon zo mateloos aanslaan omdat het te ingewikkeld werd gevonden om in de aard van de kwaliteit onderscheid te maken. Zowel bepaalde culturele waarde, als uiterste financiële haalbaarheid slepen het predikaat kwaliteit in de wacht. Daarom draagt iedereen dit stopwoord zo graag op het puntje van de tong en zijn beleidsnota's, interne stukken, openbare discussies door het nietszeggend geworden kwaliteitsbeginsel verstopt geraakt. Zo is onder het motto van méér kwaliteit een cultuurbedreigend beschavingsoffensief op gang gekomen. Laten we ons voornemen het woord kwaliteit in 1994 niet meer te gebruiken, althans niet meer gedachteloos.

We wensen u onbezorgde, waardevolle en mooie kerstdagen toe.